- Decision du 15 juin 2012

15/06/2012 - M11-1-0070/7926

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Uit de stukken blijkt dat de minderjarige Endy X. gedurende jaren door zijn vader mishandeld werd. Arrest dd. 1/10/2008, f° 7 en 8 :

" Door beklaagde is in het strafrechtelijk onderzoek en ter terechtzitting toegegeven dat hij in de opvoeding van zijn minderjarige kinderen Endy X. en Yan X. te gewelddadig is opgetreden, zeker ter gelegenheid van woede-uitbarstingen en dat hij daarbij ter bestraffing afkeurenswaardige methodes gebruikte. Terzake zijn uit de eigen verklaring van beklaagde onder meer te weerhouden: het plaatsen van de kinderen onder een koude douche wanneer zij onzindelijk waren geweest, hen met blote knieën op een regeltje doen zitten, het kind vanop een afstand in de zetel gooien, bij de nek nemen en daarbij overdreven hard nijpen, een van de kinderen dermate hardhandig bij de schouder vastnemen dat de duim van beklaagde uit de kom sloeg (kennelijk eenmalig), met zijn knokels of een stokje op het hoofd slaan, een ontstopper op de rug duwen en het kind op die wijze opheffen of trachten op te heffen (kennelijk eenmalig) . Weliswaar was dit laatste volgens beklaagde bij wijze van grap bedoeld, doch zulks is niet aanneembaar vermits blijkt dat het betrokken kind een bloeduitstorting opliep. "

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 23 mei 2008 werd Adrianus X. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar wegens, onder meer:

"Te ..., tussen 1 augustus 1997 en 15 mei 2007, de feiten de achtereenvolgende en voortdurende uiting zijnde van eenzelfde opzet,

A. tussen 23 augustus 2002 en 15 mei 2007, meermaals, op niet nader te bepalen data:

X. Endy en X. Yan aan een onmenselijke behandeling, zijnde elke behandeling waardoor een persoon opzettelijk ernstig geestelijk of lichamelijk leed wordt toegebracht, onder meer om van hem inlichtingen te verkrijgen of bekentenissen af te

dwingen of om hem te straffen, of om druk op hem of op derden uit te oefenen, of hem of derden te intimideren, onderworpen te hebben, de onmenselijke behandeling gepleegd zijnde op een minderjarige of op een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, door de vader, moeder of door andere bloedverwanten in de opgaande lijn, door enig ander persoon die gezag over hem heeft of die hem onder zijn bewaring heeft, of door iedere meerderjarige persoon die occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenleeft.

[...]

E. Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan een minderjarige, namelijk hierna vermelde personen, de feiten gepleegd zijn door hun vader, moeder of andere bloedverwanten in opgaande lijn, of door enige andere persoon die gezag heeft over de minderjarige of door een persoon die hen onder zijn bewaring heeft, of door een persoon die occasioneel of gewoonlijk samenwoont met het slachtoffer,

I. Tussen 31 maart 2001 en 15 mei 2007, meermaals op niet nader te bepalen data,

X. Endy, geboren te ... op ../../1996.

II. [...]

F. Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan hierna vermelde personen,

I. Tussen 1 januari 2001 en 1 april 2001, meermaals op niet nader te bepalen data,

X. Endy, geboren te ... op ../../1996. "

II-2. Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 1 oktober 2008 werd de tijdsbepaling in A verbeterd in "tussen 22 augustus 2002 en 20 maart 2007", in E.I in "tussen 31 maart 2001 en 20 maart 2007" en in F.I in "tussen 1 januari 2001 en 27 maart 2001" en werd beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar, waarvan één jaar met uitstel gedurende vijf jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van euro 5.000 provisie meer de intresten aan verzoekster q.q. Endy X..

Dit arrest verwierf kracht van gewijsde (attest v/d griffie).

II-3. Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd Adrianus X. bij eindvonnis dd. 19 november 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... veroordeeld tot betaling aan mr. Lieve V. q.q. Endy X. de som van euro 7.554,25 meer de intresten en de kosten van het deskundigenonderzoek.

- TWO moreel euro 9.461,25

- blijvende invaliditeit (3% x euro 2.062 / 2) euro 3.093,00

min de reeds toegewezen provisie - euro 5.000

III. Gevolgen van de feiten

Volgens het psychiatrisch verslag van Dr. C. D..

"9. TRAUMATISERING EN BEHANDELMOGELIJKHEDEN

9.1 Traumatisering

Er zijn behalve gerapporteerde vage (en deels reële) lichamelijke ongemakken geen aanwijzingen van omlijnde acute psychologische/psychiatrische stoornissen die zich laten samenvatten in een

syndromale stoornis. Er zijn meer in het bijzonder geen aanwijzingen van posttraumatische klachten dan wel symptomen (intrusie/vermijding).

Vanuit de opname context in Mastenhof, blijken bij langdurige observatie wel enkele pathologische aspecten aanwezig: zo is er sprake van een lichte vorm van ADHD en een sterke mate van

internalisering van agressie. Er was ten tijde van de verslaggeving in Mastenhof sprake van een dysthymie (lichte depressie), dewelke ten tijde van ons onderzoek niet meer kon vastgesteld worden. Daarentegen is er ook sprake van kenmerken van een dissociatieve identiteitsstoornis. Dit kan niet waargenomen worden in een ambulante onderzoekscontext en gaat enkel opvallen wanneer betrokkene in een observatiesituatie verkeert.

Gezien de geparentificeerde houding is voorbehoud voor de toekomst aangewezen.

Samenvattend kunnen kenmerken van een dissociatieve identiteitsstoornis, alsook een internalisering van agressie (met risico naar psychosomatiek of automutilatie), samen met een parentificatie naar de jongere broer weerhouden worden.

9.2 Behandelmogelijkheden

De problematiek van betrokkene dient opvolging te krijgen vanuit een (kinder)psychotherapeutische invalshoek. Deze is lopende in Mastenhof. Een dergelijke psychotherapie neemt snel meerdere jaren in beslag (3-tal jaar) à rato van 1 sessie per week.

9.3 Schadebepaling

Hoger aangehaalde problematiek veroorzaakte vanaf aanvang van de feiten, tot de aangifte van 15.05.2007 een tijdelijke invaliditeit (in de betekenis van verminderde levenskwaliteit) van 10%. Nadien nam dit toe omwille van het uitkomen van de feiten, wat meer besef geeft van het ontoelaatbare ervan en de plaatsing in wisselende homes. Men kan een invaliditeit in deze periode tot opname in Mastenhof vooropstellen van 15%. Vanaf Mastenhof is er wat meer regelmaat in het leven van betrokkene en wordt er ook consequent psychotherapie verstrekt. De invaliditeit is in deze periode van juli 2008 tot huidig onderzoek, 19.02.2009, terug op een 10% te ramen.

Vanaf dit onderzoek en dit gedurende 3 jaar is theoretisch de invaliditeit op 6% te ramen. Een blijvende invaliditeit van 3% dient voorzien te worden binnen 3 jaar. Het is aangewezen om de medicolegale kant van deze zaak zo spoedig mogelijk af te ronden, met name om geen herevaluaties meer door te voeren binnen enkele jaren en actueel theoretisch te consolideren, daar een dergelijke aanslepende medicolegale afhandeling meestal belangrijke secundaire victimisatie veroorzaakt. De percentages zijn van die grote orde dat er geen significante wijzigingen naar de toekomst kunnen verwacht worden.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Bij de betekening van het vonnis op 31/01/2011 bleek dat de veroordeelde nog steeds in de gevangenis te ... verbleef. Mr. Van K., zijn raadsman, meldt dat zijn cliënt over geen enkele vorm van inkomsten beschikte.

Gerechtsdeurwaarders B. en B. deelden mee dat de veroordeelde over geen onroerende goederen beschikt.

IV-2. Op de vraag " Heeft u reeds geld ontvangen of kan u aanspraak maken op een tegemoetkoming met betrekking tot de ten gevolge van de feiten opgelopen schade?" (p. 5 van het verzoekschriftformulier) heeft verzoekster q.q. geen van de mogelijke vergoedingsopties (rechtsbijstandverzekering, familiale polis,arbeidsongevallenverzekering,...) aangekruist.

Het jeugdige slachtoffer en zijn vader waren ten tijde van de feiten woonachtig onder hetzelfde dak.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster q.q. Endy X. vraagt de Commissie een hulp van euro 27.185,75. Dit bedrag is gebaseerd op de nota burgerlijke partijstelling:

- TWO moreel euro 9.461,25

- blijvende invaliditeit (3% x euro 2.062 / 2) euro 3.093,00

- meerinspanningen euro 7.569,00

- verlies schooljaar euro 7.062,50

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De post ‘meerinspanningen' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Verzoekster q.q. vraagt een financiële hulp voor verlies van een schooljaar. De Commissie ziet geen reden om af te wijken van de dispositieven van het vonnis van 19 november 2010: " Er is geen enkel element waaruit blijkt dat de burgerlijke partij ten gevolge van de strafbare feiten een schooljaar heeft verloren. "

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan

de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdend met:

- de aard, de ernst en de lange periode waarbinnen de feiten zich hebben afgespeeld;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de omstandigheid dat de feiten gepleegd werden door een bloedverwant in opgaande lijn;

- de emotionele en traumatiserende weerslag van de feiten op het jonge slachtoffer;

- de gebruikelijke tarieven gehanteerd door de Commissie in analoge dossiers inzake morele schade;

- de door de wet uitgesloten schadeposten;

meent de Commissie aan verzoekster q.q. de minderjarige Endy X. in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op euro 10.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster q.q. Endy X. een hulp toe van euro 10.000.

Zegt dat die som zal geplaatst worden op een spaarboekje te openen op naam van de minderjarige en dat hoofdsom en intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan de meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 januari 2011 waarbij verzoekster, voogd ad hoc van de minderjarige Endy X., om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.