- Decision du 18 septembre 2012

18/09/2012 - M12-1-0212/8785

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

PV van verhoor dd. 29/11/2007:

" Ik woon bij mijn beide ouders, Kortleven Jeannine en X. Ivo, op bovenvermeld adres. Ik ga school in het S...instituut, ... 5 te .... Gistermorgen was ik te voet op weg naar school. Toen ik rond 08.07u. ter hoogte van de schoolpoort in de ... was, ontplofte er opeens iets vlak naast mijn linkeroor. Ik had hevige pijn. Bleek dat iemand een bommetje in mijn richting had gegooid, dit werd gedaan door twee jongens, waaryan ik er een ken als Z. Elias, een oud-leerling van de school. Degene die hem vergezelde was naar ik vermoed Souleiman, omdat zij steeds met elkaar optrekken. Souleiman woont op de

hoek ...laan - Ter ...laan, boven de videotheek aldaar op het eerste verdiep. Ik heb al lang onenigheid met Z., ik ontmoet deze regelmatig als ik onderweg ben van en naar school, deze heeft thans blijkbaar revanche genomen op mij. Ik ben gisteren met mijn ouders naar het OLV M. ziekenhuis gegaan voor verzorging. Ik overhandig u de ongevalsaangifte en het bijgaand medisch verslag. Momenteel hoor ik niets meer met mijn linkeroor. De behandelende arts heeft mij verwezen om in therapie te gaan, ik moet morgen terug naar het ziekenhuis VZA in ..., ik moet daar vijf dagen worden opgenomen om regelmatig in een drukkamer te verblijven om mijn gehoor te herstellen."

II. Vervolging

Bij arrest dd. 15 december 2011 van het Hof van Beroep te ... werd Elias Z. vrij gesproken op grond van twijfel.

Tijdens die procedure voor het Hof van Beroep deelde de raadsman van Z. aan de raadsman van verzoekster het vonnis dd. 8 oktober 2009 van de jeugdrechtbank mee waarin de verdachte Soulaiman W. eveneens vrijgesproken was op grond van twijfel.

De raadsman van verzoekster merkt hieromtrent op: " In deze laatste procedure heeft mijn cliënte zelfs nooit een oproeping ontvangen van de griffie teneinde haar ervan op de hoogte te stellen dat de zaak zou worden behandeld voor de jeugdrechtbank. Gelet op de vrijspraak van de dader SOULAIMAN heeft een burgerlijke procedure op grond van art. 1382 e.v. geen verdere zin. "

III. Gevolgen van de feiten

Medisch deskundigenverslag dr. W. V. dd. 20/04/2011, aangesteld bij arrest

dd. 06/05/2010 Hof van Beroep ...

Loopbaanevolutie en Planning

De betrokkene studeerde op het ogenblik van de feiten aan het ...instituut 4de Middelb.in de richting Mode. Zij ging nadien over naar de sector" Verzorging" van kinderen en bejaarden.

Zij wil nog één jaar ( 7de) verder studeren in de richting van" Jeugd en Gehandicaptenzorg in het Voortgezet Volwassen onderwijs.

Zij heeft altijd wat gedroomd om bij de politie te gaan maar nu zij deze handicap heeft is deze mogelijkheid voor haar niet weggelegd.

Bij Lichamelijke Oefeningen was zij enkel goed bij het lopen.

Zij is geen lid van enige sportclub aangezien het nu " geen nut meer" heeft.

Wel volgt zij regelmatig de Fitness club.

Sociale en Persoonlijke implicaties.

De betrokkene durft 's avonds niet meer alleen over straat want ze heeft schrik van "bommetjes".

Zij hoort bij haar stages dikwijls moeilijk en moet sommige zaken tweemaal vragen.

ln haar beroepsstages heeft zij last van verstaan van oudere personen en bij het verzorgen van kinderen heeft zij soms last van het te veel aan lawaai.

Klinisch N. onderzoek

Er zijn geen bijzonder bevindingen op het terrein van N. .

GEHOORTESTEN

[...]

Besluit: Invaliditeitsbepaling

Dit komt overeen met een blijvende invaliditeit van 20% volgens Art 712 van de O.B.I.

Inschatting van de graad van WERKONBEKWAAMHEID .

We hebben hier te maken met een nog jonge dame bij het begin van haar carrière.

Mogelijks droomde zij van een loopbaan bij de politie. Wij weten niet of zij daar ooit zou worden aanvaard op grond van fysische en andere testen.

Feit is dat zij vanaf 28.11 2007 door haar éénzijdige doofheid niet meer in aanmerking komt voor alle beroepen waar een éénzijdige doofheid een duidelijke uitsluitingsfactor is zoals: politie, piloot, militair, veiligheidsfunctie e.a.

Toch liggen er voor haar enorm veel andere mogelijkheden open. Zelfs in de sector kleuterzorg, bejaardenzorg, onderwijs enz. is dit feit niet echt een handicap te noemen. Wel kunnen er praktische problemen ontstaan in zeer specifieke situaties .Het feit van niet tegen lawaai te kunnen is meer een psychologisch gegeven dan een fysisch.

Op grond daarvan schatten wij het verloop van de werkonbekwaamheid in als volgt:

Vanaf 18.11.2007 tot 02.12.2007: 100% werkonbekwaamheid

Vanaf 03.12.2007 tot 02.07.2008: 30 % werkonbekwaamheid

Vanaf 03.07.2008 is er een definitieve werkonbekwaamheid van 12 %.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De beide verdachten werden vrijgesproken.

IV-2. Er is geen tussenkomst van een verzekeraar bij niet geïdentificeerde dader.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 136.057,60, herleid tot het wettelijk maximumbedrag ( euro 62.000).

- TWO moreel euro 2.965,00

- B.I. (20%) : gekapitaliseerd euro 73.363,75

- BWO (12%): gekapitaliseerd euro 28.760,23

- meerinspanningen TWO euro 1.272,00

- economische schade huishouden TWO euro 353,70

- economische schade huishouden BWO euro 29.342,92

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De post ‘meerinspanningen' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De post ‘economische schade huishouden' komt evenmin voor in deze limitatieve opsomming.

Terzake de gevorderde hulpbedragen voor de blijvende invaliditeit en voor de blijvende arbeidsongeschiktheid merkt de Commissie op dat zij volgens een zeer constante rechtspraak op dit gebied een ‘hulp' (geen schadevergoeding) toekent volgens een vast tarief per punt en dus niet volgens de kapitalisatie- en splitsingsmethode zoals soms gehanteerd door de burgerlijke rechter hetzij door de correctionele rechter bij de afhandeling van de burgerlijke belangen.

Bovendien is de berekeningswijze van verzoekster voor haar blijvende ongeschiktheid foutief waar zij de percentages van de blijvende invaliditeit (BI) en van de blijvende arbeidsongeschiktheid (BWO) samentelt. Haar BWO (12%) maakt immers een integraal deel van haar BI uit (bepaald op 20%). Naar het oordeel van de Commissie moet dit luik van de financiële hulp dan ook worden (her)berekend als volgt:

- BI euro 2.200 x 8% (of het verschil tussen 20% en 12%) -> euro 17.600

- BWO euro 2.200 x 12% -> euro 26.400

Met de berekeningswijze van het gevraagde hulpbedrag voor de morele schade gedurende de tijdelijke werkonbekwaamheid is de Commissie het eens.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 47.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 47.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 29 februari 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.