- Decision du 15 mai 2012

15/05/2012 - M10-3-0861/7574

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoekster werkte op het ogenblik van de feiten als poetsvrouw in het stelsel van dienstencheques. In het gezin waar zij werkte kwam ook wekelijks de tuinman langs. Op 11 juni 2009 vroeg de tuinman haar om hem even te helpen. Zo lokte hij verzoekster mee naar het tuinhuis, duwde haar naar binnen en bedreigde haar met een pistool.

Vervolgens heeft hij mevrouw X. vastgebonden aan handen en voeten, haar mond volgepropt met een vod, haar in een wurggreep genomen en haar verkracht. Er was vaginale penetratie en ejaculatie. Vervolgens werd verzoekster onder bedreiging van een pistool gedwongen naar de woning te gaan meer bepaald de slaapkamer.

Van zodra de dader hoorde dat de vrouw des huizes aankwam sloot hij deze laatste eveneens op. X. probeerde te ontsnappen maar dat mislukte. Zij werd samen met de eigenares vastgebonden. De dader eiste geld, bankkaarten en daarbij horende codes. Vervolgens werd zij opnieuw in de badkamer opgesloten. De dader heeft haar dan met een mes gestoken met de bedoeling haar buik te raken. Het feit dat verzoekster haar arm ter bescherming voor haar hield doorboorde dit mes haar linkervoorarm. Het mes werd hierdoor afgebroken.

Verzoekster werd vervolgens in het toilet opgesloten, alwaar zij bloedend op de vloer kwam te liggen. Nadat de dader ook zijn werkgeefster had bedreigd en geld afhandig had gemaakt, is hij vertrokken. De eigenares van het huis kon de hulpdiensten verwittigen waarna een klopjacht naar de dader werd gehouden. De feiten duurden in totaal 3 uur.

's Anderendaags, op 12 juni 2009, is Z. op de vlucht geslagen na de moord op zijn vriendin en een carjacking. Bij het waarnemen van de politionele overmacht (wegversperring) heeft hij zichzelf een kogel door het hoofd geschoten. Z. is daarbij overleden.

II. Vervolging

Bij beschikking van de raadkamer van 4 november 2009 werd de strafvordering vervallen verklaard door het overlijden van de dader.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

Op vraag van verzoekster werd de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst aangesteld.

Het verslag van de GGD werd neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 oktober 2011.

1. Mevrouw X. werd overgebracht naar het UZ te .... Een diagnostische set ‘seksuele agressie' werd uitgevoerd. De wonde aan de linkervoorarm werd gehecht. De volgende dag werd door de NKO-arts vastgesteld dat beide trommelvliezen waren geperforeerd. Ten gevolge van deze uitzonderlijke geweldpleging heeft betrokkene een postraumatisch stress-syndroom ontwikkeld. Intense herbeleving, extreem wantrouwen zijn begonnen na de feiten en zijn tot vandaag nog gedeeltelijk aanwezig. Mevrouw X. leed aan depressie en had suïcidale gedachten. Er bestond ook de vrees een seksueel overdraagbare aandoening te hebben opgelopen. Dankzij haar behoorlijke psychische constitutie, de steun van haar partner en de snelle psychologische opvang is sedert de feiten zeker vooruitgang geboekt. De blijvende invaliditeit wordt begroot op 50 %.

2. Op somatisch vlak weerhoudt men een steekwonde aan de linkerarm, met blijvende storende littekens. Mevrouw vertoonde aanvankelijk de gevolgen van de wurggreep. Haar linker-trommelvlies was geperforeerd en is vlot geheeld. Bloedafname toonde negatieve serologie voor hepatitis B, hepatitis C en HIV. De blijvende invaliditeit voor de lichamelijke letsels vertoont 5 %.

3. De globale BI bedraagt dus 55 %.

4. Door de feiten is een groot segment van de arbeidsmarkt voor verzoekster afgesloten gezien de symptomatologie van een zwaar PTSD. De blijvende economische arbeidsongeschiktheid bedraagt 75 %.

5. De tijdelijke schaal voor invaliditeit en economische arbeidsongeschiktheid is als volgt:

Periode TI tijdelijke economische AO

van 11/06/2009 tot en met 24/06/2009 95 % 100 %

van 25/06/2009 tot en met 31/12/2009 90 % 100 %

van 01/01/2010 tot en met 31/03/2010 80 % 100 %

van 01/04/2010 tot en met 30/06/2010 70% 85 %

consolidatie vanaf 01/07/'10: 55 %. (40 jaar) Consolidatie vanaf 01/07/'10: 75 %.

6. Voor de toekomst dienen bezoeken aan psycholoog of psychiater te worden voorzien:

- vanaf januari 2011: wekelijks

- vanaf januari 2012: tweewekelijks

- vanaf januari 2013 tot januari 2014: maandelijks

met een remgeld van: euro 1.581,00

- bezoek huisarts: 2 x per jaar remgeld: euro 32,96

- zij behoeft een antidepressivum: euro 54,84

Totaal euro 1.668,80

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Uit het PV d.d. 11/06/2009: Verhoor van de heer Christiaan W.:

"Ik ben zelfstandig hovenier van beroep. Soms werk ik samen met vreemdelingen die ik in het zwart tewerk stel. Dit zijn er nl. drie: Amid, Ali en Z.. Het is het tweede jaar dat ik met hem samen werk. Deze 3 begrijpen amper Nederlands. Z. weet dat hij op donderdag de tuin moet gaan onderhouden bij het gezin V. te ... . Dit doet hij al sinds vorig jaar."

- Z. is overleden op 13 juni 2009. Uit de gegevens (2 april 2012) waarover de Dienst Burgerzaken - Loket Migratie beschikt, kan niet worden vastgesteld welke de mogelijke erfgena-men van betrokkene kunnen zijn.

- Op 1 april 2010 heeft verzoekster haar tewerkstelling hervat, weliswaar op deeltijdse basis. Zij is in een nieuwe omgeving tewerkgesteld en wordt door een psychologe op het werk begeleid.

- Verzoekster overhandigt een attest van loonverlies in de periode juni 2009 tot en met maart 2010.

V. Begroting van de gevraagde hulp

verplaatsingskosten ex aequo et bono euro 125,00

parkeerkosten ex aequo et bono euro 50,00

administratiekosten en achternageloop euro 250,00

morele schade TO euro 7.999,00

95 % van 11/06/'09 t.e.m. 24/06/'09: 14 d. x euro 25 x 95 % = euro 332,50

90 % van 25/06/'09 t.e.m. 31/12/'09: 190 d. x euro 25 x 90 %. = euro 4.275,00

80 % van 01/01//'10 t.e.m. 31/03/'10: 90 d. x euro 25 x 80 %. = euro 1.800,00

70 % van 01/04/'10 t.e.m. 30/06/'10: 91 d. x euro 25 x 70 % = euro 1.592,50

meerinspanningen TO euro 6.400,00

economische waarde huisvrouw euro 5.268,26

inkomstenverlies BO euro 1.044,01

morele schade BO

reeds geleden schade euro 7.507,50

toekomstige schade euro 153.940,11

meerinspanningen BO

reeds geleden schade euro 8.190,00

toekomstige schade euro 167.934,67

verlies economische waarde huisvrouw

reeds geleden schade euro 6.654,38

toekomstige schade (tot 25/11/2024) euro 47.042,23

toekomstige schade (vanaf 26/11/2024) euro 77.878,76

inkomstenverlies BO voorbehoud

toekomstige medische kosten voorbehoud

morele schade euro 5.000,00

euro 495.283,92

Zij vraagt dit bedrag vermeerderd met de intresten. Bovendien wordt gevraagd een voorbehoud toe te kennen voor volgende gebeurlijke toekomstige schadeposten:

- het inkomstenverlies voor de periode 1/04/2010 t.e.m. 01/07/2010

- het te lijden inkomstenverlies n.a.v. de blijvende arbeidsongeschiktheid

- het door verzoekster te lijden pensioenschade

- het voorbehoud voor de toekomstige medische kosten conform het verslag van de GGD (zie hoger: punt III 6:e). Voorbehoud wordt gemaakt voor zover er geen tussenkomst meer zou zijn vanwege de verzekeraar.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn onbestaande. Z. is overleden.

1. Het betreft hier een arbeidsongeval. Bij arbeidsongevallen houdt de Commissie in principe enkel rekening met de morele schade en de eventuele esthetische schade.

2. De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. ‘Intresten', ‘meerinspanningen' en ‘verlies economische waarde huishoude-lijke arbeid' werden daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten van de meerinspanningen werd overigens reeds bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

3. De advocaat deelt in zijn schriftelijke reactie mee dat een gedeelte van de kosten door de arbeidsongevallenverzekeraar werd vergoed. Volgens de advocaat dient de morele schade voor de blijvende invaliditeit te worden gekapitaliseerd en de schadeposten worden dan ook op die basis begroot.

4. De feiten zijn zeer ernstig. Het gaat hier immers om een combinatie van homejacking met bedreigingen (verzoekster werd ook vastgebonden) en verkrachting. Verzoekster heeft een blijvende invaliditeit opgelopen van 55 %, wat haar - conform de gebruikelijke indicatieve tabel - toelaat om bij de begroting van de schade de kapitalisatiemethode toe te passen. De Commissie is evenwel van oordeel dat de bedragen bij kapitalisatie dermate hoog zijn, dat er van billijkheid tegenover de andere slachtoffers van soortgelijke gewelddaden geen sprake meer is.

5. De Commissie van mening dat verzoekster de gevraagde schadeposten dient te herbegroten op basis van relevante stukken verstrekt door de arbeidsongevallenverzekeraar.

6. Zij vraagt dat de advocaat van verzoekster ter zitting zou worden gehoord.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk.

Verdaagt de zaak teneinde de schade nader toe te lichten.

Verwijst de zaak inmiddels naar de bijzondere rol.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 mei 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 22 juli 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.