- Decision du 9 mai 2012

09/05/2012 - M10-1-1172/7749

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

PV nr. .......38/08 van 25/11/2008 : Relaas volgens slachtoffer

Slachtoffer deelt opstellers mede dat de feiten zich als volgt hebben afgespeeld:

• hij zou op vermaakuitstap zijn geweest naar de dancing De S. te ...

• hij zou aldaar kennis hebben gehad met een meisje met wie het klikte

• slachtoffer zou plotseling belaagd zijn geworden door twee mannen die ‘sex' wilden met het meisje

• slachtoffer zou zich verzet hebben waardoor de twee mannen hem bij de keel grepen en bedreigden

• slachtoffer is naar buiten gegaan en de twee zijn achtergegaan

• op de parking zou er opnieuw een schermutseling geweest zijn

• aangezien slachtoffer zich bedreigd voelde is hij naar zijn auto gegaan en heeft er uit zijn koffer een grote ‘koevoet' genomen. Hij is er mee beginnen zwaaien naar de twee mannen en zegt zelf dat hij ermee geslagen heeft naar de mannen.

• Plotseling zijn nog drie andere mannen naar buiten gekomen en samen hebben ze de koevoet van slachtoffer afgenomen en met de koevoet de ruit van zijn wagen ingeslagen.

• Nadien hebben ze met de koevoet naar betrokkene geslagen, dit op zijn benen. Omdat het slachtoffer bleef liggen zijn de mannen gestopt met slaan en zijn ze vertrokken in een niet gekende richting.

Verzoeker nam zelf contact op met de politie en werd overgebracht naar het hospitaal.

II. Vervolging

Verzoeker legde klacht neer tegen onbekenden.

Op 17 november 2009 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van onbekende daders.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van dr. M. B., orthopedie AZ ..., 05/05/2010:

Ondergetekende, Dokter in de Geneeskunde, verklaart dat bovengenoemde patiënt X. SOKOL te hebben verzorgd na een ongeval op 25/11/2008.

Hij liep hierbij volgende letsels op:

- Fractuur patella rechts

- Huidletsel rechts patellair

- Ribrooster contusio links

De behandeling was conservatief.

Volgende tabel TWO kan worden vastgesteld:

- 100% van 25/11/2008 t/m 08/06/2009

- 25% van 09/06/2009 t/m 30/06/2009

- 10% van 01/07/2009 t/m 30/09/2009

- 5% van 01/10/2009 t/m 31/12/2009

- 3% van 01/01/2010 t/m 04/05/2010

Gendezing op 05/05/2010 met blijvende fysische invaliditeit van 1%

Er is geen socio-economische waardevermindering.

Esthetische schade: 1 / 7

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De daders konden niet worden geïdentificeerd.

IV-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 12.612,30.

- TWO moreel euro 5.500,50

100% van 25/11/2008 t/m 08/06/2009: 197 x euro 25

25% van 09/06/2009 t/m 30/06/2009: 22 x euro 6,25

10% van 01/07/2009 t/m 30/09/2009: 92 x euro 2,50

5% van 01/10/2009 t/m 31/12/2009: 92 x euro 2,25

3% van 01/01/2010 t/m 04/05/2010: 124 x euro 0,75

- blijvende arbeidsongeschiktheid (1% x euro 1.787 conform de indic. tabel) euro 1.787,00

- esthetische schade conform indic. tabel euro 450,00

- inkomstenverlies euro 3.162,88

(verschil gemiddelde brutoinkomsten 4 maand voor en 4 maand na incident ( euro 1426,86) en

gemiddelde brutoinkomsten uit arbeidsongeschiktheid ( euro 899,71 x 6)

- herstel autoruit euro 1.100,05

- intresten euro 611,87

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Materiële schade dient verband te houden met de opgelopen letsels. De Commissie kan alleen die kosten in aanmerking nemen die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet. Daden van agressie gericht tegen goederen (in casu voertuigschade) vallen hier niet onder.

Nu de feiten geen blijvende arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben, neemt de Commissie enkel de morele component van de blijvende invaliditeit in aanmerking, overeenkomstig de berekeningswijze volgens de indicatieve tabel.

Artikel 33 § 1 van de wet van 1 augustus 1985 stipuleert dat de Commissie bij het begroten van de hulp - die zij naar billijkheid bepaalt - onder meer rekening kan houden met het gedrag van de verzoeker indien deze rechtstreeks of onrechtstreeks heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade of de toename ervan.

Welnu, na raadpleging van het strafdossier komt de Commissie tot de vaststelling dat de houding van verzoeker op het ogenblik van de feiten niet onberispelijk was. Hij heeft zich van een verboden wapen (zijnde een koevoet) bediend waarmee hij het gevecht aangegaan is.

Een slachtoffer geniet enerzijds een aantal rechten maar heeft anderzijds ook een aantal plichten. Zo rust op hem de ‘schadebeperkingsplicht ‘. Van hem wordt dus verwacht dat hij zijn best doet om zijn nadeel te begrenzen.

Derhalve meent de Commissie, rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en met de door verzoeker geleden schade zoals blijkt uit het neergelegd dossier en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en het gedrag van de verzoeker, de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op ex aequo et bono euro 5.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 5.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 oktober 2010 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.