- Decision du 15 juin 2012

15/06/2012 - M10-5-1424/7879

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 12 november 2005 omstreeks 2 uur 's nachts waren verzoekers na een feestje op de terugweg naar huis. Mevrouw Y. bestuurde de wagen, terwijl de heer X. naast haar op de passagiersstoel zat. Op de Luikersteenweg ter hoogte van ... (een deelgemeente van ...) naderde een personenwagen (bestuurd door de heer Hassan Z.) aan hoge snelheid het voertuig van verzoekers. Deze wagen knipperde met zijn grootlichten, maar mevrouw Y. gaf geen gevolg aan deze provocaties. Wat verderop dienden beide voertuigen te stoppen aan de verkeerslichten. De heer Z. stapte uit zijn wagen en begon mevrouw Y. uit te schelden. Hierop stapte ook de heer X. uit de wagen teneinde de heer Z. te kalmeren. Deze laatste ging in zijn wagen een matrak en een mes halen. Hij gaf de heer X. enkele rake klappen met de matrak en stak hem met het mes in de rechter schouder. Verzoekers slaagden erin weg te rijden, maar ze werden achtervolgd door de heer Z.. Ze reden naar een nabijgelegen militaire kazerne om er bescherming te zoeken tegen hun belager, die nog poogde hen van de weg te rijden. Bij de kazerne kwam de heer Z. nog op de heer X. aangereden, die maar op het nippertje opzij kon springen.

De heer Z. reed weg en gaf zich nog diezelfde nacht aan bij de politie.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 8 mei 2008 werd de heer Hassan Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vijf maanden.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van volgende bedragen: euro 5.776,58 aan de heer X., euro 500 aan mevrouw Y. en euro 512,98 aan de huwgemeenschap.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de heer en mevrouw X.-Y..

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 29 juni 2010 werd het bestreden vonnis hervormd en werden aan verzoekers de volgende bedragen toegekend: euro 15.953,13 aan de heer X., euro 1.500 aan mevrouw Y. en euro 655,16 aan de huwgemeenschap.

III. Gevolgen van de feiten

A. Voor de heer X.

Na de feiten werd verzoeker overgebracht naar het Sint-...ziekenhuis te ....

Luidens het deskundig verslag d.d. 14 oktober 2007 van Dr. J. D. (aangesteld bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ...) liep verzoeker volgende letsels op:

- psychologische shock met doodsangst;

- whiplash injury met hoofdpijn, duizeligheid, concentratiestoornissen, vermoeidheidsgevoel en nekspanning;

- pijnlijke kneuzing van de neus met een oppervlakkige snijwonde;

- afrukkingsfractuur van de punt van het neusbeentje;

- diepe steekwonde in de schouder tot op de spierlaag.

De deskundige weerhoudt de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit:

60 % van 12.11.05 t.e.m. 12.12.05

30 % van 13.12.05 t.e.m. 12.03.06

20 % van 13.03.06 t.e.m. 12.07.06

10 % van 13.07.06 t.e.m. 11.11.06.

Er is consolidatie op 12 november 2006, met een blijvende invaliditeit van 7 % (waarin een blijvende arbeidsongeschiktheid van 5 % zit vervat). De restletsels betreffen:

- lichte centrale vestibulaire disfunctie van cervicogene etiologie met enerzijds verminderde belastbaarheid van de nekspieren en anderzijds ijlhoofdigheid met lichte draaisensatie toenemend bij snelle hoofdbewegingen en niet volledig verdwijnend bij rust;

- gevoelige neusrug;

- rechter schouderlast vanaf schouderhoogte.

De esthetische schade bedraagt 2 op de schaal van 7 (litteken van steekwonde vooraan op de rechter schouder).

Verzoeker is, ondanks de lichamelijke ongemakken, daags na de feiten terug gaan werken en ook steeds aan het werk gebleven (om zijn werkgever gunstig te stemmen).

B. Voor mevrouw Y.

Verzoekster was zeer zwaar onder de indruk van de feiten en reageerde hierop erg emotioneel.

In zijn attest d.d. 2 maart 2012 bevestigt psychiater Dr. P. S. verzoekster behandeld te hebben voor psychische problemen die rechtstreeks verband houden met de sub I vermelde feiten.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Uit het schrijven van gerechtsdeurwaarder M. S. d.d. 12 oktober 2010 blijkt dat er geen uitvoeringsmogelijkheden zijn lastens de heer Z..

In het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' keerde de rechtsbijstandsverzekeraar (LAR) aan de heer X. een bedrag uit van euro 6.200 (maximumwaarborg). Luidens de brief van LAR d.d. 27 april 2011 valt de vordering voor de morele schade van mevrouw Y. niet onder de dekking van de polis aangezien zij op het ogenblik van de feiten bestuurder was van een voertuig.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekers vragen om de toekenning van een gezamenlijke hulp van euro 19.876,58:

- hoofdsom arrest d.d. 29.06.2010 (Leon X.): euro 15.953,13

- morele schade TAO: euro 2.055,00

- meerinspanningen: euro 1.438,50

- blijvende letsels: euro 10.500,00

7 % BI x euro 1.750 per punt / 2 = euro 6.125

5 % BAO x euro 1.750 per punt / 2 = euro 4.375

- verlies economische waarde huishoudelijke arbeid: euro 459,63

- esthetische schade (2/7): euro 1.500,00

- hoofdsom arrest d.d. 29.06.2010 (Gina Y.): euro 1.500,00

= morele schade

- hoofdsom arrest d.d. 29.06.2010 (huwgemeenschap): euro 655,16

- opleg medische kosten: euro 65,72

- apothekerskosten: euro 44,21

- facturen ziekenhuis: euro 170,23

- kledijschade: euro 250,00

- administratie- en verplaatsingskosten: euro 125,00

- intresten: euro 4.542,82

- provisie + negatieve intresten: - euro 5.747,78

- procedurekosten: euro 2.973,25

- expertisekosten: euro 773,25

- rechtsplegingsvergoeding 1ste aanleg: euro 1.100,00

- rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: euro 1.100,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

A. Hulpverzoek van de heer X.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Meerinspanningen' en ‘verlies economische waarde huishoudelijke arbeid' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Eenzelfde opmerking geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Wat de gevraagde hulp voor de blijvende arbeidsongeschiktheid en blijvende invaliditeit betreft, is de Commissie van oordeel dat er sprake is van dubbel gebruik. Immers, aangezien er geen stukken voorliggen waaruit blijkt dat verzoeker inkomstenverlies heeft geleden, kan enkel rekening gehouden worden met de morele component van de ongeschiktheid. ‘Meerinspanningen', ‘verlies van de economische waarde huishoudelijke arbeid' en/of ‘loutere aantasting van de arbeidswaarde op de arbeidsmarkt (zonder loonverlies)' ressorteren immers niet onder de limitatief opgesomde schadeposten in artikel 32, § 1 van de wet. Aldus meent de Commissie voor de blijvende letsels slechts een hulpbedrag te kunnen toekennen van euro 6.125.

Voor de procedurekosten meent de Commissie geen hulp te moeten toekennen nu deze kosten ten laste worden genomen door de rechtsbijstandsverzekeraar.

Gelet op de bovenstaande opmerkingen stelt de Commissie vast dat het bedrag van de wél voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten in totaal euro 10.335,16 beloopt. Van dit bedrag dient wel nog de verzekeringstussenkomst van euro 6.200 in mindering te worden gebracht.

B. Hulpverzoek van mevrouw Y.

Luidens artikel 31, 1°, van voornoemde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Er ligt een attest d.d. 2 maart 2012 voor, waarin psychiater Dr. S. bevestigt dat verzoekster behandeld werd voor psychische problemen die rechtstreeks verband houden met de hoger vermelde feiten.

De Commissie is evenwel van oordeel dat hiermee niet voldaan is aan de voorwaarde van een ernstig (psychisch) letsel in hoofde van verzoekster. Haar hulpverzoek dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek van de heer Leon X. ontvankelijk en kent hem een hulp toe van euro 4.135.

Verklaart het verzoek van mevrouw Gina Y. ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 31 december 2010, waarbij verzoekers om de toekenning hebben gevraagd van een financiële hulp als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.