- Decision du 26 septembre 2012

26/09/2012 - M11-5-0051/7907

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 25 juni 2002 was verzoeker te ... aan het fietsen toen hij plotseling een stekende pijn voelde boven de rechterknie. Toen hij stopte stelde hij vast dat zijn knie bloedde en zag hij dat een persoon vanuit een woningraam op hem geschoten had met een loodjespistool.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 28 juni 2006 werd de heer Dennis Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke verwondingen of slagen) veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden en tot een geldboete van euro 1.000, met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 1.295,25 meer intresten aan de heer en mevrouw X.-Y. qualitate qua hun toen nog minderjarige zoon Frank.

Dit vonnis verkreeg kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker liep een kleine schotwonde in het been op, ongeveer 5 cm boven de knieschijf. Hij werd overgebracht naar het Sint-B...ziekenhuis te ... en mocht na verzorging naar huis. Er was nog gedurende 14 dagen wondverzorging thuis.

In zijn deskundig verslag d.d. 8 april 2004 weerhoudt Dr. J. V. de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit:

100 % van 25.07.02 t.e.m. 05.08.02

25 % van 06.08.02 t.e.m. 31.08.02

15 % van 01.09.02 t.e.m. 30.09.02

10 % van 01.10.02 t.e.m. 31.10.02

6 % van 01.11.02 t.e.m. 24.07.03.

Er is consolidatie op 25 juli 2003, waarbij - in afwachting van een psychiatrisch onderzoek bij Dr. M. ter bevestiging van de aanwezigheid van een posttraumatisch stresssyndroom - een blijvende invaliditeit van ca. 5 % wordt bepaald.

De esthetische schade wordt geraamd op 1 op de schaal van 7 (klein litteken boven de laterale gewrichtsspleet van de rechterknie).

Na het voorval kampte verzoeker enkele maanden met schrik.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Verzoeker ontving nog geen enkele vergoeding vanwege de dader.

De (vader van) verzoeker beschikt over een rechtsbijstandsverzekering (Euromex), maar de daarin opgenomen waarborg ‘onvermogen van derden' is slechts van toepassing indien het gaat om een verkeersongeval (artikel 12, f van de polis).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.408,25:

- morele schade TAO: euro 1.045,25 (cf. vonnis)

100 % van 25.07.02 t.e.m. 05.08.02 : 12 d. x euro 25 = euro 300,00

25 % van 06.08.02 t.e.m. 31.08.02 : 25 d. x euro 6,25 = euro 156,25

15 % van 01.09.02 t.e.m. 30.09.02 : 30 d. x euro 3,75 = euro 112,50

10 % van 01.10.02 t.e.m. 31.10.02 : 31 d. x euro 2,50 = euro 77,50

6 % van 01.11.02 t.e.m. 24.07.03 : 266 d. x euro 1,50 = euro 399,00

- esthetische schade (1/7): euro 200,00 (cf. vonnis)

- materiële schade: euro 163,00

- beschadigde broek: euro 25,00 (cf. vonnis)

- herlakken fiets: euro 138,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Luidens artikel 31bis, § 1, 4°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen kan een financiële hulp worden toegekend onder de volgende voorwaarden:

"Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade."

In de voorliggende zaak dateert het vonnis van de Correctionele rechtbank te ... van 28 juni 2006, terwijl het verzoekschrift pas op 19 januari 2011 bij de Commissie werd ingediend, d.i. méér dan drie jaar na het vonnis.

In zijn schrijven d.d. 19 juli 2012 deelde de raadsman van verzoeker mee dat, aangezien de heer Z. zijn verblijfplaats in Duitsland had, aan het vonnis d.d. 28 juni 2006, vooraleer ten uitvoer te kunnen worden gelegd, exequatur verleend diende te worden conform de EG-verordening 44/2001 betreffende rechterlijke beslissingen en gerechtelijke schikkingen. Het verlenen van het exequatur gebeurde bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 5 november 2008. De raadsman stipt aan dat zijn cliënt tot die datum het vonnis d.d. 28 juni 2006 onmogelijk ten uitvoer kon laten leggen en betoogt dat de driejarige verjaringstermijn voor het indienen van een hulpverzoek bijgevolg slechts een aanvang nam op 5 november 2008.

Na 5 november 2008 heeft verzoeker, met tussenkomst van een Duitse advocaat en van gespecialiseerde instellingen, een solvabiliteitsonderzoek naar de heer Z. gevoerd, met negatief resultaat.

Gelet op die omstandigheden is de raadsman van verzoeker dan ook van oordeel dat het hulpverzoek tijdig werd ingediend.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze een administratief rechtscollege is dat de wettelijke procedurevoorschriften dient na te leven. De wetgever heeft de termijn voor het neerleggen van een verzoekschrift vastgesteld op straffe van verval.

Uit de rechtspraak van de Commissie blijkt dat de driejarige vervaltermijn voor het indienen van een verzoekschrift niet loopt vanaf het moment dat de verzoeker zekerheid krijgt over de insolvabiliteit van de pleger van de gewelddaad (zie onder meer de beslissingen van de Commissie d.d. 3 augustus 2006 inzake dossier M60203 en d.d. 13 oktober 2008 inzake M80780 - Verslag over de werkzaamheden van de Commissie (2005-2009), blz. 360-361).

Aldus ziet de Commissie zich genoodzaakt om het hulpverzoek af te wijzen. Deze afwijzing betekent echter geenszins dat de Commissie blind blijft voor de schade die verzoeker heeft geleden ingevolge de op hem gepleegde gewelddaden en voor de inspanningen die hij zich heeft getroost om hiervoor een vergoeding te bekomen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 september 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 januari 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.