- Decision du 27 juin 2012

27/06/2012 - M90562/6740

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoeker vat de feiten van 5 februari 2006 als volgt samen:

" Ik was op een fuif en toen ik naar huis wilde vertrekken, werd ik aangesproken door 4 jongemannen, die mijn fiets wilden meenemen. Nadat ik dit weigerde en vertrok, achtervolgden ze mij en voerden mij naar een zandweggetje in de buurt. Ik werd van mijn fiets gesleurd en werd bedreigd met een zakmes opdat ik mijn geld zou geven.

Ik werd in het gezicht geslagen en in mijn ribben gestampt. De 4 jongemannen hebben geld, mijn bril en mijn fiets gestolen. Ik had een gebroken neus, pijn aan de rug, ribben, maag, borstkas en benen en schrammen op de rug.

Ten gevolge van mijn verwondingen werd ik met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. "

II. Vervolging

Verzoeker legde op datum der feiten klacht neer tegen onbekenden.

Op 15 juni 2006 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "dader onbekend ".

III. Gevolgen van de feiten

Bij bevelschrift dd. 10 november 2009 werd de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst met een medisch deskundigenonderzoek belast.

Het deskundigenverslag werd neergelegd op 18 april 2011

Gerechtelijk-geneeskundige bespreking:

05.02.2006: slagen en stampen gekregen en bedreiging met mes

-> naar Rode Kruis -> naar Ziekenhuis St. D. te ...

 Verschillende kneusletsels

 Fractuur neus

15.02.2006: heelkunde neus: reductie neusfractuur

Betrokkene maakte in februari 2006 door -> R / Aciclovir

28.12.2007: correctie neusseptum en reinigen sinussen.

Betrokkene meldt regelmatig last te hebben van neusverstoppingen en hoofdpijn.

Neusonderzoek toont zware conchae die de neusgang blokkeren -> geen verband met feiten.

Betrokkene is momenteel nog student, hij was ten tijde van de feiten ook student -> tijdelijke invaliditeit (geen arbeidsongeschiktheid).

Geen reserve.

Tijdelijke invaliditeit

100 % van 05.02.2006 tot en met 28.02.2006

30 % van 01.03.2006 tot en met 31.03.2006

20 % van 01.04.2006 tot en met 30.04.2006

15 % van 01.05.2006 tot en met 31.05.2006

5 % van 01.06.2006 tot en met 30.06.2006

0% van 01.07.2006 tot en met 27.12.2007

100 % van 28.12.2007 tot en met 15.01.2008.

30 % van 16.01.2008 tot en met 29.02.2008

20 % van 01.03.2008 tot en met 14.03.2008

10 % van 15.03.2008 tot en met 31.03.2008

5 % van 01.04.2008 tot en met 14.04.2008

Consolidatiedatum: 15.04.2008

Blijvende arbeidsongeschiktheid / invaliditeit: geen

Esthetische schade: geen

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De daders konden niet worden geïdentificeerd.

IV-2. (De ouders van) verzoeker hebben een familiale verzekering afgesloten. Bij niet geïdentificeerde dader komt deze verzekeraar evenwel niet tussen.

IV-3. (De ouders van) verzoeker hebben een hospitalisatieverzekering afgesloten. Verzoeker heeft het aldus geïnde bedrag ( euro 126,20) als tevens de diverse tussenkomsten vanwege de mutualiteit in de medische en farmaceutische kosten reeds in mindering gebracht van het gevraagde hulpbedrag.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.893,29.

- kledijschade euro 100,00

- aankoop nieuwe bril (na aftrek tussenkomst ziekenfonds) euro 183,00

- medische kosten (persoonlijke opleg) euro 528,29

- TWO moreel euro 2.078,75

- procedurekosten (kopies uit strafdossier) euro 3,25

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 2.890.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 2.890.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 12 juni 2009 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.