- Decision du 4 juin 2012

04/06/2012 - M11-5-0525/8184

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 20 september 2007 werd verzoeker te ... het slachtoffer van een gewelddadige diefstal met afpersing en carjacking, waarbij een geweer in de rug en tegen het hoofd van verzoeker werd geduwd en waarbij ook zijn voeten en polsen werden getapet.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 15 november 2010 werd de heer Soufian Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (diefstal gepleegd d.m.v. geweld of bedreiging, met verzwarende omstandigheden) bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vier jaar en tot een geldboete van euro 1.100.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 2.350 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Luidens de nota burgerlijke partijstelling heeft verzoeker na de feiten maandenlang slapeloze nachten en nachtmerries gehad.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De heer Z. heeft geen gekende woonplaats (het sub II vermeld vonnis werd op 27 januari 2011 betekend aan onbekende woonst), zodat er bijgevolg geen uitvoeringsmogelijkheden zijn.

(De vader van) verzoeker beschikt over een rechtsbijstandsverzekering (DAS), maar de daarin opgenomen waarborg ‘insolventie van derden' is niet van toepassing indien het gaat om "diefstal of afpersing, poging tot diefstal of afpersing, bedrog, poging tot bedrog, inbraak, agressie, gewelddaad of vandalisme." (artikel 4.6 van de polis).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.596,48:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 15.11.10: euro 2.350,00

- administratiekosten: euro 150,00

- materiële schade (gestolen goederen): euro 200,00

- morele schade: euro 2.000,00

- intresten: euro 46,48

- rechtsplegingsvergoeding: euro 200,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. Intresten zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Wat de gevraagde hulp van euro 200 voor materiële schade betreft, dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

Goederen die naar aanleiding van de gewelddaad werden gestolen, vallen niet onder de materiële kosten en komen bijgevolg niet voor de toekenning van een financiële hulp in aanmerking.

Voor de rechtsplegingsvergoeding kan evenmin een hulp worden toegekend nu de procedurekosten ten laste worden genomen door de rechtsbijstandsverzekeraar.

De gevraagde hulpbedragen voor de morele schade en de administratiekosten kunnen naar het oordeel van de Commissie worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 2.150.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 4 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 23 mei 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.