- Decision du 17 juillet 2012

17/07/2012 - M11-1-1068/8510

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoeker (° 1989) en zijn zus Pascaline (° 1987), op dat ogenblik nog zeer jong, werden in de periode 1990-1993 meermaals misbruikt door hun oom Herwig Y..

Pas jaren na het plegen van de feiten kwamen deze aan het licht en ging de dader over tot bekentenissen.

Er volgde een jarenlange procedure voor de correctionele rechtbank te ... waar meerdere vonnissen werden uitgesproken en diverse deskundigenonderzoeken werden bev....

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 15 september 2004 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden onder meer de volgende tenlastelegingen bewezen verklaard in hoofde van Herwig Y. (° 1961) die hiervoor veroordeeld werd tot 4 jaar gevangenisstraf met probatie-uitstel voor een periode van 5 jaar:

Aan verzoeker diende hij euro 1 provisioneel te betalen en psychiater dr. C. V. werd aangesteld als gerechtsdeskundige.

A/

"Het misdrijf dat beschouwd wordt als verkrachting met behulp van geweld, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, gepleegd te hebben op de persoon van het hiernavermelde kind op hiernavermelde tijdstippen, de volle leeftijd van veertien jaar niet had bereikt, met de omstandigheid dat het kind geen volle tien jaar was op het ogenblik van de feiten.

1. Te ..., en bij samenhang te ..., in het gerechtelijk arrondissement ..., meerdere malen op niet nader te bepalen tijdstippen tussen ../../1990 en ../../1992:

X. Pascaline, geboren te ... op ../../1987

B /

Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud op het ogenblik van de feiten, namelijk op de hiema vermelde personen, met de omstandigheid dat de schuldige een bloedverwant in opgaande lijn is, misbruik heeft gemaakt van het gezag of de fa¬ciliteiten die zijn functies hem verlenen.

1. Te ..., en bij samenhang te ..., in het gerechtelijk arrondissement ..., meerdere malen op niet nader te bepalen tijdstippen tussen ../../1990 en ../../1992:

X. Pascaline, geboren te ... op ../../1987

2. [...]

3. [...]

4. [...]

5. Te ..., en bij samenhang te ..., meerdere malen op niet nader te bepalen tijdstippen tussen ../../1992 en ../../1993:

X. Alexander, geboren te ... op ../../1989

6. [...]

II-2. Zowel het O.M. als beklaagde tekenden hoger beroep aan op strafgebied.

Bij arrest dd. 10 februari 2005 bevestigde het Hof van Beroep te ... het bestreden vonnis met uitzondering van enige beperkte hervormingen en verbeteringen die niet van toepassing zijn op de burgerlijke partijstelling van verzoeker.

Dit arrest verwierf kracht van gewijsde (attest griffie).

II-3. Bij vonnis dd. 8 oktober 2008 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de burgerlijke belangen afgehandeld:

- aan Albert X. in eigen naam : euro 3.200,00 morele schade

euro 667,92 oudertherapiekosten

Totaal euro 3.867,92

- aan Christiane Y. euro 3.200,00 morele schade

euro 667,92 oudertherapiekosten

Totaal euro 3.867,92

- aan Pascaline X. euro 84.375,00 invaliditeit (45% x euro 1.875)

euro 899,04 therapiekosten

Totaal euro 85.274,40

- aan Alexander X. (verzoeker) euro 56.250,00 invaliditeit (30% x euro 1.875)

euro 2.338,44 therapiekosten

Totaal euro 58.588,44

Meer de intresten op alle bedragen, meer een gezamenlijke RPV van euro 5.000 voor het gezin X.-Y..

III. Gevolgen van de feiten

Deskundigenverslag door psych. dr. C. V., neergelegd op 18/02/2006

Beantwoording van de vragen van de rechter:

Alexander heeft fysiek geen letsels opgelopen door het seksueel misbruik.

Op psychisch vlak heeft hij duidelijke tekenen van een posstraumatische stressstoornis, zich uitend in inslaapproblemen, maandelijks terugkerende nachtmerries, onverklaarde lichamelijke klachten, angsten in het verleden, aandachts- en concentratieproblemen en een wantrouwende ingesteldheid. Door het reeds zoveel jaren bestaan van deze klachten is ook de ontwikkeling van Alexander grondig beïnvloed: in zijn persoonlijkheidsontwikkeling is hij uitgegroeid tot een jongeman die zeer sociaal wenselijk is, probeert anderen en in zeer grote mate zijn ouders te behagen, die erg afhankelijk is en zich terugplooit op zijn gezin van herkomst. Daarbuiten voelt hij zich verlegen en weet hij zich vaak onvoldoende houding te geven. Hij is een jongen die zich duidelijk zorgen maakt over zichzelf en over zijn familie en hij heeft veel moeite om het gebeurde een plaats te geven. Zijn boosheid over het gebeurde wordt voortdurend door hem ingeslikt, maar de innerlijke spanning die dit veroorzaakt, leidt tot (angst voor en dreiging van) controleverlies. Dit veroorzaakt bij hem en zijn omgeving het gevoel dat hij een 'wandelende tijdbom' is die grote schade zou kunnen aanrichten. De zorgen die Alexander voortdurend voelt en het gevoel van falen, niet voldoen aan zijn te hooggestelde eisen, maken hem tot een jongeman met een neiging tot depressieve reacties.

Of hierdoor een tijdelijke arbeidsongeschiktheid heeft bestaan, valt moeilijk uit te maken gezien de jonge leeftijd ten tijde van het misbruik.

Gesteld kan worden dat Alexander een blijvende invaliditeit heeft opgelopen door het trauma van 30%.

Zelfs met therapie blijft de prognose gereserveerd, omdat het misbruik gedurende zeer veel jaren zijn - wellicht blijvende - sporen heeft nagelaten in de persoonlijkheidsontwikkeling van Alexander. Niettemin is het zoeken van therapie absoluut raadzaam, zoals blijkt uit de herhaalde vraag van Alexander om een afspraak te krijgen bij prof. Adriaenssens. De therapieduur wordt geraamd op drie jaar, met een frequentie van één maal per week. Dat brengt de therapiekost op 156 (3 x 52 weken) x 61,91 euro (kostprijs van een psychotherapie-uur)= 9.657,96 euro voor Alexander individueel en voor de ouderbegeleiding aan een frequentie van ééns per maand op 36 (3 x 12 maanden) x 82,70 euro (kostprijs voor een ouderbegeleidingsuur)= 2.977,20 euro. Dit maakt voor de totale therapie een kostprijs van 12.649,20 euro. Het ziekenfonds kan hiervan de volgende bedragen vergoeden: 156 x 46,92 = 7.319,52 euro en 36 x 62,46 = 2.248,56 (tarieven van geaccrediteerde en geconventioneerde psychotherapeut).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterend gerechtsdeurwaarder schrijft op 3 juli 2008:

" Het registratiekantoor deelt ons mee dat betrokkene geen onroerend goed bezit.

RSZ kent geen werkgever. Roerend is er ter plaatse NIETS van waarde, behoudens het autootje dat we in beslag namen, en waarvan we u de bewijzen overmaakten waaruit zou blijken dat dit geen eigendom is van betrokkene.

Tenzij u revindicatie wil riskeren omtrent deze auto, zijn er géén uitvoeringsmogelijkheden."

De veroordeelde is invalide. Via het OCMW van ..., dat hem opvolgt, betaalt hij maandelijks

euro 50 af; bedragen die nog steeds aan de gerechtsdeurwaarder toekomen om de gerechtskosten te dekken. Verzoeker stelt dat hij aan dit afbetalingstempo nooit enige afkorting op de hoofdsom mag verwachten.

IV-2. De insolventieclausule van de rechtsbijstandpolis is enkel van toepassing op stoffelijke en lichamelijke schade geleden door de verzekerde.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt het financieel hulpbedrag zoals " is omschreven en begroot door de correctionele rechtbank" (zie rubriek II-3).

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdend met:

- de aard, de ernst en de lange periode waarbinnen de feiten zich hebben afgespeeld;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de omstandigheid dat de feiten gepleegd werden door een bloedverwant;

- de emotionele en traumatiserende weerslag van de feiten waarbij het kunnen volgen van een passende therapie een belangrijke factor in het verwerkingsproces lijkt te zijn;

- de gebruikelijke tarieven gehanteerd door de Commissie in analoge dossiers;

meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op

euro 25.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 25.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 7 oktober 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.