- Decision du 9 mai 2012

09/05/2012 - M10-1-0836/7554

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Toen verzoeker, politie-inspecteur, op 21 februari 2005 een man wilde arresteren die een aantal persoonlijke zaken uit de wagen van verzoeker had gestolen, werd hij geslagen met een steen op het achterhoofd en werden hem vuistslagen toegediend.

Hij werd overgebracht naar het hospitaal te ... en was volledig arbeidsongeschikt van 21 februari tot en met 13 maart 2005.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 3 maart 2006 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden, onder meer de volgende tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Mohamed Z. ("de eerste"), El Ghazi Z. ("de tweede") en Annas W. ("de derde"). De eerste werd een werkstraf van 80 uren opgelegd, de tweede een werkstraf van 100 uren en de derde, verstekmakend, een gevangenisstraf van 8 maanden.

"Beklaagd van: te ... op 21 februari 2005:

Als daders of mededaders, om het misdrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, of om door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat het misdrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd, of om door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, het misdrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt, namelijk:

A. De eerste:

Ten nadele van X. Christophe, goederen, met name een omslag gericht aan de Belgische voetbalbond en 3 DVD's, die hem niet toebehoorden, bedrieglijk weggenomen te hebben

B. De tweede en de derde

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Christophe die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden."

Op burgerlijk vlak werden tweede en derde beklaagde voor tenlastelegging B hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een onbenoemde provisie van euro 400.

Dr. D. Van H. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Tweede beklaagde El Ghazi Z. tekende hoger beroep aan. Bij arrest dd. 8 februari 2007 van het Hof van Beroep te ... werd het bestreden vonnis echter bevestigd.

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd bij eindvonnis dd. 12 oktober 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te ... El Ghazi Z. veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 4.065 meer de intresten, meer de expertisekosten t.b.v. euro 1.250.

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. D. Van H. in zijn verslag van 11/08/2006:

Bespreking

" Tengevolge van een agressie op 21 februari 2005 liep hij een direct trauma op van het achterhoofd zonder bewustzijnsverlies, een neusbloeding en schaafwonden thv de elleboog.

Betrokkene werd gehospitaliseerd van 21/02/2005 tot 22/02/2005 om reden van observatie na een hoofdtrauma.

Voor zover mij meegedeeld werden geen technische onderzoeken uitgevoerd, behalve een radiografie van de neus.

Hij werd behandeld met geneesmiddelen om eventuele hersenschade te beperken.

Betrokkene werd volledig arbeidsongeschikt verklaard van 21.02.2005 tot en met 13/03/2005 en hervatte het werk op 14/03/2005.

Na de werkhervatting was er geen specifieke behandeling meer.

Actueel behoudt betrokkene:

- Subjectief: woordvindingsstoornissen, omwisselen van woorden, af en toe geheugenstoornissen en toegenomen vermoeidheid.

- Objectief: een volledig normaal oriënterend klinisch neurologisch onderzoek; geen restletsels van de schaafwonden of het neustrauma.

- Bij neuropsychologische testing: herhaling van de subjectieve klachten die evenwel niet worden geobjectiveerd door het neuropsychologisch onderzoek. "

Besluiten

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 21/02/2005 t/m 13/03/2005

Tijdelijke invaliditeit

25% van 14/03/2005 t/m 15/04/2005

15% van 16/04/2005 t/m 31/05/2005

10% van 01/06/2005 t/m 31/07/2005

5% van 01/08/2005 t/m 20/02/2006

Consolidatiedatum: 21/02/2006

Blijvende invaliditeit: 3 %

Esthetische schade: geen

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Verzoeker ging over tot gedwongen uitvoering lastens de tweede beklaagde El Ghazi Z.. Deze kortte euro 1.400 af maar hiermee werden eerst de uitvoeringskosten van de gerechtsdeurwaarder vergoed en vervolgens slechts een deel van de expertisekosten die toekomen aan de rechtsbijstandverzekeraar.

Verzoeker heeft m.a.w. persoonlijk nog geen geldsom ontvangen.

De derde beklaagde W. heeft geen gekende woonplaats in België noch in het buitenland zodat bij hem niets kan worden gerecupereerd.

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij ETHIAS maar, zoals uit de opgevraagde polisvoorwaarden blijkt, bevat deze geen waarborg ‘onvermogen van derden'.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 5.347,64.

HOOFDSOM euro 4.065 volgens vonnis van 12/10/2007

- administratie en verplaatsingskosten euro 124,00

- TWO moreel euro 1.316,00

- B.I. (3 % x euro 1.750 / 2) euro 2.625,00

INTRESTEN euro 1.282,64

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 4.065.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 4.065.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 15 juli 2010 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.