- Decision du 27 juin 2012

27/06/2012 - M11-7-0314/8082

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 10 april 2006 ging verzoeker op bezoek bij een vriendin, mevrouw Birgit Y.. Deze ontving tevens twee personen, volgens haar waren zij ‘vrienden van een vriend'.

Met één van deze twee bezoekers ontstond een handgemeen. Verzoeker kwam ten val en kreeg meerdere schoppen over zijn lichaam, meer bepaald in zijn gezicht.

Mevrouw Y. verwittigde de hulpdiensten.

II. Vervolging

Verzoeker legde op 11 april 2006 klacht neer.

Op 11 augustus 2006 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "toevallige feiten met oorzaak in specifieke omstandigheden ".

Op 15 november 2006 legde verzoeker klacht met burgerlijke partijstelling neer.

Bij vonnis dd. 11 mei 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Omar Z. (° 1973), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 38 maanden gevangenisstraf:

"Te ... in de nacht van 10 op 11 april 2006:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Sébastien, de slagen of verwondingen, hebbende een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge gehad; "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 12.289,06 meer de intresten en een RPV van euro 2.000.

Tevens werd voorbehoud verleend voor verwijdering van osteosynthesemateriaal.

Dr. X. Janssens werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Tegen dit vonnis werd geen hoger beroep ingesteld.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. V. in zijn verslag van 27/05/2008:

De heer X. Sébastien, geboren op 20/10/1978, was het slachtoffer van een geweldpleging op 10/04/2006.

Hij werd geslagen en gestampt.

Liep hierbij een hersenschudding op, een tweevoudige fractuur van de onderkaak, een wonde achter het linker oor.

Werd in het ziekenhuis opgenomen tot en met 11/04/2007 voor zijn hersenschudding, er was toen ook een intoxicatie, de wonde achter het linker oor werd gehecht.

Enkele dagen later werd hij terug opgenomen, op 13/04/2006 werd er heelkundig ingegrepen op de kaak, osteosynthese met 3 osteosyntheseplaatjes, ziekenhuisontslag de volgende dag.

Er volgde een interdentale fixatie en de elastieken werden verwijderd op 04/05/2006, de beugels werden klaarblijkelijk verwijderd op 22/05/2006.

Er kan geconsolideerd worden, er is nog wat hinder aan de kin, er is wat asymmetrie aan de kin en er is een litteken achter het linker oor, er is nog wat psychische last.

Te noteren dat betrokkene op het ogenblik van de kwestige feiten op ziekenkas was wegens verslavingsproblematiek.

De menselijke schade kan als volgt ingeschat worden:

Tijdelijke ongeschiktheid

100% van 10/04/2006 t/m 22/05/2006

30% van 23/05/2006 t/m 30/06/2006

20% van 01/07/2006 t/m 31/07/2006

15% van 01/08/2006 t/m 31/08/2006

10% van 01/09/2006 t/m 30/09/2006

5% van 01/10/2006 t/m 31/12/2006

Consolidatiedatum: 1 januari 2007

Blijvende invaliditeit: 2 % voor de globaliteit van de restklachten

Esthetische schade: 1,5 / 7

Voorbehoud: voor verwijdering van de osteosyntheseplaatjes indien dit nodig zou worden

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 8 maart 2010 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde heeft geen gekende verblijfplaats en is ambtshalve geschrapt.

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij DAS. De clausule ‘onvermogen van derden' is evenwel niet van toepassing op een gewelddaad.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 12.250,04 meer de intresten begroot op

euro 3.917,46.

- medische kosten (opleg) euro 1.672,06

- TWO moreel euro 1.820,25

- blijvende ongeschiktheid (2% x euro 2.062) euro 4.124,00

- esthetische schade (2/7) euro 2.000,00

- procedurekosten (inbegrepen RPV) euro 2.633,76

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Nu de feiten geen blijvende arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben, neemt de Commissie enkel de morele component van de blijvende invaliditeit in aanmerking, overeenkomstig de berekeningswijze volgens de indicatieve tabel.

Verzoeker begroot zijn esthetische schade op basis van 2 op de gebruikelijke schaal van 7 (schaal van Julin). De Commissie ziet evenwel geen reden om af te wijken van de door de geneesheer-deskundige op 1,5 op 7 geëvalueerde esthetische schade.

Verzoeker beschikt over een familiale polis met luik rechtsbijstand. De waarborg ‘onvermogen van derden' is niet van toepassing op een gewelddaad.

Dat deze clausule een beperkte draagwijdte heeft, staat volledig los van het principe dat de rechtsbijstandverzekeraar de procedurekosten ten laste moet nemen.

Indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komen de procedurekosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zouden worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de procedurekosten betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de procedurekosten zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 8.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 8.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 maart 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.