- Decision du 11 septembre 2012

11/09/2012 - M11-7-0456/8150

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Toen verzoeker op 9 februari 2007 naar zijn wagen liep, werd hij zonder aanwijsbare reden aangevallen door de genaamde Roeland Z.. Verzoeker kreeg een schop in de rug, viel voorover en belandde met zijn kin op de betonklinkers. Toen verzoeker trachtte op te staan, hierbij steunend op zijn linker elleboog, diende zijn agressor hem een harde stamp toe op de voorzijde van die elleboog.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 3 april 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Roeland Z. (° 1986), verstekmakend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 4 maanden gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ...:

Het misdrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat het misdrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, het misdrijf rechtstreeks te hebben uitgelokt, als dader of mededader zoals voorzien door artikel 66 van het Strafwetboek.

A. op 09 februari 2007:

Bij inbreuk op de artikelen 392 en 399 al.1 SW, opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan Frederic X. die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden. "

De veroordeelde tekende geen verzet aan tegen dit vonnis dat hem betekend werd.

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd bij eindvonnis dd. 22 juni 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... Z. veroordeeld tot betaling aan verzoeker de som van euro 39.517,52 meer de intresten en een RPV van euro 2.000.

- medische kosten euro 2.559,79

- TWO moreel euro 9.287,27

- B.A.O. (8% x euro 2.767) euro 22.135,46

- esthetische schade (2/7) euro 2.000,00

- verlies van een kans euro 2.500,00

- economische schade huishouden euro 1.035,00

Voorbehoud werd verleend voor:

- progressieve posttraumatische artrose, met noodzaak tot medische behandelingen in de toekomst - cf. medisch voorbehoud gerechtsdeskundige;

- de eventueel verschuldigde belastingen en sociale bijdragen op de toegekende schadevergoedingen voor inkomstenverlies.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. G. Van den B. in zijn verslag van 22/12/2009:

De heer X. liep ingevolge de hem op 9/2/2007 overkomen feiten volgende fysieke letsels op:

- een huidwonde onder de kin

- complexe en fors verplaatste fracturen in de linker elleboog

Hospitalisatie van 09/02/2007 t/m 12/02/2007

Daghospitalisatie op 30/04/2008 (verwijdering OS-materiaal)

Het genezingsproces verliep moeizaam, zoals normaal te verwachten.

Geen voorafbestaande toestand noch voorbeschiktheid.

Restletsels: littekens, beperking van de mobiliteit van de linker elleboog en asafwijkingen

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 09/02/2007 t/m 31/07/2007

100% van 30/04/2008 t/m 04/05/2008

Tijdelijke invaliditeit

50% van 01/08/2007 t/m 31/08/2007

25% van 01/09/2007 t/m 30/09/2007

15% van 01/10/2007 t/m 30/11/2007

25% van 05/05/2008 t/m 31/05/2008

10% van 01/06/2008 t/m 30/06/2008

Consolidatiedatum: 1 december 2007

Blijvende arbeidsongeschiktheid: 8 %

Esthetische schade: 2 / 7 (niet door een heelkundige correctie te verbeteren)

Tijdelijke psychische weerslag: groot

Blijvende psychische weerslag: beduidend

Tijdelijke hulp van derden van 09/02/2007 t/m 11/03/2007 (gipsimmobilisatie), nadien degressief tot 30/04/2007

Voorbehoud: progressieve posttraumatische artrose, met noodzaak tot medische en/of chirurgische behandelingen in de toekomst.

ndere schadeposten: Er was kans op werk als koerier bij FedEx. Door de feiten kon hij niet ingaan op de uitnodiging voor een tweede interview na het interview en de testen op 05/02/2007.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De veroordeelde is toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling. Mr. Christophe De S. werd aangewezen als schuldbemiddelaar bij vonnis dd. 22 november 2010 van de arbeidsrechtbank te .... De vordering van verzoeker werd opgenomen in de gerechtelijke aanzuiveringsregeling maar hij bekwam nog steeds geen enkele betaling.

IV-2. Rechtsbijstandverzekeraar LAR keerde in het kader van de poliswaarborg ‘insolventie van derden' een tussenkomst van euro 6.200 uit.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 52.489,23.

- hoofdsom volgens vonnis van 22/06/2010 euro 39.517,52

- intresten euro 6.124,55

- RPV euro 2.000,00

- kosten gerechtsdeskundige euro 2.663,90

- betekenings-, uitvoerings-, registratiekosten euro 2.183,26

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De posten ‘economische schade huishouden' en ‘verlies van een kans' komen evenmin voor in deze limitatieve opsomming.

Nopens de gevraagde ‘procedurekosten' (waaronder onder meer de RPV) wordt opgemerkt dat het maximumbedrag voor deze post is vastgesteld op euro 4.000 (artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders).

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘B.A.O.' op haar gebruikelijk tarief dat overeenstemt met dat van de indicatieve tabel van het Nationaal verbond van magistraten eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van een hulpbedrag tevens rekening te houden met de door de verzoeker genoten verzekeringstussenkomst (in casu euro 6.200). Er is geen beletsel om in te gaan op de vraag van verzoeker en deze verzekeringstussenkomst toe te rekenen op de schadeposten die, zoals hierboven vermeld, niet opgenomen zijn in de limitatieve opsomming van art. 32, §1 van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdend met:

- de ernst van de feiten;

de gebruikelijke tarieven gehanteerd door de Commissie in analoge dossiers inzake morele schade;

- de door de wet uitgesloten schadeposten,

meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van euro 34.383.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 34.383.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 11 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 3 mei 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.