- Decision du 20 août 2012

20/08/2012 - M10-3-1126/7713

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

- Anouk X. werd tussen 2 september 2007 en 28 februari 2008 door haar vader, de heer Robby X. gedurende enkele maanden ernstig verwaarloosd. Ze kreeg slechte voeding; er was gebrek aan hygiëne en het meisje werd mishandeld.

- Uit het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 10 december 2009: "Beklaagde (Robby X.) werd vervolgd wegens opzettelijke slagen en verwondingen toege-bracht aan zijn zeer jonge dochtertje. Uit de samenlezing van de elementen in het strafdossier, de objectieve vaststellingen door de schooldirecteur en de verklaring van de onafhankelijke getuige Van Eynde, komt het ten genoegen van recht bewezen voor dat de beklaagde zich op gemelde plaats en data heeft plichtig gemaakt aan het hem ten laste gelegde feit (zie hierna: kwalificatie), welke overigens door beklaagde niet ernstig werden betwist."

II. Vervolging

- Beide voogden ad hoc stelden zich burgerlijke partij namens de minderjarige.

- Kwalificatie uit het vonnis t.a.v. Robby X.: "Opzettelijk verwondingen en slagen te hebben toegebracht aan X. Anouk, met de omstandigheid dat het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige of op een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte was om in zijn onderhoud te voorzien eventueel, door haar vader." Verder:

- "Bij de bepaling van de strafmaat wordt rekening gehouden met de concrete aard en objectieve ernst der feiten, de traumatische gevolgen voor het nog zeer jonge kind, tevens met de persoonlijkheid van beklaagde en zijn strafverleden."

- Robby X. werd bij bovenvermeld vonnis op strafrechtelijk gebied veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan mr. J. V. en mr. B. V., beiden in hun hoedanigheid van voogd ad hoc, over de minderjarige X. Anouk euro 2.500 te betalen voor schade, fysiek en moreel vermengd.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

Het gaat om een éénmalig feit van enkele jaren geleden.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Bovenvermeld vonnis werd door de gerechtsdeurwaarder betekend aan de heer Robby X.. Het afschrift kon niet worden ter hand gesteld. Volgens de advocaat is de dader onvermogend. In het vonnis staat dat Robby X. "bouwvakarbeider" is.

V. Begroting van de gevraagde hulp

De advocaat vraagt qualitate qua het bedrag overeenkomstig het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 10 december 2009, nl. euro 2.500 voor schade, fysiek en moreel vermengd.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van voormelde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Met betrekking tot de voorliggende zaak dient de Commissie vast te stellen dat er geen medische attesten of verslagen voorliggen waaruit blijkt dat verzoekster als gevolg van de op haar gepleegde gewelddaden fysieke en/of psychische letsels zou hebben opgelopen. Ook werd geen enkel stuk inzake medische kosten neergelegd.

In die omstandigheden meent de Commissie dat het hulpverzoek onvoldoende onderbouwd is, waardoor het dan ook moet worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 augustus 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

P. VERHOEVEN P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 12 oktober 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van opzettelijke gewelddaden.