- Decision du 23 mars 2012

23/03/2012 - M11-7-1014/8469

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Arrest dd. 15/01/2009, K. I., ...

" Uit het strafdossier blijkt dat in verdenking gestelde verklaart dat zij na haar aankomst in België en haar intrek bij het slachtoffer het voorwerp werd van steeds weerkerende beledigingen en vernederingen door het slachtoffer. Zij verklaart dat zij ook éénmaal slagen kreeg toegediend en dat ze zich ook op seksueel vlak gebruikt voelde.

In verdenking gestelde bekent het slachtoffer in een razernij te hebben dood gestoken met een steakmes dat toevallig binnen handbereik lag en dit nadat het slachtoffer haar andermaal uitlachte en vernederde.

Deze verklaringen van het slachtoffer over de weerkerende beledigingen en vernederingen kunnen niet afdoende weerlegd worden door de objectieve gegevens van het strafdossier.

Het gevoerde onderzoek heeft inderdaad aangetoond dat het slachtoffer regelmatig naar Cuba reisde teneinde aldaar meisjes te ontmoeten om makkelijke seksuele contacten te hebben. lnverdenkinggestelde was het zoveelste meisje op rij dat door het slachtoffer vanuit Cuba werd meegenomen en dat volledig van hem afhankelijk was.

Uit diverse verklaringen in het strafdossier blijkt dat het slachtoffer enkel uit was op seks en dat hij in verdenking gestelde beu was en haar daarom ‘na gebruik' terug wilde dumpen in Cuba. Hij vroeg zelfs aan twee van zijn beste vrienden of zij haar niet wilden ‘hebben' (stuk 136 en 326). De verklaring van de inverdenkinggestelde dat ze herhaaldelijk door het slachtoffer vernederd werd, wordt door het onderzoek dan ook niet weerlegd, wel integendeel.

De verklaringen van de inverdenkinggestelde dat zij in een vlaag van razernij handelde door deze zoveelste vernederingen en beledigingen kunnen evenmin weerlegd worden door de objectieve verslagen van de aangestelde gerechtsdeskundigen.

De psychiater-deskundige besluit dat de feiten zich hebben voorgedaan binnen een utilitaire relatie waarbij er voor de in verdenking gestelde een onevenwicht kwam tussen de financiële tegemoetkoming en de te ondergane behandeling waarbij het voor de in verdenking gestelde niet de bedoeling was het slachtoffer te vermoorden.

Ook de aangestelde wetsgeneesheer besluit in zijn verslag naar aanleiding van de wedersamenstelling (deel III, stuk 619/26) dat de gecentreerde messteken gedragsmatig sterk wijzen in de richting van een kortstondige periode van intense razernij. Bovendien bevestigt de wetsgeneesheer dat de littekens bij de in verdenking gestelde het gevolg kunnen zijn van de krabletsels en de steekwonde die door het slachtoffer bij de in verdenking gestelde zouden zijn toegediend zodat haar verklaring ook op dit punt niet kan weerlegd worden.

Deze accumulatie van beledigingen en vernederingen die in verdenking gestelde diende te ondergaan dient beschouwd te worden als de aanleiding van de feiten die in die zin dienen beschouwd te worden als uitgelokt overeenkomstig artikel 411 van het strafwetboek. Deze verschoonbare doodslag wordt conform artikel 415 van het strafwetboek gestraft met een gevangenisstraf van 1 tot 5 jaren en een geldboete van 100 tot 500 euro."

II. Vervolging

Bij arrest dd. 15 januari 2009 van de Kamer van Inbeschuldigingstelling bij het Hof van Beroep te ... werd Dorisleidy Z. (° 1985) verwezen naar de correctionele rechtbank van ... voor de volgende tenlasteleggingen met aanneming van verzachtende omstandigheden voor tenlastelegging II

" Te ..., op 26 oktober 2004

I. Opzettelijk en met het oogmerk om te doden, Y. Mathieu, geboren te ... op ../../1952, gedood te hebben, met de omstandigheid dat de feiten verschoonbaar zijn gezien zij onmiddellijk werden uitgelokt door zware gewelddaden tegen in verdenking gestelde.

II. Door middel van braak, inklimming of valse sleutels, ten nadele van Y. Mathieu, een voertuig Audi A6, die haar niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben.

III. ten nadele van Y. Mathieu, een gouden polsuurwerk merk Corum uitvoering "perpetual", een gouden halsketting, een gouden armband, een niet nader bepaald polshorloge en de autosleutels van het voertuig Audi A6, die haar niet toebehoorden, bedrieglijk weggenomen te hebben. "

Bij vonnis dd. 9 september 2010 van de correctionele rechtbank te ... werd Z. veroordeeld

- voor tenlastelegging I : tot een gevangenisstraf van 5 jaar

- voor tenlasteleggingen II en III: tot een gevangenisstraf van 2 jaar met uitstel.

Op burgerlijk gebied tot betaling aan, o.a.:

- Ellen Y. (niet inwonende dochter van het slachtoffer) euro 5.000 (morele schade)

- verzoeker (schoonzoon van het slachtoffer) euro 1.150

- X.-Y. q.q. Bo X. (kleinkind) euro 1.250

- X.-Y. q.q. Gil X. (kleinkind) euro 1.250

De debatten over de materiële schade werden ambtshalve open gehouden.

Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de veroordeelde en het O.M.

Bij eindarrest dd. 9 juni 2011 van het Hof van Beroep te ... werd het bestreden vonnis op een aantal punten gewijzigd:

- op penaal vlak: -voor tenlastelegging I : een gevangenisstraf van 54 maanden

- op civiel vlak:

- Ellen Y. euro 8.000 moreel + euro 28.000 materieel (2 uurwerken + gouden halsketting)

- verzoeker (schoonzoon) euro 3.200

- Bo X. (kleinkind; thans in eigen naam) euro 3.200

- X.-Y. q.q. Gil X. (kleinkind) euro 3.200

Alle bedragen te vermeerderen met de intresten + een rechtsplegingsvergoeding van euro 1.000 in eerste aanleg en euro 1.100 in hoger beroep ‘aan alle burgerlijke partijen gezamenlijk' (5 in totaal).

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III. De veroordeelde, Cubaanse, in het buitenland verblijvende, is volgens haar raadsman ‘volledig insolvabel'. Hij stelt dat kosten maken ‘compleet zinloos' is.

III-2. Verzoeker beschikt over een familiale polis met luik rechtsbijstand. De verzekeraar is (nog) niet tussengekomen. De reden wordt niet vermeld.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 3.620.

- morele schade schade euro 3.200

- RPV (euro 2.100 : 5) euro 420

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Overeenkomstig artikel 31, 2° van de wet van 1 augustus 1985, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009, kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan

"erfgerechtigden, in de zin van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek, tot en met de tweede graad van een persoon die overleden is als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad of personen die in duurzaam gezinsverband samenleefden met de overledene;".

Artikel 731 B.W. luidt als volgt: "De erfenissen komen toe aan de kinderen en afstammelingen van de overledene, aan zijn noch uit de echt noch van tafel en bed gescheiden echtgenoot, aan zijn bloedverwanten in de opgaande lijn (aan zijn bloedverwanten in de zijlijn en aan zijn wettelijk samenwonende binnen de grenzen van de rechten die hem zijn toegekend), in de orde en overeenkomstig de regels die hierna worden bepaald."

Aangezien verzoeker (de niet-inwonende schoonzoon van wijlen het slachtoffer) niet kan ondergebracht worden in de hierboven geciteerde omschrijving, dient zijn verzoekschrift als onontvankelijk te worden afgewezen.

De Commissie wenst evenwel te benadrukken dat de afwijzing van het verzoek op juridisch-technische gronden berust en geenszins een miskenning inhoudt van het moreel leed dat aan verzoeker ongetwijfeld werd toegebracht ingevolge het gewelddadig overlijden van zijn schoonvader waarmee hij - zulks blijkt uit de stukken - een nauwe en duurzame band had opgebouwd. De Commissie wenst verzoeker dan ook sterkte toe bij het verwerken van de feiten.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek onontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 23 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 25 september 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.