- Decision du 24 avril 2012

24/04/2012 - M10-3-0990/7658

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 28 mei 2004 zou Mohammed Z. met zijn verloofde, Latifa X., huwen.

Op de trouwdag werd Latifa evenwel ‘s morgens door Z. vermoord. Zijn ouders (vooral moeder) hadden zich tegen het huwelijk verzet omdat Latifa niet de Algerijnse nationaliteit had. Z. vermoordde Latifa opdat zij niet met een andere man zou trouwen. Hij stak haar met een mes in de rug. Zij overleed ten gevolge van de steekwonde (long en hart waren doorboord).

II. Vervolging

- Bij arrest van het Hof van Assisen van het administratief arrondissement ..., d.d. 8 september 2005 werd Mohammed Z. veroordeeld tot 20 jaar opsluiting voor, opzettelijk, met het oogmerk om te doden en met voorbedachten rade, Latifa X. gedood te hebben.

Het arrest is in kracht van gewijsde getreden.

- Bij arrest van het Hof van Assisen van het administratief arrondissement ..., d.d. 14 september 2005 werd Mohammed Z. veroordeeld om volgende bedragen te betalen:

- X. Omar: euro 15.000 ex aequo et bono voor morele schade

euro 6.350 voor materiële schade:

- euro 5.000 voor advocatenkosten

- euro 700 voor (tijdelijke) sluiting van zaak

- euro 650 voor vliegtuigbiljetten

- Allach M.: euro 15.000 ex aequo et bono voor morele schade;

- De voorziening in Cassatie tegen dit arrest werd afgewezen bij arrest van ../../2005.

- Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 8 april 2011 werden aan verzoekers volgende bedragen voor morele schade toegekend:

- Stiane Fadma: euro 2.500

- Allach Mohamed: euro 2.500

- Mouhoua Yamina: euro 2.500

- X. Mohamed: euro 2.500

- X. Karima: euro 5.000

- X. Omar q.q. X. Sanaa : euro 5.000

III. Gevolgen van de feiten

Uit bovenvermeld vonnis:

"De rechtbank acht ten genoege van recht bewezen dat de nabestaanden allen morele schade leden ten gevolge van de dood van Latifa. De gewelddadige en bijzonder tragische omstandigheden van de dood van Latifa verzwaren de verwerking van haar overlijden en hebben geleid tot een vergroting van de morele schade."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Mohammed Z. verblijft in de gevangenis te Ittre.

- Het vonnis verwijst naar de precaire financiële situatie van Mohammed Z..

- Het werd aan de dader betekend door gerechtdeurwaarder P. C. doch zonder resultaat.

- De R.V.A. verklaart dat zij geen werkloosheidsdossier bezitten.

- De naam van de dader komt niet voor bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

- Uit inlichtingen van de FOD Financiën blijkt dat Z. geen onroerend goed bezit.

- Verzoekers beschikken niet over een verzekering rechtsbijstand.

- De advocaat werd niet aangesteld door het Bureau voor Juridische bijstand.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Zij vragen q.q. X. Sanaa euro 23.862,08 (inwonende zus)

euro 5.000,00 morele schade

euro 14.400,00 vertraging professionele carrière

euro 4.462,08 verlies schooljaar 2004 - 2005

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn nagenoeg onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Verzoekers stelden zich geen burgerlijke partij voor het Hof van Assisen.

Zij dagvaardden Mohammed Z. op 3 december 2008. Dit is na de beslissing van de Commissie waarbij het verzoekschrift namens de minderjarige zus van het slachtoffer, Sanaa X., als onontvankelijk werd afgewezen. Er kan dus worden gesteld dat de verzoekers de dader hebben gedagvaard ten einde alsnog een geldig verzoekschrift in te leiden.

2. Alle meerderjarige verzoekers vragen een morele schade van euro 7.500. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen enerzijds de inwonende gezinsleden (zussen en grootouders langs vaderszijde) en anderzijds de grootouders langs moederszijde die in Marokko wonen.

3. Voor de minderjarige zus van Latifa wordt een hulp gevraagd voor "vertraging professionele carrière" en voor "verlies schooljaar 2004 - 2005" In dit verband vermeldt het vonnis :

"Evenmin wordt aangetoond dat Sanaa het schooljaar 2004-2005 heeft verloren ten gevol-ge van het overlijden van Latifa. Het enige voorgelegde stuk, gedateerd op 21 oktober 2008, vermeldt dat Sanaa de school L. L. bezoekt sedert 1 september 2004; zij de lessen van het tweede leerjaar volgt/het tweede leerjaar heeft beëindigd, en zij niet slaagde in het eerste leerjaar, zonder verdere toelichting. Dit stuk volstaat niet om het bestaan van het verlies van een schooljaar ten gevolge van het overlijden van Latifa in mei 2004 aan te tonen." De Commissie kent voor deze schadepost geen vergoeding toe.

4. De Commissie meent dat de gruwelijke feiten slechts kunnen worden geheeld door een financiële hulp. De Commissie sluit zich aan bij het bedrag dat door de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 8 april 2011 werd toegekend, euro 5.000, bedrag dat in billijkheid dient te worden uitgekeerd.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekers qualitate qua Sanaa X. een hulp toe van euro 5.000.

Zegt dat die som zal geplaatst worden op een spaarboekje te openen op naam van het minderjarig meisje en dat hoofdsom en intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan haar meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 24 april 2012.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 2 september 2010, waarbij Verzoekers in hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter om de toekenning hebben gevraagd van een hulp voor schade als gevolg van het gewelddadig overlijden van Latifa X., zuster van Sanaa.