- Decision du 8 mars 2012

08/03/2012 - M11-3-0448/8142

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoeker, die een zelfstandig evenementenbureau had, had op 26 februari 2004 enkele afspraken gemaakt met artiesten in café "De S." te ... . Naar aanleiding van een banaal incident over het betalen van een traktatie werd hij op de parking van het café bewusteloos geslagen en voor dood achtergelaten.

II. Vervolging

1. Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 18 maart 2008 werd de heer Kristof Z. (steenkapper-arduinbewerker, geboren op ../../1967), wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als " met voorbedachten rade opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Philip, die voor deze een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge gehad") veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan 30 maanden met probatieuitstel gedurende vijf jaar. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de provisionele som van euro 25.000 aan verzoeker en van een rechtsplegingsvergoeding van euro 800. Tevens werd een geneesheer-deskundige aangesteld.

2. Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 13 april 2010 werd Kristof Z. veroordeeld om aan verzoeker de som van euro 1.888.165,60 te betalen , onder aftrek van de provisie van euro 25.000, meer de intresten, de kosten expertise (euro 6.804,49) en een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van euro 200.

III. Gevolgen van de feiten

De door de rechtbank aangestelde deskundige, Dr. Geert V., kwam tot volgende conclusie:

1. Op 26.2.2004 was X. Philip betrokken bij ernstig fysisch bruut stomp geweld.

2. Dit veroorzaakte bij X. Philip:

a. Een ernstig neurotrauma met:

- dwarslopende linker fronto-parietale-occipitale schedeldakfractuur

- grote epidurale linker bloeding

- subduraal hematoom fronto-parietaal links

- hersenschudding

- belangrijke temporale hersenkneuzing en minder uitgesproken kneuzing links

frontaal en parietaaI.

b. Verspreide schaafwonden, hematomen en ecchymosen in het aangezicht, de rechter

schouder, bovenarm, rechter vingers, rechter heup, rechter knie, rechter onderbeen en

linker schouder en onderbeen.

c. Ernstige onderkoelingsverschijnselen

d. Linker hielbeenfractuur secundair aan het evenwichtsverlies

3. De gevolgen van het neurotrauma veroorzaakten een hospitalisatie gedurende 4 maand waarbij intensieve chirurgische, medische en paramedische behandelingen noodzakelijk waren ter behandeling van de letsels en ter consolidatie van de gevolgen.

4. Het fysisch en psychisch genezingsproces heeft meerdere maanden in beslag genomen en is verlopen zoals medisch kan worden verwacht bij een groot deel van de bevolking. Er werden volgende ernstige blijvende restletsels geobjectiveerd:

- posttraumatische hoofdpijnen

- posttraumatisch gestoord neuropsychologisch profiel

- fatische stoornissen

- posttraumatische reuk- en smaakverlies

- evenwichtsstoornissen met duizeligheidsaanvallen, bewustzijnsverlies

5. Het is de mening van ondergetekende dat het bewezen kan worden dat de acuut opgelopen letsels en de thans vastgestelde restletsels bij X. Philip vastgesteld en geattesteerd door zijn behandelende geneesheren, onmiddellijk na de feiten van 26 februari 2004 en besproken onder par 2° vanuit medico-legaal standpunt het gevolg zijn van dit fysisch geweld n.a.v. de feiten van 26 februari 2004.

6. Deze letsels gaven aanleiding tot een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid zoals bedoeld in art. 399 a11 Swb.

7. Deze hoger vermelde letsels geven aanleiding tot een ongeneeslijk lijkende ziekte of een blijvende ongeschiktheid tot arbeid of het volledig verlies van het gebruik van een orgaan met een zware verminking tot gevolg zoals bedoeld in art. 400 SWB.

8. Op basis van alle ons gekende gegevens, enkel rekening houdend met de letsels die het gevolg zijn van het trauma d.d. 26.2.2004, en rekening houdend met de normale klinische evolutie kan een volledige werkonbekwaamheid van 26.2.2004 tot en met 25.2.2006 worden begroot.

9. De posttraumatisch opgelopen letsels, zowel psychisch als fysisch, kunnen als geconsolideerd beschouwd worden op 26.2.2006, met aanwezigheid van een blijvende fysische invaliditeit van 80%. De economische invaliditeit bedraagt 100 %.

10. Deze invaliditeit veroorzaakt voor betrokkene een onmiddellijk inkomstenverlies met een ver-mindering van de concurrentiele waarde en noopt bij het slachtoffer tot bijkomende inspanningen waarbij betrokkene volledig afhankelijk is van hulp van derden.

11. Er is een esthetische schade vast te stellen welke kan begroot worden als 2 op de 7-ledige schaal.

12. In de huidige stand der medische wetenschap is bijkomende medische behandeling noodzakelijk ter behandeling van de restletsels:

a. medisch:

- neuropsychiatrische follow-up, minstens om de 6 maanden met aangepaste medicatie ter behandeling van zijn neuropsychiatrische problematiek, o.a. pijnstillers en antidepressiva

- orthopedische follow-up: minstens jaarlijks met noodzaak tot gebruik van orthopedische schoenen

- gehoor follow-up minstens jaarlijks met mogelijkheid tot het gebruik van een aangepaste gehoorprothese

b. paramedisch:

- intensieve begeleiding via mantelzorg of professionele begeleiding

13. Tengevolge van de opgelopen letsels veroorzaakt door de feiten van 26 februari 2004 kunnen bij X. Philip in de nabije of verre toekomst bijkomende complicaties optreden die het gevolg zijn van een niet te stuiten verslechtering van zijn chronisch neuropsychiatrisch syndroom of het gevolg zijn van thans niet te voorziene complicaties secundair aan de onder paragraaf 2 en 4 beschreven letsels. Derhalve dient de mogelijkheid tot herevaluatie van zijn klinische en neuro-psychiatrische toestand elke 5 jaar te worden overwogen en dient er rekening mee te worden gehouden dat de mogelijkheid reëel is dat X. Philip bij verdere evolutie of bij het wegvallen van de thans aanwezige mantelzorg in een instelling voor neuropsychiatrische patiënten of voor ernstig verstandelijk gedeterioreerde patiënten zal moeten worden geplaatst. Derhalve dienen de nodige voorbehouden terzake te worden opengehouden.

14. Ondergetekende wenst er de Rechtbank op te wijzen dat tengevolge de opgelopen letsels veroorzaakt door de feiten van 26.2.2004 bij X. Philip thans een dusdanige ernstige verstandelijke deterioratie aanwezig is dat het te adviseren is om bij betrokkene de nodige stappen te ondernemen om over te gaan tot het aanstellen van een bewindvoerder teneinde de financiële belangen van betrokkene te vrijwaren.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

1. De advocaat van verzoeker deelt mee dat door haar cliënt reeds diverse stappen ondernomen werden teneinde vergoedingen te kunnen bekomen van de heer Z.:

- op basis van het vonnis van de Correctionele Rechtbank dd. 18 maart 2008 werd uitvoerend beslag gelegd op het onroerend goed waarvan de heer Z. eigenaar was, dit leverde voor verzoeker een totaal bedrag op van euro 29.576,37;

- op het resterende bedrag van de koopsom werd bewarend beslag gelegd;

- op basis van het vonnis van de Correctionele Rechtbank dd. 13 april 2010 kon ingevolge het gelegde bewarende beslag nog een bedrag van euro 68.473,41 worden gerecupereerd;

Gerechtsdeurwaarder P. Gruyaert attesteert op 2 juni 2010 dat Z. volledig insolvabel is.

2. De advocaat van verzoeker stelt dat de voor de rechtbank gevorderde schadeposten door geen enkele verzekering gedekt zijn. Verzoeker was zelfstandige in bijberoep: de feiten zijn gebeurd nadat hij in een café nog enkele afspraken met artiesten had gemaakt. De feiten zijn niet gebeurd toen verzoeker in dienstverband werkte, waardoor er geen sprake is van een arbeidsongeval. In het kader van de uitvoering van zijn zelfstandig bijberoep had verzoeker geen bijkomende ongevallen-verzekering afgesloten.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 62.000.

Voor de rechtbank werden volgende bedragen gevorderd en toegekend:

1. Medische kosten : euro 6.388,54

2. Materiële kosten: euro 1.750,00

administratiekosten euro 750,00

verplaatsingskosten euro 1.000,00

3. Materiële schade T.AO. : euro 46.779,37

3.1 inkomstenverlies gedurende twee jaar euro 28.529,37

Conform het aanslagbiljet personenbelasting (inkomstenjaar 2003) had de verzoeker een eigen belastbaar inkomen van euro 25.910,37. Dit geeft 2 x euro 25.910,37 min tussenkomst werkgever min dagvergoedingen van mutualiteit = euro 51.820,74 - euro 6.338,59 - euro 16.952,78.

3.2 economische waarde huisman euro 18.250,00

4. Morele schade T.AO : euro 18.970,00

120 dagen à euro 31,00 euro 3.720,00

610 dagen à euro 25,00 euro 15.250,00

5. Materiële schade B.A.O. : euro 1.637.677,70

5.1 inkomstenverlies euro 614.899,02

De gerechtsdeskundige bepaalde de blijvende economische invaliditeit op 100 %. Gezien deze enorme economische schade ná de consolidatiedatum een zeer belangrijk impact zal hebben op het verdienvermogen van concluant is een vergoeding op grond van de kapitalisatie methode gerechtvaardigd.

Kapitalisatie stelt dat de rechter immers in staat is veel beter de ernst en de duur van de schade en het geslacht van de schadelijder in aanmerking te nemen dan een willekeurig forfait. De kapitalisatie is bijgevolg de meest aangewezen methode om de bijzonder zware restletsels zo correct mogelijk te vergoeden (A. Boyen , "De nieuwe indicatieve tabel", uitgave Larcier , blz. 136). Kapitalisatie is een methode om de werkelijk, in de toekomst te lijden schade, die zich manifesteert over een hele tijdsperiode, in éénmaal te berekenen en te vergoeden, namelijk op een ogenblik dat de toekomstige schade zich nog niet heeft voorgedaan.

De rechtbank moet zich stellen op het ogenblik van zijn uitspraak. Er dient een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen de tot dan geleden schade en de schade die voortloopt na de uitspraak. Enkel de vergoeding van deze laatste kan door kapitalisatie berekend worden.

M.a.w. de splitsingsmethode dient te worden toepast, aldus de advocaat, als volgt:

- eerste periode: vanaf de consolidatiedatum tot de datum van de uitspraak.

- tweede periode: vanaf de datum van de uitspraak tot het einde van de lucratieve levensduur.

Concreet geeft dit:

- eerste periode: van 26.02.2006 tot 15.10.2009 (één maand na de zitting van 15.09.2009)

Een jaarlijks inkomen van euro 25.910,37 betekent euro 70,99 per dag.

962 dagen à euro 70,99 (euro 68.292,38) min dagvergoedingen (euro 43.173,04) = euro 25.119,34

- tweede periode: periode vanaf 16.10.2009 tot einde fysiologische levensduur.

Op het ogenblik van de vermoedelijke uitspraak is concluant (°24.04.1963) 46 jaar. Rekening houdend met een rentevoet van 2,5 % geeft dit een coëfficiënt van 20,693 (de tafels van 2004 van Schryvers) hetgeen de hiernavolgende berekening geeft: euro 25.910,37/jaar + toekomstige verho-gingen redelijk geschat op 10%. Dit geeft: 25.910,37 + 2.591,04 = euro 28.501,41

28.501.41 x 20,693 = euro 589.779,68

5.2 huishoudelijke schade euro 212.873,63

5.3 hulp van derden euro 809.905,05

6. Morele schade B.AO. : euro 160.000,00

80% à euro 2.000 per punt (42 jaar bij consolidatie)

7. Esthetische schade (2 op 7) euro 1.600,00

8. Seksuele schade: euro 10.000,00

9. Genoegenschade : euro 5.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Verzoeker kreeg bij beslissing van 18 augustus 2006 een noodhulp van euro 6.388,54 (zaak met rolnummer M60249) voor de volgende kosten:

- remgeld euro 493,38

- apothekerskosten euro 491,65 en euro 224,26

- logopedie ziekenhuis euro 47,61; euro 47,61 en euro 238,05

- logopedie N. Pappens euro 120,77; euro 56,42; euro 76,49; euro 152,98 en euro 240,00

- ziekenhuiskosten euro 33,74; euro 9,29; euro 877,19; euro 188,06; euro 1.460,61 en euro 963,00

- vervoer 100 euro 83,80

- labo-onderzoeken euro 17,96; euro 20,67 en euro 545,00

2. Artikel 33, § 2, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen stelt dat het bedrag van de hulp nooit meer mag bedragen dan euro 62.000. Verzoeker kan dus nog maximaal euro 55.611,46 ontvangen. Zie hierover Verslag over de werkzaamheden (2005-2009), p. 446 en P. Verhoeven en L. Vulsteke, Het Fonds voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders, Gent, Larcier, 2011, randnr. 317.

3. De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen. ‘Seksuele schade', ‘economische waarde huisman', ‘huishoudelijke schade', ‘hulp van derden' en ‘genoegenschade' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

4. Rekening houdend met alle bovenvermelde opmerkingen kent de commissie de maximale hulp toe die zij kan toekennen, onder aftrek van de reeds ontvangen noodhulp.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 55.611,46.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 april 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.