- Decision du 20 août 2012

20/08/2012 - M10-3-1293/7808

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoekster had 5 jaar een relatie met Daniël Z.. Nadat in mei 2009 deze relatie door verzoekster werd beëindigd begon Daniël Z. verzoekster te bedreigen en telefonisch te stalken. Hiervoor legde verzoekster tot tweemaal toe klacht neer bij de politie. Op 9 oktober 2009 kwam Daniël Z. de winkel binnen waar verzoekster werkte. Toen zij vanuit het achterkeukentje de winkel betrad werd zij door Daniël Z. geschopt en geslagen in het aangezicht en greep hij haar bij de haren. Op zeker ogenblik werd zij tegen de hoek van een tafel geduwd waarna Daniël Z. een pepperspray leegspoot in de ogen van verzoekster. De dader vluchtte weg met de bankkaart van verzoekster.

II. Vervolging

Kwalificatie in het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 4 februari 2010:

"T.a.v. Daniël Z.:

A. Anna X., die daarvoor klacht neerlegt, te hebben belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren, te ... en bij samenhang elders in het Rijk op verschillende tijdstippen in de periode van 01 mei 2009 tot en met 24 oktober 2009;

B. Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan Anna X., die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden en met de omstandigheid dat de schuldige het misdrijf pleegde tegen zijn echtgeno(o)t(e) of de persoon met wie hij samenleeft of samengeleefd heeft en een duurzame en affectieve en seksuele relatie heeft of gehad heeft te ... op 9 oktober 2009; in staat van wettelijke herhaling;"

Daniël Z. werd voor bovenvermelde feiten op strafrechtelijk gebied veroordeeld respectievelijk tot een gevangenisstraf van 1 jaar, en, in staat van wettelijke herhaling, tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan verzoekster euro 2.195,25 te betalen.

Dit vonnis verkreeg kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

1. Verzoekster werd met verschillende kneuzingen overgebracht naar de spoedafdeling van het ziekenhuis te ..., alwaar een kaakbeenbreuk werd vastgesteld naast de hematomen en bloeduitstortingen.

2. Zij was een volledige maand werkonbekwaam (van 09/10/2009 tot en met 09/11/2009).

3. Thans is zij psychisch nog steeds aangegrepen door de feiten en durft zij amper alleen in de winkel te staan.

4. Het vonnis verwijst naar de medische attesten van de geneesheren Dr. De M. en Dr. Van D..

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Het vonnis vermeldt aangaande de dader: "Daniël Z., van ambtswege afgevoerd op 26 januari 2009, thans aangehouden en opgesloten in de gevangenis in het Penitentiair Complex te ...."

- Uit het solvabiliteitsonderzoek blijkt dat de dader niet gekend was als eigenaar van een onroerend goed. Hij bezit ook geen auto. De gerechtsdeurwaarder besloot dat tenuitvoerlegging onmogelijk is.

- De familiale verzekeraar LAR verleent geen tussenkomst indien de schade voortvloeit uit een opzettelijke gewelddaad.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster begroot haar schade als volgt:

- medische kosten euro 305,50

- schade GSM: ex aequo et bono euro 40,00

- administratiekosten: ex aequo et bono euro 75,00

- wederrechtelijke afhaling geld euro 50,00

- diefstal portefeuille met inhoud euro 40,00

- morele schade TAO euro 781,00

van 09/10/'09 t.e.m. 13/10/'09: 5 d. x euro 25 = euro 125

van 14/10/'09: heelkundige ingreep: 1 d. x euro 31 = euro 31

van 15/10/'09 t.e.m. 08/11/'09: 25 d. x euro 25 = euro 625

- morele schade (andere dan voor TAO: nl. voor belaging) euro 400,00

- procedurekosten euro 699,31

RPV euro 650,00

solvabiliteitsonderzoek euro 19,31

attest kracht van gewijsde euro 30,00

ALGEMEEN TOTAAL euro 2.390,81

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. ‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

Terzake de gevorderde procedurekosten, bestaande uit ‘rechtsplegingsvergoeding', ‘solvabiliteitsonderzoek' en ‘kosten attest van gewijsde' merkt de Commissie op dat de verzoekster een rechtsbijstandsverzekering heeft onderschreven. Uit de neergelegde polis blijkt dat deze schadeposten ten laste van de verzekering vallen. Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, kan de Commissie hiermee dan ook geen rekening houden.

Luidens de vaste rechtspraak van de Commissie dienen de materiële kosten voorzien in artikel 32, § 1, 7°, van de wet van 1 augustus 1985 verband te houden met het opgelopen letsel. De Commissie kan immers enkel een financiële hulp toekennen om ‘ernstige lichamelijke of psychische schade' te lenigen. In het licht van die rechtspraak lijkt de gevraagde hulp voor schade aan GSM, diefstal van portefeuille met inhoud en wederrechtelijke geldafhaling te moeten worden afgewezen.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de door verzoekster opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie in billijkheid aan verzoekster een hulp te kunnen toekennen.

VII. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp ex aequo et bono te kunnen begroten op euro 1.561,50.

*

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 1.561,50.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 augustus 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

P. VERHOEVEN P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 november 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van opzettelijke gewelddaden.