- Decision du 18 octobre 2012

18/10/2012 - M12-1-0005/8672

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Kimberly (° 2000), de minderjarige dochter van verzoeker, werd door de huidige echtgenoot van zijn ex-echtgenote meermaals verkracht en aangerand in de periode 1 juli 2008 tot en met 4 december 2010.

Verzoeker oefent thans exclusief het ouderlijk gezag over Kimberly uit.

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 24 mei 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van Marc Z. (° 1962) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 4 jaar gevangenisstraf waarvan 2/3 met uitstel gedurende 5 jaar mits naleving van strikte voorwaarden:

"te ...

A. meermaals in de periode van 1 juli 2008 tot ../../2008

De misdaad beschouwd als verkrachting met behulp van geweld te hebben gepleegd, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd werd op de persoon van een kind dat geen volle tien jaar oud was, met name op X. Kimberly, geboren te ... op ../../2000, met de omstandigheid dat de schuldige behoorde tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, te weten haar stiefvader.

B. meermaals in de periode van ../../2008 tot 4 december 2010

De misdaad beschouwd als verkrachting met behulp van geweld te hebben gepleegd, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd werd op de persoon van een kind dat de volle leeftijd van veertien jaar niet had bereikt maar volle tien jaar oud was, met name op X. Kimberly, geboren te ... op ../../2000, met de omstandigheid dat de schuldige behoorde tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, te weten haar stiefvader.

C. meermaals in de periode van 1 juli 2008 tot 4 december 2010

Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud, met name op X. Kimberly, geboren te ... op ../../2000, met de omstandigheid dat de schuldige behoorde tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, te weten haar stiefvader.

II-2. Op burgerlijk vlak werd Z. veroordeeld tot betaling van de volgende sommen:

- aan verzoeker in eigen naam: euro 2.500 + RPV van euro 990

- aan verzoeker q.q. Kimberly X.: een provisie van euro 5.000

- aan Y (moeder) in eigen naam: euro 2.500 (moreel) + RPV van euro 440

Het vonnis verwierf kracht van gewijsde op 30 juni 2011.

III. Gevolgen van de feiten

Vonnis dd. 24/05/2011, f° 5: "Voor Kimberly X. wordt op dit ogenblik enkel een provisionele schadevergoeding toegekend. Deze wordt bepaald op 5.000 euro. Over de toestand van Kimberly en de gevolgen die zij ondervindt, wordt weinig of niets gezegd in de schadenota. Kimberly zou niet willen praten over hetgeen gebeurd is. Zij wordt niet psychologisch begeleid. Het valt nochtans te verwachten dat zij op termijn professionele hulp zal nodig hebben, hetgeen gepaard gaat met bijkomende kosten. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De raadsman van de veroordeelde laat op 1 juli 2011 weten dat zijn cliënt in de gevangenis verblijft en in de onmogelijkheid verkeert om aan de schulvordering te voldoen.

Z. baatte voorheen een eigen handelszaak uit. Gelet op de aard van de feiten waartoe hij werd veroordeeld, zal hij deze handelsactiviteit niet meer kunnen opnemen bij zijn vrijlating.

IV-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen behoudens de betaling van de procedurekosten door de rechtsbijstandverzekeraar.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt een financiële hulp voor hetgeen werd toegekend bij vonnis van 24/05/2011, meer de intresten:

- morele schade euro 2.500,00

- RPV euro 990,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Op rechtszitting dd. 21 juni 2012 van de Commissie deelt de raadsman van verzoeker mee dat de rechtsbijstandverzekeraar tussenkomst verleende voor de procedurekosten.

Verzoeker vraagt aan de Commissie een financiële hulp voor de rechtsplegingsvergoeding.

Welnu, indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 1.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 1.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 januari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.