- Decision du 17 juillet 2012

17/07/2012 - M10-1-0922/7614

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Vonnis 10/12/2008, f° 5

" Op 04.09.2006 deed de burgerlijke partij Luc X., naar aanleiding van een gesprek dat hij met zijn jongste dochter had, aangifte van seksueel misbruik van zijn dochters Sara (° ../../1987) en Dorien (° ../../1992) door hun moeder, beklaagde Z., en haar vriend, beklaagde Starrenburg, en dit in de periode van het jaar 2002 en het jaar 2003.

Naar aanleiding van deze aangifte werden Sara en Dorien gehoord door de politiediensten, wat leidde tot verklaringen van hunnentwege m.b.t. feiten van verkrachting, aanranding van de eerbaarheid en het toebrengen van slagen en verwondingen."

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 10 december 2008 van de rechtbank van eerste aanleg te ...t werd, onder meer, de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van Annita Z. (° 1958), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 3 jaar gevangenisstraf waarvan 2 jaar met uitstel:

"Verdacht van: te ... op niet nader te bepalen datum tussen 31 augustus 2002 en

1 november 2002:

" De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op de persoon van X. Sara, geboren op 25 november 1981, die daar niet in had toegestemd, toestemming er met name niet zijnde wanneer de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list, of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer, met de omstandigheid dat de schuldige een bloedverwant in opgaande lijn of adoptant is, namelijk de moeder."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster (haar dochter) het bedrag van euro 5.000 ten provisionele titel, meer de intresten en een RPV van euro 900.

Z. tekende hoger beroep aan. Bij arrest dd. 17 december 2009 van het Hof van Beroep te ... werd het bestreden vonnis bevestigd in al zijn beschikkingen behoudens:

- wijziging van tenlastelegging A (betrekkend hebbend op feiten gepleegd t.a.v. zus Dorien);

- aan verzoekster wordt ten definitieve titel een bedrag van euro 10.000 voor de morele schade toegewezen.

Vervolgens tekende Z. cassatieberoep aan tegen het arrest. Op ../../2010 verwierp het Hof van Cassatie dit cassatieberoep.

III. Gevolgen van de feiten

Dr. Annelies D. verklaart verzoekster (die zelf psychiatrisch verpleegkundige is) te hebben behandeld in de periode van 30/09/2002 t/m april 2003 om volgende redenen:

"Slaapstoornissen, hyperventilatie, depressie,...

Zij werd verwezen naar de praktijk van dr. D., psychiater, gespecialiseerd in familiale, seksuele en relatieproblemen, waar zij gevolgd werd door de psychotherapeute.

Oorzaak en aanleiding van de depressieve stoornis en het niet meer kunnen functioneren waardoor zij 3 maanden werkonbekwaam was, was de relatie met haar moeder en diens partner die veel te fysiek werd en voor haar ongewenst ver ging, tot seksuele handelingen toe.

Uiteindelijk diende patiënte antidepressiva te nemen en slaaptabletten, iets waar haar moeder lange tijd erg op tegen was, zodat patiënte uiteindelijk pas echt behandeld kon worden toen ze thuis vertrok.

Zij zag zich door de situatie genoodzaakt het huis te verlaten op 21-jarige leeftijd. "

Conclusies uit psychodiagnostisch verslag van dr. Renaat M. dd. 12/11/2002:

" Deze jongvolwassene functioneert op gemiddeld intellectueel niveau.

Op syndromaal niveau kunnen we maximaal spreken van milde aspecifieke depressieve en angstbelevingen.

Descriptief-personaal vinden we overwegend evidentie voor een histrionische stijl (actiefafhankelijk).

Structureel kunnen we geen aanwijzingen vinden voor psychotische elementen. Agressie wordt evenwel massaal verdrongen, de potentiële bewustwording ervan heeft een subjectief deregulerend effect. In zijn totaliteit dus een ‘klassiek hysterisch' profiel.

Psychotherapeutisch lijkt ons het exploreren van agressie en de non-separatie t.a.v. moeder aangewezen. "

Verzoekster legt ook een attest van haar werkgever (psychiatrisch centrum Ziekeren te ...) voor waaruit volgende periodes van werkongeschiktheid na de feiten blijken:

- 22/07/2002 t/m 24/07/2002

- 18/09/2002 t/m 22/09/2002

- 25/09/2002 t/m 20/10/2002

- 24/10/2002 t/m 15/12/2002

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De raadsman van verzoekster deelt mee geen pogingen te hebben ondernomen om het vonnis uit te voeren "om reden dat:

1) betrokkene in het buitenland verblijft, met name in Duitsland;

2) in het kader van de procedure van de vader van mijn cliënte, X. Luc, opzichtens mevrouw Z. Annita, procedure die te maken had met inning van onderhoudsgeld, dit evenmin tot enig resultaat aanleiding heeft gegeven toen betrokkene nog woonachtig was in België, vermits zij geen goederen, bezat.

Bovendien kan ik u meedelen dat de heer X. Luc op dit ogenblik vanwege DAVO steun krijgt voor het onderhoudsgeld dat Z. Annita dient te betalen voor het nog inwonende kind bij de heer Luc X., met name Dorien X..

In bijlage laat ik u dienaangaande alle stukken geworden, onder meer ook de veroordeling van betrokkene wegens niet-betaling van onderhoudsgeld. "

IV-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen. Haar vader Luc X. had een familiale polis afgesloten bij FORTIS maar omdat verzoekster ten tijde van de feiten niet meer bij haar vader inwoonde, komt de verzekeraar enkel tussen voor de schade opgelopen door haar jongere zus Dorien.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 10.000 voor morele schade.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen die overeenkomt met het door haar gevraagde hulpbedrag, namelijk euro 10.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 10.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 11 augustus 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.