- Decision du 26 juillet 2012

26/07/2012 - M12-1-0229/8796

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 20 november 2009 begaf verzoekster, op dat ogenblik 20 jaar oud, studente, zich omstreeks 5 u naar haar kot toen plots twee mannen haar langs achter benaderden. Beiden namen haar vast doch één van hen liep meteen weg toen een wagen van De Post kwam aangereden.

De andere agressor bleef haar vasthouden, ging met zijn hand onder haar rok, in haar onderbroek en wreef over haar vagina.

Toen de wagen van De Post stopte, nam de man ook de vlucht.

Naar aanleiding van een latere zedenzaak werden de twee daders geïdentificeerd. Slechts één van beiden kon berecht worden aangezien de andere zelfdoding pleegde.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 31 oktober 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Robin Z. (° 1986), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 13 jaar hoofdgevangenisstraf:

"Te ... op 20.11.2009:

Om het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, om, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat het wanbedrijf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd,

Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op personen van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, met name op Sarah X., met de omstandigheid dat de schuldige door een of meer personen geholpen werd in de uitvoering van het misdrijf. "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan:

- verzoekster euro 2.000,00 morele schade + intresten

- Y. (moeder) euro 750,00 morele schade + intresten

- Thomas X. euro 1,00 morele schade + intresten

- Alexander X. euro 1,00 morele schade + intresten

Tevens werd voorbehoud verleend voor de kosten van psychologische behandelingen en eventuele medicatie (in hoofde van verzoekster).

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. De dader verrichtte 3 maandelijkse afkortingen van euro 10. Aldus inde verzoekster in totaal

euro 30.

De instrumenterende gerechtsdeurwaarder stelde zijn insolvabiliteit vast. Als gevolg van een gevangenisstraf van 13 jaar is er geen tewerkstelling en bijgevolg evenmin een inkomen.

III-2. De ouders van verzoekster hebben een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij LAR. De clausule ‘onvermogen van derden' is evenwel niet van toepassing op "een agressie, een zedenfeit of een gewelddaad".

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.000 voor morele schade, conform het vonnis.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid het gevraagde hulpbedrag te kunnen toekennen, begroot op euro 2.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 2.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 maart 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.