- Decision du 19 septembre 2012

19/09/2012 - M90301/6582

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Uit het vonnis van 27/02/2009 van de rechtbank eerste aanleg te ... vernemen we:

"Na een woordenwisseling in een jeugdcafé [P. P. te ...] op 26.1.2008 bracht beklaagde omstreeks 02.00 uur enkele vuistslagen en een voetstamp toe in het gezicht van X. Pedro.

Deze laatste liep een snijwonde op aan de onderlip, en meerdere contusio's in het gezicht. Ook een stukje tand linksonder werd afgebroken.

[...]

Beklaagde werd reeds op 7.12.2007 wegens een gewelddelict veroordeeld. Op 27.5.2008 werd hij wegens vermogensdelicten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met partieel probatieuitstel."

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 27 februari 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ..., werd de genaamde Mathias Z. veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voor de tenlastelegging:

"Te ... op 26 januari 2008:

Bij inbreuk op de artikelen 392, 398 en 399 al.1 van het Strafwetboek opzettelijke slagen of verwondingen te hebben toegebracht aan X. Pedro, die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had."

II-2. Op burgerlijk gebied werd Z. veroordeeld tot betaling van een provisionele schadevergoeding van euro 801,64 aan verzoeker. Tevens werd voorbehoud verleend voor het opvorderen van schadevergoeding voor toekomstige tandheelkundige ingrepen.

Dit vonnis verwierf kracht van gewijsde (brief Procureur des Konings dd. 29/01/2010).

III. Medische gevolgen

Meteen na de feiten werd verzoeker overgebracht naar de spoedgevallendienst van de Sint-Augustinuskliniek te .... Daar stelde Dr. J. D. een werkongeschiktheid vast van 26.1.2008 tot 9.2.2008 en van 11.2.2008 tot 15.2.2008.

Volgens schrijven dd. 20 februari 2009 van tandarts Gaëtan D.:

"Vandaag zag ik Mr. X. Pedro op consultatie met een gefractureerde onderste snijtand

(32, linker onderste tweede snijtand).

Als controle op wortel breuk werd een RX opname genomen, er is geen fractuur van de wortel maar de glazuurbreuk gaat wel tamelijk diep ( voorbehoud zenuw).

Als behandeling kan gestart worden met een klassieke conserverende vulling, misschien met een vijsretentie, opbouw glasionomeer en nanocomposiet .

Volgens RIZIV terminologie is dit een IV klasse vulling ( tarief 78,50 euro, terugbetaling 66,71 euro, pinretentie 3 à 5 euro: niet terugbetaald).

Vullingen moeten regelmatig vernieuwd worden (contact onderkaak van de patiënt met bovenkaak

- punt op punt - is niet bevorderlijk voor een goede retentie van de vulling; de 32 staat in directe beet met de 22).

Bij slechte prognose dient de tand te worden ontzenuwd later (RIZIV barema), te overkronen (geen terugbetaling, nu ongeveer 590 - 600 euro) en bij verlies getrokken en vervangen ( implantaat ongeveer 2000,00 euro).

Dit is een scenario wat niet te voorzien is; de zorgen dienen natuurlijk altijd minimaal te zijn en gericht op tandbehoud.

Bij twijfel of verzekeringsexpertises stuur ik patiënten naar Collega André C. in ... ."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Verzoeker verklaart op eer over geen enkele verzekering te beschikken die de schade vergoedt.

IV-2. Op de vraag of verzoeker reeds geld ontvangen heeft of aanspraak kan maken op een tegemoetkoming met betrekking tot de ten gevolge van de feiten opgelopen schade, luidt zijn antwoord: " Nihil, dader heeft geen gekende woonplaats en uitvoering is dus geheel onmogelijk."

Op verzoek van de verslaggever voerden de politiediensten van ... op 20 januari 2010 een solvabiliteitsonderzoek uit:

"Betrokkene verblijft momenteel te ..., ..., bij de genaamde Y. Christa. Hij leeft er op haar kosten en krijgt kost en onderdak.

Hij is zonder werk en inkomen. Zelf beweert hij niet over een inkomen te beschikken noch op de hoogte te zijn van enige financiële reserve of vermogen.

Het adres waar hij officiëel gedomicileerd is een referentieadres, met name Kaaiplaats 2 te 8630 .... Het adres is wel gelegen op de sociale dienst van het OCMW.

Mathias Z. is een aantal jaren financieel begeleid door het OCMW. Bij het OCMW berust momenteel nog een spaarrekening op zijn naam, opgebouwd in de loop de jaren met geld van zijn inkomen. Dit geld is bestemd om de noodzakelijke kosten te betalen opdat Mathias op sociaal vlak in regel blijft (vb. voor de betaling van de lidgelden voor het ziekenfonds) of voor de betaling van een huurwaarborg ingeval betrokkene een woning vindt.

Op de spaarrekening zou een saldo berusten van ongeveer een kleine 2000 euro."

Gelet op deze laatste bevinding deed verzoeker navraag bij het OCMW van ... of er nog invordering mogelijk was. Dit bleek het geval; er werd op deze wijze betaling bekomen van de provisionele schadevergoeding van euro 801,64.

V. Begroting van de schade door verzoeker

Verzoeker vorderde initieel een hulp van euro 801,64, conform de door de rechtbank toegewezen provisie. In oktober 2010 deelde hij mee dat deze provisie betaald werd door het OCMW van ... dat met het budgetbeheer van de veroordeelde is belast.

Thans vraagt verzoeker nog een ‘aanvullende vergoeding' op basis van het verslag van tandarts dr. D. V. met volgende inhoud:

" Op 09/03/2012 zag ik bovenvernoemde patient op consultatie:

Na klinisch onderzoek stelde ik een discrete glazuurfractuur vast thv. tand 3.3. Deze tand werd in dezelfde zittijd conserverend behandeld.

De totale staat van kosten en erelonen bedroeg 23,50 euro en werd door de patient betaald.(RIZIV tussenkomst: 15,51 euro)

Gezien de patient een bruxist (tandenknarser) is kan er op termijn schade of zelfs loskomen van de vulling optreden, ook verkleuring van de witte composietvulling kan op termijn voorkomen. De restauratie kan op dit moment vernieuwd worden met opnieuw RIZIV tussenkomst.

Indien op lange termijn een kroonrestauratie (porseleinen VMK kroon:+-575 euro) noodzakelijk zou zijn is er geen tussenkomst van het ziekenfonds."

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoeker werd in de loop van de procedure voor de Commissie vergoed door (de budgetbeheerder van) de veroordeelde voor de gevraagde hulp ter waarde van de provisie van

euro 801,64.

Bij vonnis van 27 februari 2009 verleende de correctionele rechter voorbehoud voor het opvorderen van schadevergoeding voor toekomstige tandheelkundige ingrepen.

Bij brief van 14 mei 2012 vroeg verzoeker nog een ‘aanvullende vergoeding' op basis van het verslag van tandarts dr. D. Vandenhouweele (zie rubriek V).

Artikel 37 van de wet van 1 augustus 1985 luidt:

" De commissie kan een aanvullende hulp toekennen wanneer na de toekenning van de hulp, het nadeel kennelijk is toegenomen, onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1.

De aanvullende hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62 000 euro verminderd met de reeds toegekende hulp en de eventuele noodhulp.

Het verzoek tot toekenning van een aanvullende hulp wordt, op straffe van verval, binnen tien jaar te rekenen van de dag waarop de hulp uitbetaald is, ingediend. "

Iedereen die een hoofdhulp bekomt heeft nadien het recht om een aanvullende hulp aan te vragen waarna de Commissie zich over de opportuniteit ervan zal uitspreken. Verzoeker voldoet evenwel niet aan de wettelijke voorwaarden: zijn aanvraag is voorbarig én vroegtijdig ingediend aangezien aan hem (nog) geen (hoofd)hulp toegekend en uitbetaald is.

Het verzoek tot aanvullende hulp dient derhalve zonder voorwerp te worden beschouwd.

In zoverre verzoeker evenwel de intentie heeft om zijn initiële aanvraag tot hoofdhulp uit te breiden op grond van het verslag van dr. V., merkt de Commissie het volgende op:

• Gelet op de in rubriek IV uiteengezette financiële situatie van de veroordeelde en gelet op diens afkorting van de provisie, mag, althans rekenkundig, verondersteld worden dat hij nog over tegoeden beschikt waarmee een bijkomende vordering geheel of gedeeltelijk gelenigd kan worden (zie ook het subsidiair karakter van de hulp zoals vervat in artikel 31bis, §1, 5° van de wet van 1 augustus 1985);

• Dat de reële, vaststaande schade slechts euro 23,50 beloopt;

• Dat dr. V. zich in zijn verslag enkel in de voorwaardelijke wijs uitdrukt nopens de (eventuele) toekomstige tandschade. Dat die schade dus niet vaststaand is aangezien uit de bewoordingen van de tandarts hic et nunc niet met zekerheid kan worden opgemaakt dat die schade zich zal realiseren.

In die omstandigheden meent de Commissie voorliggend verzoek te moeten afwijzen als ongegrond.

Tot slot geeft de Commissie nog mee dat - in de hypothese dat verzoeker alsnog een eindvonnis op burgerlijk gebied zou uitlokken waardoor een nieuwe vervaltermijn zou aanvatten van drie jaar te rekenen vanaf datum van dat vonnis - het verzoeker alsdan nog steeds vrij zal staan om een nieuw verzoekschrift neer te leggen voor de toekomstige maar vaststaande schade die op generlei wijze via de traditionele vergoedingsmechanismen kan gelenigd worden én, vanzelfsprekend, mits voldaan wordt aan alle wettelijke voorwaarden.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek tot (hoofd)hulp ontvankelijk doch ongegrond.

Verklaart het verzoek tot aanvullende hulp zonder voorwerp.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 19 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 25 maart 2009 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.