- Decision du 16 mai 2012

16/05/2012 - M11-5-1315/8643

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 8 september 2010 omstreeks 1 uur 's nachts kreeg verzoekster in haar woning te ... tientallen - 44 om precies te zijn - messteken in hoofd, borstkas, romp, rug en ledematen vanwege haar toenmalige echtgenoot, de heer Davie Z.. Verzoekster kon via het badkamerraam vluchten naar de straat achter de woning (bij de val uit het raam brak ze nog haar elleboog).

II. Vervolging

Verzoekster stelde zich op 11 oktober 2010 in handen van de Onderzoeksrechter te ... burgerlijke partij lastens de heer Z. wegens poging tot moord.

De zaak is momenteel nog in onderzoek.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoekster door de MUG in allerijl overgebracht naar het AZ V... te ..., alwaar meerdere steekwonden in de romp en de rug alsook t.h.v. het linker bovenste ooglid werden vastgesteld. Verzoekster liep ook een rechter elleboogfractuur op.

Ze onderging een spoedoperatie t.h.v. de buik en bleef gehospitaliseerd tot 26 september 2010.

Verzoekster is sinds de feiten volledig arbeidsongeschikt.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoekster nog geen enkele vergoeding in dekking van de geleden schade. Ze beschikt niet over een private verzekering.

V. Begroting van de gevraagde noodhulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een noodhulp van euro 12.000.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De voorwaarden tot toekenning van een noodhulp liggen vervat in artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen:

"Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.

De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 15 000 euro.

Het verzoek tot toekenning van een noodhulp kan worden ingediend zodra de verzoeker klacht heeft ingediend of zich burgerlijke partij heeft gesteld.

Wanneer het gaat om de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°, is de dringendheid altijd verondersteld. Artikel 33, § 1, is niet van toepassing wanneer de commissie zich uitspreekt over het verzoek tot tenlasteneming van deze kosten. Het reële bedrag van de kosten wordt door de commissie in aanmerking genomen, zonder toepassing van de beperking die bepaald wordt in het tweede lid."

Luidens de eerste alinea van het hierboven geciteerd artikel 36 kan de Commissie aan het slachtoffer een noodhulp toekennen indien het in financiële moeilijkheden verkeert. Een uitzondering op deze voorwaarde wordt gemaakt voor de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten (zie het laatste lid van artikel 36: "de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°"): voor deze kosten wordt de dringendheid verondersteld.

Uit de neergelegde stukken blijkt dat de apothekerskosten en de ziekenhuisfacturen in totaal euro 1.079,53 belopen. Aangezien voor deze kosten de dringendheid wordt verondersteld (artikel 36, vierde lid), kan hiervoor zonder meer een noodhulp worden toegekend.

Aangezien artikel 36, in fine, van de wet bepaalt dat het reële bedrag van de kosten door de Commissie in aanmerking wordt genomen, werd aan verzoekster gevraagd om nog bijkomende kostenstaten op te sturen (of eventueel een schatting van toekomstige kosten te maken), teneinde het gevraagde noodhulpbedrag van euro 12.000 op een meer gefundeerde wijze te kunnen verantwoorden. Verzoekster heeft echter geen gevolg gegeven aan deze vraag.

Hoewel een noodhulp in principe enkel wordt toegekend voor reeds gemaakte kosten, belet niets dat de Commissie kan anticiperen op toekomstige kosten.

Luidens punt VI.E. van het verzoekschrift wordt tevens om de toekenning van een noodhulp gevraagd ter dekking van morele schade, tijdelijke of blijvende invaliditeit, verlies of vermindering aan inkomsten, esthetische schade en materiële kosten. In verband hiermee dient aangestipt dat deze schadeposten volgens de constante rechtspraak van de Commissie niet voor de toekenning van een noodhulp in aanmerking komen. Zij kunnen wel gevraagd worden in het kader van een aanvraag tot het bekomen van een hoofdhulp.

Rekening houdend met:

- de ernst van de feiten;

- de zware gevolgen ervan voor verzoekster;

- de hoog oplopende medische kosten;

- de omstandigheid dat verzoekster heeft nagelaten stavingsstukken over te maken die het gevraagde noodhulpbedrag van euro 12.000 kunnen verantwoorden;

meent de Commissie dat de toekenning van een noodhulp van euro 3.000 redelijk en gepast is.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een noodhulp toe van euro 3.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 16 mei 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 14 december 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een noodhulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad