- Decision du 8 mai 2012

08/05/2012 - BM11-7-0469/8160

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 17 februari 2011 nam verzoekster deel aan een kienspel te ... . Tijdens de pauze begaf ze zich naar de nabijgelegen nachtwinkel. Onderweg kwam ze twee mannen tegen die haar aanspraken. De kleinste van de twee haalde een pistool uit zijn zak. Hij trok aan haar haren en drukte het wapen tegen haar achterhoofd.

De grootste van de twee stampte in haar buik en trok de handtas uit haar handen. Daarop liepen de twee weg.

II. Vervolging

Verzoekster legde de dag na de feiten klacht neer tegen onbekenden.

Op 2 mei 2011 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "dader onbekend ".

III. Gevolgen van de feiten

Verzoekster stelt dat ze emotioneel erg aangedaan was door de feiten.

Attest dr. C.M.J.R. S., huisarts, dd. 18/02/2011:

" Bij deze verklaar ik dat mijn patiënte mevrouw X. geboren ../../1991 naar aanleiding van een beroving op 16/02/2011 lichamelijk géén letsel heeft opgelopen.

Psychisch is de schade wel relevant. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De daders konden niet worden geïdentificeerd.

IV-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.775,37.

- verplaatsingskosten euro 13,00

- medische kosten (aankoop medicatie op 18/02/2011) euro 12,37

- morele schade euro 1.750,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 1.750.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 1.750.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 27 april 2011, daarbij geassisteerd door het Nederlands Schadefonds Geweldsmisdrijven conform Richtlijn 2004/80/EG dd. 29 april 2004 van de Raad van de Europese Unie, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.