- Decision du 17 octobre 2012

17/10/2012 - M12-1-0223/8792

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Tussen ../../2004en 31 maart 2005 mishandelde de echtgenoot van verzoekster hun zoontje Jesse, op dat ogenblik een baby.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 22 oktober 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van Wesley X. (° 1985) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 12 maanden gevangenisstraf met uitstel:

"Te ..., meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen in de periode van ../../2004 tot 31 maart 2005, minstens op 27/10/2004:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Jesse, die voor deze hetzij een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden, met de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd op een minderjarige, geboren zijnde op ../../2004, door zijn vader."

Op burgerlijk vlak werd X. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan:

- verzoekster qualitate qua Jesse: een provisie voor morele schade, ex aequo et bono begroot en herleid tot euro 750;

- verzoekster in eigen naam: een provisie voor materiële en morele schade, ex aequo et bono begroot en herleid tot euro 500;

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. Op 14/10/2011 werd het vonnis van 22/10/2007 betekend aan de veroordeelde.

De instrumenterende gerechtsdeurwaarder deelt op 10/11/2011 mee:

" De schuldenaar zou onder collectieve schuldbemiddeling geplaatst zijn bij mr. D. Kurt, advocaat te .... Deze schuldbemiddeling was ons niet bekend door het feit dat de schuldenaar verhuisd is naar het arrondissement ... en gezien de collectieve schuldbemiddeling dateert van voor de verplichte registratie in het Centraal Bestand voor Beslagberichten, namelijk 18/01/2010.

Volledigheidshalve dien ik te vermelden dat de uitvoeringsmogelijkheden beperkt zijn tot een PC met toebehoren en flatscreen monitor en een kleine verzameling DVD's en CD's. De overige meubelen of roerende goederen die enige waarde kunnen vertegenwoordigen zijn eigendom van zijn huisgenote. "

III-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

Zij heeft een familiale polis afgesloten maar op het ogenblik van de feiten maakte de dader deel uit van het gezin.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt in eigen naam om de toekenning van een hulp van euro 592,34 ( euro 500 morele schade + euro 92,34 procedurekosten).

V. Beoordeling door de Commissie

Artikel 31bis, §1, 4°, van de wet van 1 augustus 1985 luidt:

"Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade. "

In het voorliggend dossier dateert het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... van 22 oktober 2007. Het verzoekschrift werd evenwel pas op 2 maart 2012 bij de Commissie ingediend, d.i. méér dan drie jaar na het vonnis.

De Minister van Justitie adviseert om het verzoek als niet ontvankelijk af te wijzen.

(De raadsman van) verzoekster heeft op dit schrijven niet gereageerd, noch op het verslag betekend op 17 april 2012.

Aangezien in het in het verslag van de verslaggever reeds opgemerkt werd dat het verzoek kennelijk onontvankelijk is, doet, overeenkomstig artikel 30, § 3, tweede lid, van de wet en artikel 16bis van het K.B. van 18 december 1986, de voorzitter van de kamer als enig lid uitspraak over de onontvankelijkheid.

De Commissie wenst evenwel te beklemtonen dat de afwijzing van voorliggend verzoekschrift evident geen afbreuk doet aan het leed van verzoekster, waarvoor de Commissie alle begrip betoont. Als administratief rechtscollege heeft de Commissie zich evenwel te houden aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die haar werking regelen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Voorzitter,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek onontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 2 maart 2012, waarbij verzoekster in eigen naam om de toekenning heeft gevraagd van een hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.