- Decision du 17 juillet 2012

17/07/2012 - M10-1-0317/8476

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Zowel verzoekster als haar twee minderjarige kinderen werden seksueel misbruikt en/of aangerand in de eerbaarheid door haar partner.

De kinderen werden onmiddellijk geplaatst.

Vonnis dd. 13/10/2009:

"X. verklaarde dat beklaagde haar tijdens de relatie tegen haar wil anaal gepenetreerd heeft, waarbij hij haar vast nam bij de keel (st. 205).

Bovendien werden onder tenlastelegging D.II en D.III reeds concrete zedenfeiten ten nadele van X. weerhouden, waarbij zij tegen haar wil seksuele contacten met vrienden of kennissen moest ondergaan."

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 13 oktober 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden onder meer de volgende tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Z. (° 1965) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 6 jaar gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ...:

A. In de periode tussen ../../ 2002 en 30 juni 2004, meermaals, op niet nader te bepalen data

De misdaad van verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van het kind Y. Cynthia geboren te ... op ../../1994, dat geen volle tien jaar oud was;

B. In de periode tussen ../../2004 en ../../2007, meermaals, op niet nader te bepalen data

De misdaad van verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van een kind dat de volle leeftijd van veertien jaar niet heeft bereikt, namelijk op de persoon van het kind Y. Cynthia geboren te ... op ../../1994, dat de volle leeftijd van veertien jaar niet bereikt had, doch volle tien jaar oud was, de schuldige behorende tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, namelijk haar stiefvader;

C. Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud

I. In de periode tussen ../../ 2002 en ../../ 2007, meermaals, op niet nader te bepalen data

Y. Cynthia geboren te ... op ../../1994;

II. In de periode tussen ../../2008 en ../../2008, meermaals, op niet nader te bepalen data

Y. Christophey, geboren te ... op ../../1993;

de schuldige behorende tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, namelijk stiefvader;

D. [...]

E. De feiten gepleegd tussen ../../1999 en ../../2008, meermaals, op niet nader te bepalen data, de feiten de voortdurende en achtereenvolgende uiting zijnde van eenzelfde opzet,

De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben op de persoon van X. Marie-Louise, geboren te ... op ../../1971, de verkrachting zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, op een persoon die daar niet in toestemt, de daad met name opgedrongen zijnde door middel van geweld, dwang of list of mogelijk gemaakt zijnde door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer;"

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster in eigen naam de hoofdsom van euro 2.500 (definitief; voor morele schade) meer de intresten, meer een provisie van euro 1.500 voor materiële schade, meer een RPV van euro 650.

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Zowel verzoekster als haar kinderen volgden therapie bij het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 26/01/2010 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde verblijft in de gevangenis. "Roerende uitwinning lijkt ons ook onmogelijk gelet op de loonsoverdrachten die wij lastens hem terugvonden."

IV-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 4.500 : " euro 2.500 morele schade + euro 2.000 medische kosten gemaakt voor zichzelf en de kinderen (tot heden)".

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoekster maakt de gevraagde hulp van euro 2.000 voor de post ‘medische kosten voor zichzelf en de kinderen (tot heden)" - bedrag dat afwijkend van de in gemeen recht toegekende provisie van

euro 1.500 - niet aannemelijk. Bovendien worden de medische uitgaven ten behoeve van de kinderen begrepen onder de afzonderlijk in hun naam neergelegde verzoekschriften.

Wel legt verzoekster ter rechtszitting van 26 april 2012 een overzichtsstaat neer waaruit een persoonlijke opleg van euro 145 blijkt voor het volgen van individuele psychotherapeutische sessies.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 2.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 2.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 17 maart 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.