- Decision du 29 mars 2012

29/03/2012 - M12-1-0017/8681

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Volgens de akte van beschuldiging:

Mohamed X., het enig overlevende slachtoffer en rechtstreekse getuige van de feiten, verklaarde dat hij in april 2002 naar ... kwam en op voorstel van een dorpsgenoot (Youssef S.) in de drugshandel stapte uit geldnood. Hij bevestigde dat hij samen met een andere dorpsgenoot (Rachid N.) vanuit het appartement te ... drugs (cocaïne en heroïne) dealde in opdracht van Youssef S.. Het grootste gedeelte van de drugstransacties gebeurden met Fransen, die vanuit Frankrijk speciaal overkwamen om alhier drugs te testen, te gebruiken en te kopen. (...). Die bewuste nacht kwamen er drie mannen naar het appartement. De drugs werden getest door hen en na enkele ogenblikken ging één van hen, de genaamde Kamel S., naar het toilet, keerde terug dreigend met een vuurwapen en vuurde een schot in de lucht af. Door paniek bevangen sprong X. uit het raam, gevolgd door Rachid N..

X. weet niet wat er verder op het appartement gebeurde. Hij liep een breuk op aan het rechterbeen en werd gewond aan het hoofd.

Kamel S., de schutter, verklaarde dat hij het plan had om zijn ... dealers te bestelen omdat de vorige leveringen telkens van slechte kwaliteit waren. (...).

Zowel Rachid N. als Abdelkarim A., de twee kompanen van verzoeker, overleden als gevolg van de feiten.

II. Vervolging

II-1. Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... van 29 september 2008, zitting houdende te ..., werd Kamel S. (hierna: "de eerste" ° 1974) veroordeeld tot 20 jaar opsluiting, Jany F. ("de tweede", ° 1976) tot 8 jaar opsluiting en Mohamed E. ("de derde", ° 1975) tot 10 jaar opsluiting wegens:

" De eerste

Te ... op 21 juni 2002

Hetzij door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of om aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend, dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd,

Door middel van geweld of bedreiging, ten aanzien van Abdelkarim A., Rachid N. en Mohamed X., 2 kg heroïne en 765 gram cocaïne, die hen niet toebehoorden, ten nadele van bovenvermelden, bedrieglijk weggenomen te hebben, de diefstal gepleegd zijnde onder twee van de in artikel 471 van het Strafwetboek vermelde omstandigheden, namelijk de diefstal gepleegd zijnde bij nacht, door twee of meer personen, de schuldigen om de diefstal te vergemakkelijken of hun vlucht te verzekeren gebruik gemaakt te hebben van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde of de schuldigen hebben doen geloven dat zij gewapend waren, het geweld of de bedreiging gepleegd zonder het oogmerk om te doden en toch de dood veroorzaakt hebbende van Abdelkarim A. en Rachid N. en een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid, ten gevolge gehad voor X. Mohamed.

De tweede en de derde

Te ... op 21 juni 2002

Hetzij door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of om aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend, dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd,

Door middel van geweld of bedreiging, ten aanzien van Abdelkarim A., Rachid N. en Mohamed X., 2 kg heroïne en 765 gram cocaïne, die hen niet toebehoorden, ten nadele van bovenvermelden, bedrieglijk weggenomen te hebben, de diefstal gepleegd zijnde onder twee van de in artikel 471 van het Strafwetboek vermelde omstandigheden, namelijk de diefstal gepleegd zijnde bij nacht, door twee of meer personen, de schuldigen om de diefstal te vergemakkelijken of hun vlucht te verzekeren gebruik gemaakt te hebben van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde of de schuldigen hebben doen geloven dat zij gewapend waren."

II-2. Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... van 13 oktober 2008, zitting houdende te ..., werd Kamel S. op burgerlijk gebied veroordeeld om aan verzoeker een provisie van euro 3.000 meer de intresten te betalen:

" Enerzijds brengt de burgerlijke partij, waarvan vaststaat dat hij ernstige schade heeft geleden, geen stukken bij die zijn vordering staven.

Anderzijds blijkt uit het strafdossier en de verslagen van de aangestelde deskundige dr. C. De M. dat er een gedeeltelijke blijvende arbeidsongeschiktheid is.

Uit de behandeling ter terechtzitting blijkt eveneens dat de burgerlijke partij verschillende periodes in Belgische en Spaanse gevangenissen heeft doorgebracht, periodes waarin hij zeker geen inkomen ten gevolge van de feiten heeft moeten derven. Blijkbaar heeft de burgerlijke partij na de feiten zijn criminele activiteiten verder gezet.

Bovendien werd door de verdediging van de beklaagde terecht opgeworpen dat dient te worden onderzocht in hoeverre de burgerlijke partij zelf de gevolgen van zijn kwetsuren heeft veroorzaakt.

Het staat immers vast dat hij na enkele dagen en na een operatie tegen het advies van de geneesheren in op krukken het ziekenhuis in Rotterdam heeft verlaten.

In deze omstandigheden past een provisionele vergoeding toe te kennen van 3.000 euro, te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 21 juni 2002 tot heden en de gerechtelijke intresten vanaf heden.

Voor het overige worden de burgerlijke belangen aangehouden. "

Het arrest van 29 september 2008 (penaal) verwierf kracht van gewijsde.

De procedure ter afhandeling van de burgerlijke belangen is nog hangende: "De definitieve schade wordt thans begroot in een procedure art. 4 VTSV".

III. Gevolgen van de feiten

Nopens de medische toestand van verzoeker ligt geen enkel stuk voor.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Verzoeker verklaart geen enkele verzekering te hebben afgesloten die tussenkomst kan verlenen.

IV-2. Kamel S. verblijft in de gevangenis en beschikt over geen inkomsten (brief van zijn raadsman). Hij betaalde tot heden euro 300 aan verzoeker.

V. Begroting van de gevraagde noodhulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een niet nader begrote noodhulp van euro 2.700, zijnde de toegekende provisionele vergoeding van euro 3.000 min de ontvangen afbetaling van euro 300.

VI. Beoordeling door de Commissie

Bij wijze van ontvangstmelding van het verzoekschrift, dd. 13 oktober 2011, schreef het secretariaat (de raadsman van) verzoeker aan in de volgende bewoordingen:

" Er wordt een niet nader begrote noodhulp van euro 3.000 min euro 300 = euro 2.700 gevraagd.

Sta mij toe om samen met u artikel 36 van onze wet van 1 augustus 1985, dat de voorwaarden terzake noodhulpaanvragen bepaalt, te overlopen:

"Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.

De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 15 000 euro.

De noodhulp kan aangevraagd worden zodra de ontploffing of de reddingsdaad zich hebben voorgedaan en, voor de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, vanaf de burgerlijke partijstelling of de indiening van een klacht.

Wanneer het gaat om de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°, is de dringendheid altijd verondersteld. Artikel 33, § 1, is niet van toepassing wanneer de commissie zich uitspreekt over het verzoek tot tenlasteneming van deze kosten. Het reële bedrag van de kosten wordt door de commissie in aanmerking genomen, zonder toepassing van de beperking die bepaald wordt in het tweede lid."

Het eerste probleem dat zich in het verzoekschrift stelt, tenminste zoals het in de actuele toestand voorligt, is dat (voorlopig) niet aangetoond wordt dat de geldelijke toestand van uw cliënt van die aard is dat hij daardoor dringend een financiële noodhulp vanwege de Commissie behoeft.

De feiten deden zich voor in 2002; het assisenarrest dateert inmiddels van 2008...

Hij kan zijn verlies aan inkomsten eventueel aantonen aan de hand van loonstrookjes of aanslagbiljetten van de personenbelasting.

Het aantonen van een moeilijke financiële situatie is niet vereist wanneer het gaat om

" de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°, dan is de dringendheid altijd verondersteld". De schadeposten die door de Commissie in deze context kunnen aanvaard worden zijn: medische, ziekenhuis-, farmaceutische en prothesekosten. (Bv. morele en esthetische schade vallen uit de boot; deze posten kunnen dan weer wél gevraagd worden in het kader van een hoofdhulp).

Nu, het tweede probleem dat zich in dit verzoekschrift stelt, is dat er geen enkele raming van dergelijke kosten voorligt en - belangrijker - geen enkel stavingstuk.

U zult begrijpen dat het moeilijk wordt voor de Commissie om een financiële hulp toe te kennen wanneer zij over geen enkel stuk beschikt dat haar toelaat om de geleden schade op cijfermatige wijze te waarderen.

Gelet op het voorgaande kunnen volgens mij 2 pistes bewandeld worden:

- ofwel wordt afstand gedaan van het verzoek tot noodhulp. Zodra er een definitieve beslissing ter afhandeling van de burgerlijke belangen uitgesproken wordt, kan uw cliënt dan een verzoek tot (hoofd)hulp aan de Commissie richten, omvattende alle schadeposten (ook de morele en esthetische) waartoe de dader tot vergoeding veroordeeld werd;

- ofwel volhardt uw cliënt in zijn noodhulpaanvraag maar dan legt hij minstens de nodige stavingstukken neer + een begroting. "

Verzoeker heeft op deze uitnodiging om zijn dossier te vervolledigen niet meer gereageerd.

Het weze opgemerkt dat verzoeker in de procedure voor het Hof van Assisen evenmin stukken bijgebracht heeft om zijn vordering te staven.

Men kan niet heen om het feit dat een gebrek aan medische besluiten, waarin de opgelopen letsels cijfermatig geëvalueerd worden, een waarheidsgetrouwe begroting van de opgelopen schade erg bemoeilijkt zoniet onmogelijk maakt.

De hulp die de Commissie toekent houdt geen subjectief recht in vermits de overheid geen schuld treft. Ze is gebaseerd op het principe van "collectieve solidariteit tussen de leden van eenzelfde natie." Immers, de hulp van de Commissie betreft een buitengewone schadeloosstelling "hetgeen betekent dat de toekenning ervan nooit als een recht kan worden opgevorderd" (Parl. St., Senaat, 1984-1985, nr. 873/1°, p. 17 en 873/2/1°, p. 19).

Als algemene regel wordt dan ook verondersteld dat het slachtoffer van een zekere belangstelling blijk moet geven om een hulp te bekomen.

Gelet op het gebrek aan essentiële gegevens en stukken nopens de opgelopen schade en aangezien verzoeker vooralsnog geen aanstalten maakt om zijn dossier te vervolledigen, werd het verzoek kennelijk onontvankelijk beschouwd in het verslag van 27 januari 2012.

In haar reactie op het verslag adviseert de (afgevaardigde van) de Minister van Justitie om het verzoekschrift af te wijzen als niet gegrond, behoudens verzoeker het alsnog zou aanvullen met de nodige stavingstukken.

(De raadsman van) verzoeker heeft evenmin gereageerd op dit verslag, dat hij ontving op 9 februari 2012, binnen de wettelijk voorziene termijn noch nadien.

Gelet op hetgeen vooraf gaat, kan de Commissie niet anders dan huidig verzoek afwijzen.

De aandacht van verzoeker wordt gevestigd op artikel 30, § 3, tweede lid, van de wet: "De voorzitters van de kamers houden zitting als enig lid inzake verzoeken om noodhulp als bedoeld in artikel 36, inzake verzoeken die kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn, of wanneer ze de afstand van het geding toewijzen of de zaak van de rol afvoeren."

OP DIE GRONDEN,

De voorzitter,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek tot noodhulp ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 29 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 september 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een noodhulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.