- Decision du 14 mars 2012

14/03/2012 - M11-7-1008/8463

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Volgens het vonnis dd. 19/02/2009

" Op 3 mei 2007 [moet 2008 zijn] worden de politiediensten verwittigd van een vechtpartij in de instelling 'B...'. Ter plaatse gekomen vernemen ze dat het slachtoffer van de feiten zwaar bebloed werd overgebracht naar het Universitaire Ziekenhuis. Er worden door een getuige twee verdachten aangewezen.

De tweede beklaagde stelt dat hij vaststelde dat een jongeman in zijn richting keek. Hij zou hebben gevraagd wat er scheelde en van het één kwam het andere met een schermutseling als gevolg. Hij heeft hem geslagen. Hij vermoedt dat dit uit zelfverdediging was. Iets later zag hij hoe de man een glas op zijn hoofd kreeg. Hij ontkent het slachtoffer te hebben aangevallen met een glas. Hij zou 'enkel' één slag hebben gegeven.

De eerste beklaagde bevestigt dat er eerder op de avond een incident was met het slachtoffer. Hij zou met een brandende sigaret tegen het slachtoffer hebben gezeten. Later in de nacht zou hij tumult hebben gehoord. Hij zelf zou niet zijn betrokken bij een vechtpartij.

Y. Kim, een vriend van het slachtoffer, stelt dat hij zag dat de tweede beklaagde een slag gaf met volle vuist aan het slachtoffer. Iemand anders,de eerste beklaagde, zou hebben gesmeten met een Duvelglas in het gelaat van het slachtoffer.

Het slachtoffer bevestigt dat hij eerder op de avond met de eerste beklaagde een woordenwisseling had naar aanleiding van een aanraking met een brandende sigaret. Later in de nacht zou zijn vriend Y. lastig zijn gevallen. Hij ging er naar toe en kreeg van uit het niets een slag

van de tweede beklaagde. Hij vermoedt dat deze reeds met het glas sloeg.

Toen hij op de grond lag zou hij nog slagen hebben gekregen.

Na foto-inzage wijst hij zowel de eerste als de tweede beklaagde aan als daders van de feiten.

Bij herverhoor stelt de eerste beklaagde bij zijn verklaring te blijven dat hij niets met de feiten te maken heeft. Hij vermoedt dat hij werd verwisseld met een ander persoon.

Een anonieme getuige verklaart dat de tweede beklaagde wel degelijk slagen heeft toegebracht aan het slachtoffer. De eerste beklaagde zou betrokken zijn geweest, maar de getuige heeft niet gezien of deze slagen heeft toegebracht.

De cafébaas, M., zag dat het slachtoffer, toen hij reeds gezeten was op de grond, werd gestampt door de eerste beklaagde.

Ter terechtzitting bevestigt de tweede beklaagde zijn verklaring afgelegd in de loop van het strafonderzoek. De eerste beklaagde geeft toe dat hij eveneens slagen heeft toegebracht aan het slachtoffer nadat die was aangepakt door de tweede beklaagde. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 19 februari 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamden Nico Z. (° 1983) en Stefaan W. (° 1980) en waarvoor zij elk veroordeeld werden tot 6 maanden gevangenisstraf met uitstel voor een termijn van 3 jaar:

"Verdacht van: te ... op 3 mei 2008

De eerste en de tweede

Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden,

opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan Joachim X., die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had."

Op burgerlijk vlak werden zij bij zelfde vonnis hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 5.000.

Dr. X. J. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke onderzoeksopdrachten.

Z. tekende nog hoger beroep aan maar bij arrest d.d. 14 oktober 2009 van het Hof van Beroep te ... werd het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen bevestigd.

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werden Z. en W. bij eindvonnis dd. 6 mei 2011 hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 42.445,45 meer de intresten, min de (nog niet betaalde) provisie van euro 5.000, meer de kosten deskundigenonderzoek t.b.v. euro 2.265 en de RPV van euro 1.100.

- administratiekosten euro 125,00

- kledijschade (met bloed besmeurde bovenkledij) euro 375,00

- medische + farmaceutische + verplaatsingskosten onderzoeken euro 546,89

- TWO moreel euro 5.310,00

- B.I. + BWO (10% x euro 2.062) + (8% x 1.031) euro 28.868,00

- esthetische schade (3/7) euro 4.400,00

- inkomstenverlies euro 2.192,56

- meerinspanningen euro 628,00

SUBTOTAAL : euro 42.445,45

- expertisekosten euro 2.265,00

- RPV euro 1.100,00

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker heeft door de slagen met het glas diverse verwondingen opgelopen in het aangezicht en het oog. Hij was van 3 mei tot en met 1 november 2008 volledig arbeidsongeschikt.

Op 10 februari 2009 diende ook nog een correctieoperatie te worden uitgevoerd ter hoogte van de kaak en de neusvleugel.

Dr. X. J. legde op 23 augustus 2010 zijn deskundigenverslag neer. Samenvattend:

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 03.05.2008 t/m 01.11.2008

25% van 02.11.2008 t/m 31.12.2008

20% van 01.01.2009 t/m 02.05.2009

Blijvende invaliditeit: 18 % met repercussies op het economisch vlak die op 10% blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ingeschat worden

Esthetische schade: 3 / 7

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Beide veroordeelden waren tot het stelsel van collectieve schuldenregeling toegelaten. Op 17 mei 2011 diende verzoeker zijn definitieve schuldvordering in bij de twee schuldbemiddelaars. Verzoeker wijst er op dat deze schuldbemiddelaars volledig ontoereikende betalingsvoorstellen formuleerden:

a. De schuldbemiddelaar van Z. betwist de schuldvordering omdat deze slechts provisioneel werd begroot. " De schuldvordering kon bij de aangifte echter nog niet definitief worden begroot omdat er nog geen uitspraak werd gedaan over de schadevordering, zodat dit argument geen steek houdt. Schuldbemiddelaar Verté gaat in haar voorstel foutief uit van een schuld van 5.000,00 euro en 325,21 euro kosten aan verzoeker. In het voorstel zouden de 'kleine' schulden eerst worden voldaan en ten vroegste één jaar na de homologatie zouden de andere schuldeisers aan bod komen. Er wordt verwacht op jaarbasis een bedrag van 3.000,00 euro te kunnen verdelen. De totaal terug te betalen som wordt door de schuldbemiddelaar (eveneens foutief) begroot op 30.179,56 euro. Op deze basis meent de schuldbemiddelaar dat de schuld op 10 jaar zal terugbetaald zijn. Er wordt een kwijtschelding voorzien voor alle schulden die na 10 jaar nog niet zouden zijn terugbetaald. De schuldvordering van verzoeker bedraagt thans ongeveer 50.000,00 euro, zodat de totale schuldenlast circa 80.000,00 euro bedraagt en niet 30.179,56 euro, zoals door de schuldbemiddelaar begroot. Verzoeker heeft aan de schuldbemiddelaar opgemerkt dat in artikel 1675/13 van het Gerechtelijk Wetboek voorzien wordt dat geen kwijtschelding kan worden verleend voor de schulden die, zoals in casu, een schadevergoeding inhouden, toegestaan voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf. Het voorstel van de schuldbemiddelaar wordt door verzoeker verworpen. "

b. In hoofde van W. werd de procedure collectieve schuldenregeling herroepen bij vonnis dd.

5 januari 2012 van de schuldbemiddelingsrechter van de arbeidsrechtbank te ....

IV-2. Rechtsbijstandverzekeraar Europaea laat weten dat de waarborg ‘onvermogen van de aansprakelijke derde' in de familiale polis niet toepasbaar is in geval van diefstal, poging tot diefstal, gewelddaden of vandalisme.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Na kennisneming van de opmerkingen in het verslag van de verslaggever preciseert verzoeker in zijn schriftelijke reactie van 22 november 2011, als tevens mondeling bevestigd ter rechtszitting van 8 februari 2012, dat het gevraagde hulpbedrag overeenstemt met de door de rechtbank toegewezen hoofdsom van euro 42.445,45 min de post meerinspanningen (niet opgenomen in de limitatieve lijst van artikel 32, §1 van, de wet van 1 augustus 1985).

Een financiële hulp voor de kosten deskundigenonderzoek wordt evenmin gevraagd aangezien deze ten laste vallen van de rechtsbijstandverzekeraar.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, welke verzoeker zelf reeds in mindering heeft gebracht van de hulpaanvraag, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van euro 41.825.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 41.825.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 14 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 september 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.