- Decision du 19 septembre 2012

19/09/2012 - M12-1-0426/8904

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 24/03/2009 omstreeks 16u30 reed verzoeker richting De H... toen hij aan de wegkant een wagen zag staan die klaarblijkelijk pech had. Hij stopte en stapte uit om te helpen. Te laat bemerkte hij de slechte intenties van de twee mannen die naast de wagen stonden. De daders, twee Franstaligen, grepen hem vast. Een van hen sloeg verzoeker in elkaar en gooide hem in de gracht aan de overzijde van de straat. Daarop verdween het tweetal met de wagen van verzoeker.

Verzoeker werd meteen opgenomen in het Koningin Fabiolaziekenhuis te ... .

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 15 september 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd, onder meer, de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Patrick Z. (° 1985) en Alexandru W. (° 1968) en waarvoor de eerste veroordeeld werd tot 4 jaar gevangenisstraf en de tweede tot 2 jaar gevangenisstraf:

DE EERSTE EN DE TWEEDE:

Als daders, ofwel om een misdaad of wanbedrijf hieronder omschreven te hebben uitgevoerd, ofwel om aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, ofwel om door enige daad tot de uitvoering ervan zodanige hulp te hebben verleend dat, zonder hun bijstand, de misdaad of het wandrijf niet had kunnen worden gepleegd, ofwel om door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, rechtstreeks het misdrijf te hebben uitgelokt:

A. [...]

B. Te ... op 24 maart 2009 door middel van geweld of bedreigingen, ten nadele van X. Franky, een voertuig Opel Astra, die hen niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben, metr de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd door twee personen.

C. [...] enz...

Beiden bevonden zich in staat van wettelijke herhaling.

Op burgerlijk vlak werden Z. en W. bij zelfde vonnis solidair veroordeeld tot betaling aan verzoeker een algehele provisie van euro 5.000 meer de intresten.

Dr. Jan Van M. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Verzoeker heeft na neerlegging van het deskundigenverslag nog conclusies opgesteld voor de correctionele rechtbank maar de burgerlijke belangen werden niet verder afgehandeld, vermoedelijk gelet op het onvermogen van de veroordeelden (zie IV-1).

Tegen het vonnis werd geen rechtsmiddel aangewend.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. J. Van M. in zijn verslag van 20/5/2010:

" [...] .

Hij liep volgende letsels op: een kneuzing op van het linker oog met wazig zicht,

een kneuzing van de derde vinger rechts, een kneuzing van de achterzijde van de rechter dij, schaafwonden en hematomen ter hoogte van de onderarm en de bovenarm links, pijn en roodheid ter hoogte van de linker hemithorax.

Hij ondervond ook van in den beginne last aan de linker schouder, maar dit werd pas hinderlijk en vroeg pas medische verzorging en onderzoek vanaf augustus 2009.

De evolutie van deze letsels werd beschreven.

. zijn oordeel te geven nopens de aard van het genezingsproces en de duur van de hospitalisatie; De letsels genazen binnen een normale termijn. Er was geen hospitalisatie.

. de rechtbank van advies te dienen of er ook psychische restletsels zijn en, zo ja, deze te beschrijven;

Er zijn geen psychische restletsels.

. de duur en de graad van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid te bepalen;

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 25/03/2009 tot 12/04/2009.

Tijdelijke ongeschiktheid:

50 % van 13/04/2009 tot 30/04/2009

25 % van 01/05/2009 tot 31/05/2009

15 % van 01/06/2009 tot 30/06/2009

10 % van 01/07/2009 tot 30/09/2009

5 % van 01/10/2009 tot 18/01/2010

. zijn advies te geven over het tijdstip, waarop het slachtoffer redelijkerwijze, weze het gedeeltelijk, zijn professionele activiteit kon hernemen;

Hij kon redelijkerwijze het werk hervatten vanaf 13/04/2009.

. de datum van consolidatie vast te stellen;

Op 19/01/2010.

. de eventuele blijvende invaliditeit te bepalen, hierbij rekening houdend zowel met de eventuele vooraf bestaande toestand als met het beroep van het slachtoffer en hierbij te specificeren of er een economische weerslag van deze eventuele blijvende invaliditeit is:

o hetzij met bijkomende inspanningen voor het slachtoffer tot gevolg, maar zonder de economische waardevermindering,

4%

.informatie te verstrekken over de medicatie en behandeling, die na consolidatie nodig zal zijn om de stabilisatie van de toestand te handhaven;

Voor de linker schouder moet een arthroscopische evaluatie worden voorzien. Hoewel het niet zeker is dat deze ingreep zal worden uitgevoerd.

Voor de persisterende klachten kan gedurende 1 jaar infiltraties (5) en kinesitherapie (18 sessies per jaar) aanvaard worden tot einde 2010.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder P. De S. stelde een attest van onvermogen op in hoofde van beide veroordeelden. Beiden verblijven in de gevangenis.

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij LAR. In het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' keerde de verzekeraar euro 5.000 uit, zijnde het bedrag van de toegewezen provisie.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 12.243,74:

- administratie en verplaatsingskosten euro 250,00

- vernielde bril euro 495,30

- medische kosten (opleg) euro 154,53

- TWO moreel euro 1.336,25

- B.I. (4% x euro 1.237) euro 4.948,00

- inkomstenverlies euro 131,09

- verlies maaltijdcheques euro 78,00

- meerinspanningen euro 719,00

- economische schade huishouden euro 934,15

- gestolen GSM euro 39,65

- voertuigschade euro 3.157,77

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Meerinspanningen' en ‘economische schade huishouden' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Voor het door verzoeker gevraagde bedrag voor het verlies aan ‘maaltijdcheques' meent de Commissie evenmin een hulp te moeten toekennen nu dergelijke post afhangt van prestaties die niet werkelijk werden verricht.

Materiële schade dient verband te houden met de opgelopen letsels. De Commissie kan alleen die kosten in aanmerking nemen die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet. Daden van agressie gericht tegen goederen (in casu voertuigschade en GSM) vallen daar niet onder.

Gelet op het verslag van dr. Van M. waaruit blijkt dat de op 4% vastgestelde blijvende invaliditeit resulterend uit de voorgebrachte feiten geen economische waardevermindering tot gevolg heeft, meent de Commissie enkel de morele component in aanmerking te moeten nemen.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van een hulpbedrag tevens rekening te houden met de door de verzoeker reeds genoten tussenkomst vanwege zijn verzekeraar (in casu euro 5.000).

Na aftrek van alle posten die niet voor een financiële hulp in aanmerking komen, inclusief de reeds geïnde verzekeringstussenkomst, komt de Commissie tot de vaststelling dat het resterend saldo zelfs negatief is en derhalve niet de wettelijke minimumdrempel van euro 500 bereikt (artikel 33, § 2, van de wet).

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 19 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 mei 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.