- Decision du 17 octobre 2012

17/10/2012 - M12-1-0128/8735

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoekster was in de periode van 1 januari 2005 tot 31 december 2006 het slachtoffer van meerdere pogingen tot verkrachting gepleegd door de genaamde Carlos Z. in het tehuis ‘T...', een instelling waar op het ogenblik van de feiten zowel verzoekster als de dader verbleven.

II. Vervolging

Bij beschikking dd. 14 maart 2008 van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de internering gelast van de genaamde Carlos Z. (° 1961) voor onder meer de volgende bewezen geachte tenlastelegging:

" A. Gepoogd te hebben, de misdaad van verkrachting te plegen, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt, toestemming er met name niet zijnde wanneer de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een

geestelijk gebrek van het slachtoffer, waarbij het voornemen om de misdaad te plegen zich heeft geopenbaard door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun

uitwerking hebben gemist,

met de omstandigheid dat de verkrachting verpleegd is op de persoon die ingevolge zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid bijzonder kwetsbaar is, of onder bedreiging van een wapen of op een wapen gelijkend voorwerp,

met de omstandigheid dat de verkrachting is voorafgegaan of gepaard gegaan met de handelingen bedoeld in artikel 417 ter van het SWB of met opsluiting,

meermaals op de persoon van Karla X., geboren op 23 apri11979,

Te ..., in de periode van 1 januari 2005 tot 31 december 2006. "

Op burgerlijk gebied werd Z. bij zelfde beschikking onder meer veroordeeld tot betaling aan:

- verzoekster: euro 4.000 voor morele schade

- Hubert X. (vader van verzoekster) euro 1.000 ( euro 250 materieel +

euro 750 moreel)

- Gerda Y. (moeder van verzoekster) euro 1.000 ( euro 250 materieel +

euro 750 moreel)

meer de intresten, meer een RPV van euro 650.

Zowel het O.M. als Z. tekenden hoger beroep aan tegen deze beschikking.

Bij arrest dd. 20 mei 2008 van de Kamer van Inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te ... werden de hogere beroepen als ongegrond afgewezen en de bestreden beschikking bevestigd.

III. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 5.849,31.

- hoofdsom volgens beschikking van 14/03/2008 euro 4.000,00

- intresten euro 1.027,01

- RPV euro 650,00

- kosten gerechtsdeurwaarder euro 172,30

IV. Beoordeling door de Commissie

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Op 15 februari 2012 schreef het secretariaat van de Commissie, bij wijze van ontvangstmelding van het verzoekschrift, aan de (raadsman van) verzoekster:

" Spijts het leed waarmee uw cliënten geconfronteerd werden/worden moet ik helaas vaststellen dat er zich terzake hun verzoekschriften een ernstig ontvankelijkheidsprobleem voordoet.

Artikel 31bis, § 1, 4°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen luidt als volgt:

" 4° Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade. "

In het voorliggend dossier dateert het arrest van de Kamer van Inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te ... van 20 mei 2008. De verzoekschriften zijn evenwel pas op 13 februari 2012 bij de Commissie ingediend, d.i. méér dan drie jaar na het arrest. Aldus moet vastgesteld worden dat de verzoeken laattijdig werden ingediend.

Het hierboven geciteerd wetsartikel is duidelijk: voor de beoordeling van het al of niet tijdig indienen van de hulpverzoeken bij de Commissie dient men uit te gaan van de datum van de desbetreffende uitspraak, niet de dag waarop de betrokken beslissing in kracht van gewijsde is getreden (Arrest Raad van State, nr. 3714 van 6 januari 2009 inzake G/A 190.722).

Mag ik - gelet op het bovenstaande waaruit de manifeste onontvankelijkheid van de verzoekschriften blijkt - uw cliënten beleefd vragen om afstand te doen van hun verzoeken?"

(De raadsman van) verzoekster heeft op dit schrijven niet gereageerd, noch op het verslag betekend op 17 april 2012.

De Minister van Justitie adviseert om het verzoek als niet ontvankelijk af te wijzen.

Aangezien in het verslag van de verslaggever reeds opgemerkt werd dat het verzoek kennelijk onontvankelijk is, doet, overeenkomstig artikel 30, § 3, tweede lid, van de wet en artikel 16bis van het K.B. van 18 december 1986, de voorzitter van de kamer als enig lid uitspraak over de onontvankelijkheid.

De Commissie wenst evenwel te beklemtonen dat de afwijzing van voorliggend verzoekschrift evident geen afbreuk doet aan het leed van verzoekster, waarvoor de Commissie alle begrip betoont. Als administratief rechtscollege heeft de Commissie zich evenwel te houden aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die haar werking regelen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Voorzitter,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek onontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 13 februari 2012, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.