- Decision du 27 juin 2012

27/06/2012 - M12-1-0132/8738

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Ter gelegenheid van de arrestatie van betichte Louis Z. op 22 november 2004 door onder meer verzoeker in zijn hoedanigheid van politie-inspecteur, verzette Z. zich met veel geweld.

Verzoeker liep daarbij een rugletsel op.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 10 december 2008 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Louis Z.

(° 1966 ) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 10 maanden gevangenisstraf:

"Te ... op 22 november 2004:

A. Tegen X. Nico en Y. Stefan, dragers of agenten van de openbare macht, wanneer zij handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen, weerspannigheid, zijnde elke aanval, elk verzet met geweld of bedreiging te hebben gepleegd, de weerspannigheid gepleegd zijnde door een enkele persoon voorzien van wapens."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 9.389,60 meer de intresten en een RPV van euro 1.100.

Z. tekende hoger beroep aan maar enkel tegen de beschikkingen op burgerlijk gebied.

Bij eindarrest dd. 16 maart 2010 van het Hof van Beroep te ... werd het bestreden vonnis gewijzigd en werd Z. veroordeeld tot betaling van euro 5.399,19 aan verzoeker, meer de intresten, meer een RPV van euro 900.

- administratie en verplaatsingskosten euro 200,00

- TWO moreel euro 1.760,00

- BWO moreel (3% x euro 1800 / 2) euro 2.700,00

- meerinspanningen voorbehoud

- economische schade huishouden euro 739,19

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. De veroordeelde was toegelaten tot het systeem van de collectieve schuldenregeling. Enkel de civielrechtelijk toegewezen hoofdsom ( euro 5.399,19) werd opgenomen in de gerechtelijke aanzuiveringsregeling en ook uitbetaald.

III-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.000, zijnde de som van de toegewezen rechtsplegingsvergoedingen in eerste aanleg ( euro 1.100) en in hoger beroep ( euro 900).

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

De Minister van Justitie adviseert om de hulpaanvraag, die uitsluitend is samengesteld uit het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding, af te wijzen als niet ontvankelijk aangezien volgens haar deze schadepost niet kan gerekend worden tot de ‘procedurekosten' zoals vervat in vermeld artikel 32, §1, 6°.

De wet van 21 april 2007 voerde een wijziging door van enerzijds de artikelen 162bis en 194 van het Wetboek van Strafvordering en anderzijds van de artikelen 1017 tot 1024 van het Gerechtelijk Wetboek die de uitgaven en kosten regelen die ten laste zijn van de in het ongelijk gestelde partij. Het begrip ‘ rechtsplegingsvergoeding' werd geïntegreerd in Titel IV - "Uitgaven en kosten".

Volgens artikel 1018 Ger.W., dat die kosten opsomt, omvatten de kosten o.m, de zegel-, griffie- en registratierechten, de kosten van de gerechtsdeurwaarders, de kosten van de uitgifte van het vonnis, de erelonen van experten en de rechtsplegingsvergoeding. Artikel 1024 Ger.W. bevat vervolgens een regeling omtrent de kosten van tenuitvoerlegging.

Welnu, sedert een tweetal jaren huldigt de Commissie - en dit volgens een constante rechtspraak op dit vlak - het standpunt dat de rechtsplegingsvergoeding, net als de andere in artikel 1018 Ger.W. opgesomde kosten, als ‘procedurekost' dient te worden beschouwd, met dien verstande uiteraard dat geen afbreuk wordt gedaan aan het subsidiariteitsbeginsel (eventuele tenlasteneming van de RPV door de rechtsbijstandverzekeraar) en aan de toetsing van het billijkheidsprincipe (bv. gedrag van de verzoeker). De Commissie, die zoals reeds gesteld geen volledige schadeloosstelling waarborgt, is, net als inzake de andere schadeposten, niet gebonden door het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat door de rechtbank werd toegewezen. De Commissie oordeelt in billijkheid en kan het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding moduleren, daarbij minstens rekening houdend met het in artikel 2 van het KB van 18 december 1986 voorziene maximumbedrag van

euro 4.000 voor de procedurekosten.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 2.000.

*

* *

P DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 2.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 13 februari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.