- Decision du 15 juin 2012

15/06/2012 - M11-5-0062/7922

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 4 oktober 2009 was verzoeker (inspecteur bij de Lokale Politie ...) als voetbalspotter in burger op dienst in het stadion te .... Na afloop van de wedstrijd diende verzoeker zich, samen met een collega, in opdracht van de voetbalcel te begeven naar een kruispunt. Rond 18 uur werden verzoeker en zijn collega op dat kruispunt uitgedaagd door een groepje voetbalsupporters. Teneinde escalatie te voorkomen werd, met goedkeuring van de voetbalcel, besloten om de aanstoker van het uitdagend gedrag te identificeren. Toen verzoeker in de richting van het groepje wilde lopen, werd hij in de massa door een onbekende aangetrapt op de rechterkuit. Verzoeker voelde onmiddellijk een hevige pijn.

II. Vervolging

Verzoeker legde op 4 oktober 2009 bij de Lokale Politie ... klacht neer tegen onbekenden.

Het strafdossier werd door het parket van de procureur des Konings te ... op 30 november 2009 geseponeerd wegens onbekende dader.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker werd overgebracht naar de spoedgevallendienst van het AZ Sint-Jan te ..., alwaar werd vastgesteld dat de rechterachillespees volledig was afgescheurd t.h.v. de hiel. Verzoeker werd hiervoor de dag nadien (5 oktober 2009) geopereerd.

Nadien waren er 60 sessies kinesitherapie.

Op vraag van de raadsman van verzoeker werd aan de Gerechtelijk-geneeskundige dienst (G.G.D.) de opdracht gegeven een deskundig onderzoek van verzoeker uit te voeren.

In het verslag van de G.G.D., neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 juli 2011, wordt een volledige tijdelijke arbeidsongeschiktheid weerhouden van 4 oktober 2009 tot en met 31 januari 2010, met werkhervatting vanaf 1 februari 2010.

Er is consolidatie op 1 februari 2010, met een blijvende invaliditeit van 10 % (ochtendstijfheid t.h.v. de rechterenkel + blijvende pijn bij zware belasting en bij koud en vochtig weer) én een blijvende arbeidsongeschiktheid van 3 % (pijn bij zware inspanningen tijdens het uitvoeren van arbeid als politieagent).

De esthetische schade bedraagt 1 op de schaal van 7 (operatielitteken t.h.v. achillespees).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Aangezien de dader onbekend bleef, kan de geleden schade uiteraard niet op hem verhaald worden.

De feiten betreffen een arbeidsongeval, zodat bepaalde schadeposten reeds werden vergoed door de arbeidsongevallenverzekeraar.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Op basis van de bevindingen van de G.G.D. vraagt verzoeker om de toekenning van een financiële hulp van euro 14.417,62:

- TAO inkomstenverlies: euro 546,99 (*)

- TAO - morele schade: euro 3.000,00

100 % van 04.10.09 t.e.m. 31.01.10 : 120 d. x euro 25

- TAO - verlies economische waarde huisman: euro 2.100,00

- morele schade blijvende invaliditeit: euro 7.560,00

10 % x euro 1.512 per punt / 2 (moreel)

- esthetische schade (1/7): euro 400,00

- intresten: euro 810,63

(*) gedurende de periode van 01.12.09 tot 28.02.10 misliep

verzoeker de niet-belastbare ‘vergoeding voor werkelijke

onderzoekskosten' (maakt geen deel uit van de wedde);

dit bedrag is niet recupereerbaar via de arbeidsongevallenverzekeraar.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Verlies economische waarde huisman' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking.

Eenzelfde opmerking geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

De gevraagde hulp voor het inkomstenverlies heeft betrekking op een door verzoeker mislopen ‘vergoeding voor werkelijke onderzoekskosten'. Aangezien de Commissie, zoals hierboven gesteld, geen integrale schadeloosstelling verzekert, meent zij voor deze schadepost in haar billijkheidsoordeel geen hulp te moeten toekennen. De Commissie huldigt overigens het standpunt dat gemiste premies en toelagen voor prestaties die niet werkelijk werden verricht door de verzoeker, niet worden vergoed.

De gevraagde hulp voor de overige schadeposten ( euro 3.000 voor morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid + euro 7.560 voor morele schade blijvende invaliditeit + euro 400 voor esthetische schade) kan wel integraal worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 10.960.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 januari 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.