- Decision du 23 mars 2012

23/03/2012 - M11-7-015/8470

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Arrest dd. 15/01/2009, K. I., ...

" Uit het strafdossier blijkt dat in verdenking gestelde verklaart dat zij na haar aankomst in België en haar intrek bij het slachtoffer het voorwerp werd van steeds weerkerende beledigingen en vernederingen door het slachtoffer. Zij verklaart dat zij ook éénmaal slagen kreeg toegediend en dat ze zich ook op seksueel vlak gebruikt voelde.

In verdenking gestelde bekent het slachtoffer in een razernij te hebben dood gestoken met een steakmes dat toevallig binnen handbereik lag en dit nadat het slachtoffer haar andermaal uitlachte en vernederde.

Deze verklaringen van het slachtoffer over de weerkerende beledigingen en vernederingen kunnen niet afdoende weerlegd worden door de objectieve gegevens van het strafdossier.

Het gevoerde onderzoek heeft inderdaad aangetoond dat het slachtoffer regelmatig naar Cuba reisde teneinde aldaar meisjes te ontmoeten om makkelijke seksuele contacten te hebben. lnverdenkinggestelde was het zoveelste meisje op rij dat door het slachtoffer vanuit Cuba werd meegenomen en dat volledig van hem afhankelijk was.

Uit diverse verklaringen in het strafdossier blijkt dat het slachtoffer enkel uit was op seks en dat hij in verdenking gestelde beu was en haar daarom ‘na gebruik' terug wilde dumpen in Cuba. Hij vroeg zelfs aan twee van zijn beste vrienden of zij haar niet wilden ‘hebben' (stuk 136 en 326). De verklaring van de inverdenkinggestelde dat ze herhaaldelijk door het slachtoffer vernederd werd, wordt door het onderzoek dan ook niet weerlegd, wel integendeel.

De verklaringen van de inverdenkinggestelde dat zij in een vlaag van razernij handelde door deze zoveelste vernederingen en beledigingen kunnen evenmin weerlegd worden door de objectieve verslagen van de aangestelde gerechtsdeskundigen.

De psychiater-deskundige besluit dat de feiten zich hebben voorgedaan binnen een utilitaire relatie waarbij er voor de in verdenking gestelde een onevenwicht kwam tussen de financiële tegemoetkoming en de te ondergane behandeling waarbij het voor de in verdenking gestelde niet de bedoeling was het slachtoffer te vermoorden.

Ook de aangestelde wetsgeneesheer besluit in zijn verslag naar aanleiding van de wedersamenstelling (deel III, stuk 619/26) dat de gecentreerde messteken gedragsmatig sterk wijzen in de richting van een kortstondige periode van intense razernij. Bovendien bevestigt de wetsgeneesheer dat de littekens bij de in verdenking gestelde het gevolg kunnen zijn van de krabletsels en de steekwonde die door het slachtoffer bij de in verdenking gestelde zouden zijn toegediend zodat haar verklaring ook op dit punt niet kan weerlegd worden.

Deze accumulatie van beledigingen en vernederingen die in verdenking gestelde diende te ondergaan dient beschouwd te worden als de aanleiding van de feiten die in die zin dienen beschouwd te worden als uitgelokt overeenkomstig artikel 411 van het strafwetboek. Deze verschoonbare doodslag wordt conform artikel 415 van het strafwetboek gestraft met een gevangenisstraf van 1 tot 5 jaren en een geldboete van 100 tot 500 euro."

II. Vervolging

Bij arrest dd. 15 januari 2009 van de Kamer van Inbeschuldigingstelling bij het Hof van Beroep te ... werd Dorisleidy Z. (° 1985) verwezen naar de correctionele rechtbank van ... voor de volgende tenlasteleggingen met aanneming van verzachtende omstandigheden voor tenlastelegging II

" Te ...-... op 26 oktober 2004

I. Opzettelijk en met het oogmerk om te doden, Y. Mathieu, geboren te ... op ../../1952, gedood te hebben, met de omstandigheid dat de feiten verschoonbaar zijn gezien zij onmiddellijk werden uitgelokt door zware gewelddaden tegen in verdenking gestelde.

II. Door middel van braak, inklimming of valse sleutels, ten nadele van Y. Mathieu, een voertuig Audi A6, die haar niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben.

III ten nadele van Y. Mathieu, een gouden polsuurwerk merk Corum uitvoering "perpetual", een gouden halsketting, een gouden armband, een niet nader bepaald polshorloge en de autosleutels van het voertuig Audi A6, die haar niet toebehoorden, bedrieglijk weggenomen te hebben. "

Bij vonnis dd. 9 september 2010 van de correctionele rechtbank te ... werd Z. veroordeeld

- voor tenlastelegging I : tot een gevangenisstraf van 5 jaar

- voor tenlasteleggingen II en III: tot een gevangenisstraf van 2 jaar met uitstel.

Op burgerlijk gebied tot betaling aan, o.a.:

- verzoekster (niet inwonende dochter van het slachtoffer)euro 5.000 (morele schade)

- Bart X. (schoonzoon) euro 1.150

- X.-Y. q.q. Bo X. (kleinkind) euro 1.250

- X.-Y. q.q. Gil X. (kleinkind) euro 1.250

De debatten over de materiële schade werden ambtshalve open gehouden.

Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de veroordeelde en het O.M.

Bij eindarrest dd. 9 juni 2011 van het Hof van Beroep te ... werd het bestreden vonnis op een aantal punten gewijzigd:

- op penaal vlak: -voor tenlastelegging I : een gevangenisstraf van 54 maanden

- op civiel vlak:

- verzoekster euro 8.000 moreel + euro 28.000 materieel (2 uurwerken + gouden halsketting)

- Bart X. (schoonzoon) euro 3.200

- Bo X. (kleinkind; thans in eigen naam) euro 3.200

- X.-Y. q.q. Gil X. (kleinkind) euro 3.200

Alle bedragen te vermeerderen met de intresten + een rechtsplegingsvergoeding van euro 1.000 in eerste aanleg en euro 1.100 in hoger beroep ‘aan alle burgerlijke partijen gezamenlijk' (5 in totaal).

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III. De veroordeelde, Cubaanse, in het buitenland verblijvende, is volgens haar raadsman ‘volledig insolvabel'. Hij stelt dat kosten maken ‘compleet zinloos' is.

III-2. Verzoekster beschikt over een familiale polis met luik rechtsbijstand. De waarborg ‘onvermogen van derden' is evenwel niet van toepassing wanneer de schade voortvloeit uit een agressie of gewelddaad.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 36.420.

- materiële schade (gestolen uurwerken + halsketting) euro 28.000

- morele schade euro 8.000

- RPV (euro 2.100 : 5) euro 420

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen aan "erfgerechtigden, in de zin van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek, tot en met de tweede graad van een persoon die overleden is als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad of personen die in duurzaam gezinsverband samenleefden met de overledene" (art. 31, 2°, W. 1.08.1985) voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 2, met name:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° het verlies aan levensonderhoud voor personen die op het ogenblik van de gewelddaad ten laste waren van het slachtoffer;

4° de begrafeniskosten;

5° de procedurekosten;

6° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren.

De post ‘materiële schade' (uurwerken + halsketting) is niet opgenomen in deze limitatieve opsomming en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Verzoekster beschikt over een familiale polis met luik rechtsbijstand. De waarborg ‘onvermogen van derden' is niet van toepassing wanneer de schade voortvloeit uit een agressie of gewelddaad.

Dat deze clausule een beperkte draagwijdte heeft, staat volledig los van het principe dat de rechtsbijstandverzekeraar de procedurekosten ten laste moet nemen.

Indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Met de loutere opmerking van de raadsman van verzoekster dat de verzekeraar niet tussenkomt in de rechtsplegingsvergoeding, zonder verdere argumentatie hetzij vermelding van reden van weigering (hoewel de verslaggever hierop had aangedrongen), kan de Commissie moeilijk rekening houden.

Artikel 33 § 1 van de wet van 1 augustus 1985 stipuleert dat de Commissie bij het begroten van de hulp - die zij naar billijkheid bepaalt - onder meer rekening kan houden met het gedrag van het slachtoffer, indien deze rechtstreeks of onrechtstreeks heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade of de toename ervan, én met de relatie tussen het slachtoffer en de dader(es).

Welnu, op grond van het arrest van 15 januari 2009 komt de Commissie tot de vaststelling dat de houding van het slachtoffer op het ogenblik van de feiten verre van onberispelijk was. Een slachtoffer geniet enerzijds een aantal rechten maar heeft anderzijds ook een aantal plichten. Van een slachtoffer wordt dus verwacht dat het zijn best doet om het nadeel te begrenzen.

Derhalve meent de Commissie, rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en met de door verzoekster geleden schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en het gedrag van het slachtoffer, de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op ex aequo et bono

euro 2.500.

In deze context wenst de Commissie nog te benadrukken dat, naar haar oordeel, moreel leed, zoals pijn of smart, niet louter door een geldelijke tegemoetkoming kan gelenigd worden. Hooguit is de financiële hulp een erkenning van dit leed, een vorm van troost, een middel om het leed draaglijker te maken. Dienvolgens kan het toegekende bedrag slechts een abstracte begroting zijn.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 2.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 23 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 25 september 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.