- Decision du 15 juin 2012

15/06/2012 - M10-5-0946/7632

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 2 juni 2006 werd verzoekster rond het middaguur op straat te ... met geweld van haar handtas beroofd.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 25 mei 2009 werden Steven B., Ceylan S. en Valerie D., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (diefstal gepleegd d.m.v. geweld of bedreiging, met verzwarende omstandigheden) veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van drie jaar (deels met uitstel) en een geldboete van euro 1.650 (B. en S.);

- een gevangenisstraf van één jaar (deels met uitstel) en een geldboete van euro 550 (D.).

Op burgerlijk gebied werden de drie beklaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de som van euro 875 meer intresten aan verzoekster.

Blijkens een attest van de griffie verkreeg dit vonnis kracht van gewijsde ten aanzien van verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

Hieromtrent liggen geen gegevens voor.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* De heer Steven B. werd toegelaten tot de collectieve schuldenregeling (mr. V. is schuldbemiddelaar).

De heer S. en mevrouw D. zijn niet meer te lokaliseren (zie het schrijven van de raadsman van verzoekster d.d. 16 augustus 2010).

* In een persoonlijk ondertekende verklaring bevestigt verzoekster dat zij nog geen vergoeding heeft ontvangen of geen aanspraak kan maken op enige verzekeringstegemoetkoming in dekking van de door haar geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.316,98:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 25.05.09: euro 875,00

- materiële schade: euro 500,00

- morele schade: euro 250,00

- administratiekosten: euro 125,00

- rechtsplegingsvergoeding: euro 200,00

- intresten: euro 241,98

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van voornoemde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Verzoekster werd uitgenodigd bewijsstukken over te maken waaruit blijkt dat ze als gevolg van de feiten een ernstig letsel heeft opgelopen, maar zij heeft nagelaten dit te doen.

In die omstandigheden meent de Commissie het hulpverzoek als ongegrond te moeten afwijzen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 augustus 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.