- Decision du 3 octobre 2012

03/10/2012 - 10-5-1156/7733

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 1 februari 2007 was verzoekster in ... iets gaan drinken met enkele vriendinnen. Toen ze daarna allen samen naar het huis van een vriendin wandelden, werden ze plots aangevallen door twee gemaskerde en gewapende mannen. Een van de aanvallers verzocht mevrouw X. om haar handtas af te geven terwijl hij zijn wapen op haar gericht hield. Een vriendin van verzoekster kon haar evenwel wegtrekken. Verzoekster en haar vriendinnen zijn kunnen weglopen naar een nabij gelegen woning, alwaar de politie werd verwittigd.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 1 april 2010 werden de heren Ramazan Z. en Sabri W., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten, veroordeeld - Z. op tegenspraak, W. bij verstek - tot een werkstraf van 160 uren (Z.) en tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan de helft met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar (W.).

Op burgerlijk gebied werden beide beklaagden solidair veroordeeld tot betaling van het bedrag van euro 3.170,32 meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten is verzoekster één week thuisgebleven. Er was evenwel geen arbeidsongeschiktheid omdat verzoekster nog recuperatie had na nachtdienst (ze is verpleegster).

Verzoekster ontwikkelde een angstprobleem, alsook een verminderd veiligheidsgevoel.

Benevens enkele consulten bij Dr. H. i.v.m. medicatievoorschriften was er geen specifieke medische opvolging.

In zijn deskundig verslag d.d. 28 juni 2008 weerhoudt Dr. R. M. (aangesteld bij vonnis d.d. 13 maart 2008) de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit:

100 % van 01.02.07 t.e.m. 08.02.07

25 % van 09.02.07 t.e.m. 28.02.07

10 % van 01.03.07 t.e.m. 12.10.07.

Er is consolidatie op 13 oktober 2007, met een blijvende invaliditeit van 2 % (angstproblematiek), zonder economische weerslag.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Het sub II vermeld vonnis d.d. 1 april 2010 werd bij exploot d.d. 2 juni 2010 aan de beklaagden betekend (met bevel tot betalen d.d. 9 juli 2010), maar hieraan werd geen gevolg gegeven.

In zijn brief van 7 oktober 2010 deelde gerechtsdeurwaarder B. H. mee dat hij zijn tussenkomst afsluit.

* Luidens het verzoekschrift beschikt verzoekster over een verzekering rechtsbijstand (Euromex), maar deze kwam niet tussen in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 4.789,53:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 01.04.10: euro 3.170,32

- verplaatsings- en administratiekosten: euro 50,00

- medische kosten: euro 7,62

- economisch verlies huishouden: euro 227,60

- meerinspanningen: euro 483,10

- morele schade TAO: euro 890,00

100 % van 01.02.07 t.e.m. 08.02.07 : 8 d. x euro 25 = euro 200,00

25 % van 09.02.07 t.e.m. 28.02.07 : 20 d. x euro 6,25 = euro 125,00

10 % van 01.03.07 t.e.m. 12.10.07 : 226 d. x euro 2,50 = euro 565,00

- blijvende invaliditeit (2 %): euro 1.512,00

2 x euro 1.512 per punt / 2

- procedurekosten: euro 1.071,19

- rechtsplegingsvergoeding: euro 650,00

- kosten betekening-bevel: euro 421,19

- intresten: euro 548,02

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Meerinspanningen' en ‘economisch verlies huishouden' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Eenzelfde opmerking geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Voor de procedurekosten meent de Commissie evenmin een hulp te moeten toekennen, nu deze kosten principieel ten laste zijn van de rechtsbijstandsverzekeraar (Euromex).

De gevraagde hulp voor de overige schadeposten kan naar het oordeel van de Commissie integraal worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 2.459,62.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 oktober 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 13 oktober 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.