- Decision du 4 mai 2012

04/05/2012 - M10-7-1397/7867

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 22 juni 2009 verklaart verzoeker aan de Lokale Politie ...:

"Hedenmorgen om ca. 06.20 uur ging ik naar beneden vanuit mijn appartement.

Achter mij kwam mijn vriendin Christina, op haar achternaam kan ik nu niet komen.

Deze vrouw woont sedert 2 dagen bij mij. Zij is aan het scheiden, ik bedoel, zij is recent bij haar man Staf Z. weggegaan. Deze woont te ..., ... .

Christina heeft verleden week haar man verlaten en is dan bij mij komen wonen.

Bij hen in het gezin boterde het al lange tijd niet meer.

Toen ik dus hedenmorgend beneden kwam, stond Staf bij ons voor de deur. Ik ken Staf al meer dan 30 jaar.

Ik deed de deur dus open en voor de deur stond hij. Hij zei me dan letterlijk:" Ik de dood in, gij met 2 ook de dood in. Gij zijt den eerste, lange." Hij schoot me dan in mijn rechter bovenarm.

Ik voelde direct een pijn en dook ineen. Dan zag ik dat hij Christina vast pakte en naar buiten trok. Hij schoot dan direct met zijn revolver in haar nek.

Toen ik de deur opendeed, had ik niet onmiddellijk gezien dat Staf een wapen vast had; hij had één hand achter zijn rug.

Toen ik merkte dat er op Christina geschoten was, ben ik direct terug naar boven gegaan. Ik durfde niet meer naar buiten. Ik deed de deur van mijn appartement op slot.

Ik heb dan zelf de hulpdiensten verwittigd.

[...] "

Een buurman zag vanuit een raam de dader zelfmoord plegen:

" Ik zag hoe de man het wapen tegen zijn slaap zette. Hij bedacht zich en vuurde 2 à 3 keer op een vrouw die ik toen pas opmerkte. De vrouw lag achter de man in de struiken. Haar been viel opzij. De man heeft de vrouw dan omhelsd. Hierna plaatste hij het wapen terug tegen zijn slaap. Hierop heb ik mijn gezicht afgewend. Ik hoorde een schot en toen ik terug keek, zag ik de man op de grond naast de vrouw liggen."

Wanneer de MUG-arts ter plaatse arriveert, stelt hij het overlijden vast van zowel Christina Y. als van Gustaaf Z..

II. Vervolging

Bij beschikking dd. 20 januari 2010 stelde de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... vast dat de strafvordering vervallen was gelet op het overlijden van de verdachte Gustaaf Z..

III. Gevolgen van de feiten

Medisch attest dr. E. V. raadpleging orthopedie 17/07/2009

Raadpleging orthopedie 17/7/09.

De voorgeschiedenis van deze man is u welbekend: schotwonde in de Re bovenarm.

Vandaag is de hyposthesie in de ramus superficialis van de n. cutaneus antebrachii nog steeds aanwezig. De wonde zelf is goed geheeld, geen tekens van infectie.

Hij meldt zelf ook wat krachtsverlies.

Klinisch heeft hij wel een goede range of motion, zowel van de elleboog als van de pols als van de schouder.

Ik heb uitgelegd dat het krachtsverlies uiteraard te maken heeft met de schotwonde die uiteraard spieren in de bovenarm geraakt heeft.

Ook de oppervlakkige cutane tak van de onderarm. Dit heeft tijd nodig om spontaan te recupereren. Hij mag alleszins alle activiteiten hervatten binnen de pijngrens, zich niet forceren.

Ik verwacht dat hij zeker nog een half tot anderhalf jaar last zal hebben, vooral van de zenuwschade.

Controle bij mij is voorzien op uw indicatie.

Uw patiënt verbleef op de dienst orthopedie van 22-06-09 t.e.m. 25-06-09.

Reden van opname:

Uw patiënt werd opgenomen via de dienst spoedgevallen met een schotwonde in de rechter bovenarm.

Ujtgevoerde ingreep:

Op 22-06-09 werd onder algemene anesthesie een wonddebridement uitgevoerd. Na exploratie werden enkele kogelfragmenten verwijderd. Er waren geen neurovascuJaire letsels. Radiografisch geen fractuur.

Postoperatief verloop:

Hij bleef opgenomen voor intraveneuze antibioticatherapie.

Uw patiënt kan in goede toestand het ziekenhuis verlaten op 25/06/09.

Verdere zorgen thuis:

Relatieve rust en analgesie volgens nood.

Mobilisatie van elleboog en schouder binnen de pijngrenzen.

Ijsapplicaties.

Augmentin 875 mg 2x/d 7d.

Controle werd voorzien.

Medisch attest dr. A. A., diagnosecentrum DLO te ..., dd. 25/01/2011

Ik zag uw patiënt op de raadpleging van 22/01/2011.

ZIEKTEGESCHIEDENIS:

U gekend.

Schotwonde in de rechter bovenarm. Nu klachten van verminderde kracht.

EMG:

Ik verwijs naar de bevindingen in de bijlage.

Bij naaldonderzoek vind ik in musculus biceps tekens van perifeer neurogeen lijden met in de lange kop neurogene tracé opbouw, zonder denervatie. In de korte kop volop denervatie met zeer deficitaire tracé opbouw. De motorische latentie over musculus cutaneus aan het punt van Erb is tevens verlengd.

BESLUIT EMG:

Tot aan nervus cutaneus rechts (schotwonde) met nog steeds actieve denervatie in de binnenste kop van musculus biceps en partiële onvolledige recuperatie in de buitenste kop.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Op de nalatenschap van de dader blijkt geen verhaal mogelijk te zijn: zijn erfgenamen hebben de nalatenschap verworpen. De dader heeft nooit echt vast werk gehad en verrichtte nu en

dan wat klusjes. Hij heeft met mevrouw Y. samengewoond in een huurhuisje en de roerende goederen stonden op haar naam.

IV-2. Verzoeker beschikt over een familiale polis met luik rechtsbijstand, afgesloten bij MERCATOR. Zoals ter rechtszitting meegedeeld, wordt geen tussenkomst verleend op grond van de waarborg ‘insolventie van derden' aangezien deze clausule zich beperkt tot verkeersongevallen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 62.000.

- morele schade euro 25.000,00

- medische kosten euro 2.500,00

- tijdelijke of blijvende invaliditeit euro 25.000,00

- procedurekosten euro 2.500,00

- esthetische schade euro 2.000,00

- inkomstenverlies euro 5.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoeker vraagt een hulpbedrag van euro 2.500 voor de medische kosten. Het ingediend dossier bevat slechts 4 getuigschriften van medische consultaties.

Van de overige gevraagde schadeposten (tijdelijke of blijvende invaliditeit, procedurekosten, esthetische schade en inkomstenverlies) liggen geen overtuigingsstukken voor.

In meer algemene zin kan worden opgemerkt dat het gebrek aan medische besluiten, waarin de opgelopen letsels cijfermatig geëvalueerd worden, een waarheidsgetrouwe begroting van de schade erg bemoeilijkt hetgeen de Commissie niet toelaat om tot een gefundeerde uitspraak te komen. Teneinde zich een nauwkeurig beeld te kunnen vormen van de door verzoeker opgelopen letsels en de impact ervan, acht de Commissie het aangewezen om de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst te belasten met een medisch onderzoek. Na neerlegging van het deskundigenverslag zal verzoeker uitgenodigd worden om op basis daarvan zijn schade te begroten.

Ter zitting verklaart verzoeker bij monde van zijn raadsman geen bezwaar te hebben om een medisch deskundigenonderzoek te ondergaan, uit te voeren door de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst op grond van artikel 34bis van de Wet van 1 augustus 1985.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en beveelt, vooraleer ten gronde te oordelen, een medisch deskundigenonderzoek en belast de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst met de opdracht om, met inachtneming van de bepalingen van artikel 17 van het K.B. van 18 december 1986 en van artikel 979 van het Gerechtelijk Wetboek,

- kennis te nemen van het dossier;

- verzoeker Walter X. medisch te onderzoeken;

- de letsels, zowel fysiek als psychisch, te beschrijven die hij heeft opgelopen als gevolg van de op 22 juni 2009 te Ranst op zijn persoon gepleegde gewelddaden, inclusief de eventuele esthetische schade;

- de aard, de graad en de duur (periode) te bepalen van de invaliditeit die eventueel uit die letsels voortvloeit, tijdelijk of definitief;

- de morele schade die hieruit resulteert en te bepalen of het slachtoffer nog verdere medische of psychologische begeleiding behoeft;

- de economische arbeidsongeschiktheid te bepalen indien ze vastgesteld wordt;

- van al deze bevindingen een schriftelijk en gemotiveerd verslag op te stellen en dit neer te leggen op het secretariaat van de Commissie binnen de vier maanden na kennisgeving van de opdracht.

Verwijst de zaak inmiddels naar de bijzondere rol.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 4 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 december 2010 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.