- Decision du 21 mai 2012

21/05/2012 - M12-1-0072/8713

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)°

I. Feiten

De heer Guido Z. wilde op 12 februari 2010 een tram nemen maar deze reed de halte voorbij. Daarop barstte de man, naar verluidt in dronken toestand verkerend, in een woedeaanval uit en ging zijn beklag doen bij een wachtende buschauffeur, zijnde verzoeker. Verzoeker slaagde er niet in om Z. te bedaren.

Z. gaf verzoeker een achterwaartse trap tussen de benen. Verzoeker weerde de stamp met zijn rechterhand af maar brak daarbij zijn pink.

De politie intervenieerde waarbij Z. zich zowel fysiek als verbaal agressief bleef opstellen.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 25 oktober 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Guido Z.

(° 1987), en waarvoor deze veroordeeld werd tot een autonome werkstraf van 65 uren:

"Verdacht van: te ... op 12 februari 2010:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Gene, de slagen of verwondingen hebbende een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge gehad, de misdaad of het wanbedrijf gepleegd zijnde tegen een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een ambulancier, een arts, een apotheker, een kinesitherapeut, een verpleegkundige, een lid van het personeel aangesteld voor het

onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst, in de uitoefening van hun bediening; "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 4.307,09 meer de intresten.

- TWO moreel euro 1.833,09

- BWO en B.I. (2% x euro 1.237) euro 2.474,00

Tevens werd voorbehoud verleend bij consolidatie voor de verdere toename van de secundaire artrose in het gewrichtje A3 van de rechter pink en de eventuele behandelingen ervan die bestaan uit een heelkundige arthrodese.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. V. in zijn verslag van 06/06/2011:

" De heer X. Gene was het slachtoffer van een geweldpleging, arbeidsongeval op 12/02/2010.

Liep hierbij een fractuur op van de rechter pink, aan de basis van het eindkootje, malletvinger.

Behandeling met een spalk.

Werkhervatting op 29/03/2010.

Op dit ogenblik blijft er pijnlijkheid aan het gewrichtje A3 van de rechter pink en er is ook een extensietekort, radiologisch is het gewrichtje A3 misvormd.

Zeker te noteren dat er zich ook een instellende ziekte van Dupuytren is, uiteraard zonder causaal verband met deze geweldpleging, die ook verantwoordelijk is voor enige flexie van die pink.

Voor de traumatische aantasting van het gewrichtje A3 kan er een blijvende invaliditeit en arbeidsongeschiktheid van 2% toegekend worden, er kan onder meer aanvaard worden dat zulk letsel reëel hindert bij het hanteren van het stuur.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 12/02/2010 t/m 28/03/2010

20% van 29/03/2010 t/m 30/04/2010

15% van 01/05/2010 t/m 31/05/2010

10% van 01/06/2010 t/m 30/06/2010

5% van 01/07/2010 t/m 31/08/2010

Consolidatiedatum: 01/09/2010

Blijvende arbeidsongeschiktheid en invaliditeit: 2 %

Esthetische schade: geen

Voorbehoud bij consolidatie: voor verder toename van de secundaire artrose in het gewrichtje A3 van de rechter pink en de eventuele behandelingen ervan die bestaan uit een heelkundige arthrodese, dus vastzetten van het gewrichtje.

Bijna zeker zal het percentage blijvende arbeidsongeschiktheid dan behouden blijven, de pijnlijkheid zal dan verminderen maar het gewrichtje komt dan volledig vast te staan. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 03/01/2012 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde heeft geen gekende verblijfplaats. Zijn laatst gekende adres is voorgesteld tot ambtelijke schrapping.

IV-2. De feiten werden erkend als ‘arbeidsongeval'. Arbeidsongevallenverzekeraar ETHIAS betaalde de medische kosten en het loonverlies terug.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 4.457,09 als tevens voorbehoud voor verdere toename van de secundaire artrose.

- BWO en B.I. (2% x euro 1.237) euro 2.474,00

- TWO moreel euro 1.558,75

- meerinspanningen euro 285,00

- economische schade huishouden euro 139,34

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De posten ‘meerinspanningen' en ‘economische schade huishouden' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De voorgebrachte feiten zijn gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval'. Verzoeker wordt dus conform de arbeidsongevallenreglementering vergoed voor de materiële (economische) component van de blijvende werkonbekwaamheid. Bijgevolg neemt de Commissie enkel de morele component van de bjvende invaliditeit in aanmerking overeenkomstig de berekeningswijze volgens de indicatieve tabel.

Verzoeker vraagt om voorbehoud te maken voor toekomstige kosten ‘voor verder toename van de secundaire artrose in het gewrichtje A3 van de rechter pink en de eventuele behandelingen ervan die bestaan uit een heelkundige arthrodese'.

De Commissie gaat voorlopig niet in op deze vraag. Artikel 37 van de wet voorziet immers in de mogelijkheid om binnen een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de uitbetaling van de (hoofd)hulp, een ‘aanvullende hulp' aan te vragen mits aan de wettelijk voorwaarden voldaan wordt.

Verzoeker zal trouwens, in voorkomend geval, eerst moeten nagaan of een verergering van de schade het voorwerp kan uitmaken van een invaliditeitsherziening binnen de arbeidsongevallenreglementering.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 3.600.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 3.600.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 27 januari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.