- Decision du 17 juillet 2012

17/07/2012 - M10-7-1363/7845

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

In de nacht van 19 op 20 september 2009 ging de op dat ogenblik 16-jarige verzoekster met een ander meisje en twee jongens mee naar een appartement in de straat te ....

Eenmaal op het appartement toegekomen werd verzoekster door één van de jongens seksueel misbruikt.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 19 oktober 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Leonid Z.

(° 1989), verstekmakend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 37 maanden gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ..., in de nacht van 19 op 20 september 2009:

Hetzij door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;

A. De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar, namelijk op X. Kimberly geboren te ... (...) op ../../1993 de verkrachting zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, op een persoon die daar niet in toestemt, de daad met name opgedrongen zijnde door middel van geweld, dwang of list of mogelijk gemaakt zijnde door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer;

B. Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar, namelijk op X. Kimberly geboren te ... (...) op ../../1993;"

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan de heer Giovanni X. q.q. zijn minderjarige dochter Kimberly X. de som van euro 8.750 (TWO moreel + verlies schooljaar + meerinspanningen) en een provisie van euro 10.000 voor de blijvende invaiditeit, meer de intresten en een RPV van euro 500.

- B.I. (provisie: moreel-materieel vermengd) euro 10.000,00

- TWO moreel euro 3.000,00

- verlies van een schooljaar ( euro 1000 materieel + euro 3750 moreel) euro 4.750,00

- meerinspanningen euro 1.000,00

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Verzoekster werd onmiddellijk na de feiten opgenomen voor een periode van 2 weken in de crisisopvang van de afdeling psychiatrie in het .... Nadien werd ze doorverwezen naar de crisisunit van het Van C., waarvan onderstaand verslag:

" Kimberly X. wordt sinds 16/04/2009 begeleid in onze voorziening. Ornwille van andere moeilijkheden in haar leven heeft ze reeds heel wat te dragen. We leren Kimberly echter kennen als een meisje met heel wat mogelijkheden die ondanks de lasten die ze reeds op jonge leeftijd heeft, toch heel wat krachten toont en over heel wat mogelijkheden beschikt om van haar leven iets te maken.

Op 19/09/2009 loopt zij echter een traumatische ervaring op; ze wordt slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Aanvankelijk kan Kimberly er niet over praten. We merken wel aan haar ganse houding dat deze ervaring een hele grote impact op haar heeft. Na dit weekend komt Kimberly niet aan op school en is ze ook moeilijk bereikbaar voor de begeleiders. De bezorgdheden nemen toe op het moment dat we ook afscheidsbrieven van haar vinden. Kimberly probeert echter de draad weer op te nemen; wat bij momenten een bijna onmogelijke taak is na de feiten waar ze slachtoffer van is geweest. Zo lukt het Kimberly nog moeilijk om naar school te gaan, hebben deze feiten een effect op haar houding, kan ze nog moeilijk slapen, heeft ze angsten en zit ze ook enige tijd in onzekerheid over een mogelijke zwangerschap en eventuele SOA' s die ze kan opgelopen hebben. Bovendien blijken de resultaten van de aidstest die ze heeft laten afnemen pas na 3 maanden gekend waardoor Kimberly op dit vlak nog veel langer in spanning zit. Later blijkt ook dat ze besmet is met het herpesvirus.

Op maandag 05/10/09 vindt er op vraag van Kimberly een opname in het U. plaats. Deze begeleiding loopt tot 19/10/09. Kimberly wenst langer in het U. te kunnen blijven maar dit blijkt niet mogelijk waardoor ze terugkeert naar onze voorziening. Nadien blijft het voor Kimberly erg moeilijk om haar gewone teven weer verder te zetten. Op allerlei vlakken vraagt de verwerking van deze gebeurtenis heel veel van haar. Door vele ziektes en afwezigheden ten gevolge van de gepleegde feiten op haar loopt ze bijvoorbeeld een hele achterstand op school op waardoor ze niet langer kan aansluiten bij haar klas. Kimberly besluit leercontract op te starten. Het lukt haar echter niet om met regelmaat energie op te brengen om deze opleiding goed te volbrengen. In haar beleving mislukt dat schooljaar door wat haar overkomen is. Op emotioneel vlak blijft deze gebeurtenis ook nog steeds sporen nalaten. Kimberly kampt nog zeer vaak met angsten, nachtmerries, slaapstoornissen, kwaadheid, ... en haar emoties zijn vaak erg wisselend.

We merken dat de verwerking van deze traumatische gebeurtenis heel wat van Kimberly vraagt en zijn er dan ook van overtuigd dat zij heel wat schade geleden heeft en nog steeds schade lijdt door dit gebeuren. Het lijkt ons in het verwerkingsproces van Kimberly noodzakelijk dat de feiten die op haar gepleegd zijn erkend worden. Daarnaast moet er ook oog zijn voor het leed dat dit bij haar teweegbrengt en de moeilijkheden die er voor haar bijkomen om haar toekomst positief verder uit te bouwen. "

PS: verzoekster is niet geslaagd voor het schooljaar 2009-2010.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Verzoekster heeft de expeditie niet laten betekenen. De beheerder van het gebouw meldt dat Z. slechts een drietal weken het appartement bewoond heeft. Omwille van het niet nakomen van financiële verplichtingen was hij gedwongen om het pand te verlaten.

Verder nazicht door de politie bracht aan het licht dat Z. reeds enkele dagen na de feiten een vlucht nam richting Tel Aviv.

IV-2. (De raadsman van) verzoekster schreef op 7 december 2010 rechtsbijstandverzekeraar KBC aan onder verwijzing naar de clausule ‘onvermogen van derden' in de gezinspolis.

KBC antwoordde op 14 februari 2012: "Er is enkel geweten dat de tegenpartij Z. gevlucht is naar Tel Aviv en dus "voorlopig" onvindbaar, maar daarmee is per definitie niet aangetoond dat de tegenpartij insolvabel is. KBC-Defendo zal dus niet vergoeden via de waarborg insolventie van derden."

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 43.956, begroot conform haar nota BP.

- B.I. (forfaitair begroot) euro 30.000,00

(besmetting herpesvirus met recidiverende letsels tot gevolg + levenslange medische consult)

- TWO moreel euro 3.000,00

(durfde het huis niet uit tussen 20/9/2009 en 15/01/2010)

- medische kosten euro 581,72

- verlies van een schooljaar euro 7.375,00

( euro 1000 materieel + euro 3750 moreel + euro 10.000 verlies loopbaan = euro 14.750 / 2)

- meerinspanningen euro 3.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De post ‘meerinspanningen' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een hulp.

Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Zoals vastgesteld ter rechtszitting van 26 april 2012 ontbreken in het voorliggend dossier enkele essentiële gegevens nopens de opgelopen letsels en hun impact, hetgeen de Commissie bemoeilijkt om tot een gefundeerde uitspraak te komen. Teneinde zich daarvan een nauwkeuriger beeld te kunnen vormen, acht de Commissie het aangewezen om de G.G.D. te belasten met een medisch onderzoek.

Na neerlegging van het deskundigenverslag zal verzoekster uitgenodigd worden om op basis daarvan haar schade te begroten.

Ter zitting verklaart verzoekster geen bezwaar te hebben om een medisch deskundigenonderzoek te ondergaan, uit te voeren door de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst op grond van artikel 34bis van de Wet van 1 augustus 1985.

(De raadsman van) verzoekster schreef op 7 december 2010 rechtsbijstandverzekeraar KBC aan onder verwijzing naar de clausule ‘onvermogen van derden' in de gezinspolis. KBC antwoordde op 14 februari 2012: "Er is enkel geweten dat de tegenpartij Z. gevlucht is naar Tel Aviv en dus "voorlopig" onvindbaar, maar daarmee is per definitie niet aangetoond dat de tegenpartij insolvabel is. KBC-Defendo zal dus niet vergoeden via de waarborg insolventie van derden."

De Commissie wijst er op dat de these - namelijk dat een onvindbare veroordeelde niet mag gelijkgesteld worden met een onvermogende veroordeelde - niet correct is en al geruime tijd niet meer wordt aangehouden in de rechtspraak. De Commissie verwijst hierbij naar een drietal rechterlijke uitspraken:

• vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 10 februari 2005, zoals bevestigd bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 10 december 2007 :

"[...] Het begrip "onvermogend" duidt op een situatie waarbij een persoon niet in staat is om zijn geldelijke verplichtingen na te komen. Of meer concreet, als hij niet beschikt over voor beslag vatbare goederen of inkomsten of als de kosten van uitwinning op de voor beslag vatbare goederen of inkomsten het te recupereren bedrag zouden overtreffen. Het bewijs daarvan kan onder meer worden geleverd aan de hand van de bevindingen van een gerechtsdeurwaarder. [...]

De heer O heeft geen gekende woon- of verblijfplaats in België. Hij is onvindbaar. Gelet op de strafrechtelijke en burgerrechtelijke veroordeling die tegenover hem werd uitgesproken, kan redelijkerwijs worden aangenomen dat die situatie zeker niet beperkt zal zijn in de tijd. De heer O heeft er geen belang bij om te worden gevonden.

Of de heer O werkelijk onvermogend is, kan weliswaar niet worden nagegaan, maar het is duidelijk dat hij door zijn onvindbaarheid zijn onvermogen organiseert. De rechtbank

oordeelt dan ook dat er in deze zaak is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 16 van de polisvoorwaarden en de heer O, voor eisers, als onvermogend moet worden erkend.

De NV [...] is dan ook gehouden om tussen te komen in het kader van haar waarborg insolventie."

• vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 14 januari 2009 :

"[...] De dader M. Z. is sinds 26.12.2005 spoorloos en werd op 10.03.2006 ambtshalve geschrapt zonder aangifte van adreswijziging, hetgeen inhoudt dat de vonnissen van de jeugdrechtbank waarbij M. Z. ten aanzien van eiseres werd veroordeeld, onuitvoerbaar zijn.

Er moet worden vastgesteld dat volgens de termen van de polis, zoals hierboven weergegeven, het aan verweerster [... Verzekeringen] is om het onvermogen vast te stellen, zodat de bewijslast bijgevolg bij verweerster ligt.

Verweerster kan evenmin als eiser het onvermogen van M.Z. vaststellen nu deze spoorloos is en blijkbaar van de aardbol is verdwenen zonder enig spoor na te laten.

Eiseres faalt bijgevolg in de blijkbaar op haar rustende bewijslast van onvermogen.

Zoals reeds aangehaald is, gelet op het feit dat M.Z. spoorloos is, het ook voor eiseres totaal onmogelijk het onvermogen van die persoon vast te stellen.

Nu die vaststelling onmogelijk is, moet de desbetreffende clausule in de polis worden geïnterpreteerd in die zin dat dekking wordt verleend wanneer het vonnis ten aanzien van de dader niet verhaalbaar is op die dader, hetgeen hier manifest het geval is.

Bovendien moet worden vastgesteld dat alle elementen van het dossier erop wijzen dat M.Z. ook totaal onvermogend is.

Verweerster is dan ook tot dekking gehouden."

Uit artikel 31bis, §1, 5° van de wet van 1 augustus 1985 (" De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier.") blijkt manifest dat de wetgever het subsidiariteitsbeginsel huldigt en dat het slachtoffer van een opzettelijke gewelddaad dus eerst de verzekeraar in tussenkomst dient aan te spreken alvorens zich te richten tot de Commissie; méér nog, indien nodig een gerechtelijke uitspraak doen uitlokken.

Gelet op de jeugdige leeftijd van verzoekster drukt de Commissie evenwel de hoop uit dat het zover niet zal hoeven te komen...

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en - alvorens ten gronde te oordelen - verwijst het terug naar de bijzondere rol, hetgeen verzoekster de mogelijkheid biedt om eerst haar verzekeraar in tussenkomst aan te spreken.

Beveelt voorts een medisch deskundigenonderzoek en belast de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst met de opdracht om, met inachtneming van de bepalingen van artikel 17 van het K.B. van 18 december 1986 en van artikel 979 van het Gerechtelijk Wetboek,

- kennis te nemen van het dossier;

- mevrouw Kimberly X., geboren op ../../1993, woonachtig te 2840 Rumst, Antoine De Winterstraat 11, medisch te onderzoeken;

- de letsels, zowel fysiek als psychisch, te beschrijven die zij heeft opgelopen ten gevolge van de op 19 september 2009 op haar gepleegde gewelddaden, inclusief de eventuele esthetische schade;

- de aard, de graad en de duur (periode) te bepalen van de invaliditeit die eventueel uit die letsels voortvloeit, tijdelijk of definitief,;

- de morele schade die hieruit resulteert en te bepalen of het slachtoffer nog verdere medische of psychologische begeleiding behoeft;

- de economische arbeidsongeschiktheid te bepalen indien ze vastgesteld wordt;

- van al deze bevindingen een schriftelijk en gemotiveerd verslag op te stellen en dit neer te leggen op het secretariaat van de Commissie binnen de vier maanden na kennisgeving van de opdracht.

Verwijst de zaak inmiddels naar de bijzondere rol.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 9 december 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.