- Decision du 18 octobre 2012

18/10/2012 - M12-1-0264/8815

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 28 december 2008 bleef Laura, de 14 jarige dochter van verzoekster, slapen bij haar 18 jarige vriendin Lisa. Toen Lisa's ouders naar het theater waren vertrokken, kwamen drie jongens langs. Ze dronken samen met hen alcohol met bessensmaak en trachtten drugs te verkopen, wat niet lukte. Een van de jongens, de 18 jarige Wesley Z., trachtte Laura dronken te voeren. Hij was op de hoogte van haar leeftijd.

Op gegeven ogenblik gaf Laura te kennen dat ze moe was en hoofdpijn had en daarom ging slapen. Wesley is haar gevolgd naar boven. Laura, die nog niet eerder seksuele contacten had, zei dat ze geen seks wilde en stribbelde tegen. Het weerhield Z. er niet van om tot penetratie over te gaan.

II. Vervolging

Bij eindarrest dd. 17 november 2011 van het Hof van Beroep te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Wesley Z. (° 1990), verstekdoend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 1 jaar gevangenisstraf met uitstel van 5 jaar:

"Te ... op 28 december 2008:

A. De misdaad van verkrachting, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd te hebben op de persoon van een kind boven de volle leeftijd van veertien jaar en beneden die van zestien jaar, namelijk op X. Laura, geboren te ... op ../../1994, die daar niet in had toegestemd, hetzij doordat de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde arrest veroordeeld tot betaling aan:

- verzoekster in eigen naam euro 250,00 morele schade

- de heer Johnny X. (vader) in eigen naam) euro 250,00 morele schade

- verzoekster en Johnny X. q.q. Laura X. euro 1.500,00 morele schade

- huwgemeenschap X. - Y. euro 626,44 materiële schade

Terzake de materiële schade (medische kosten en verplaatsingen): "Uit de MSN berichten tussen Laura en Lisa blijkt dat er reeds onmiddellijk na de feiten beroep werd gedaan op deskundige bijstand. Gelet op het verhoor van het slachtoffer en op de stukken neergelegd door de burgerlijke partijen ter zitting komt de door hen gevorderde materiële schade gegrond voor. "

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. In een brief dd. 01/03/2012 gaat de voorlopig bewindvoerder van de veroordeelde uitgebreid in op de insolvabiliteit van zijn pupil. Hij verklaart onder meer dat de beschermde persoon na maandenlange detentie thans opnieuw een leefloon heeft aangevraagd bij het OCMW.

"Ik heb geen enkele financiële reserve en heb in feite alle moeite om elke maand de uitgaven van de beschermde persoon te betalen. Deze laatste dient als volledig insolvabel aanzien te worden. Het enige dat hij heeft is een waardeloze inboedel in zijn huurappartement [...]".

III-2. Rechtsbijstandverzekeraar Euromex komt niet tussen op grond van de insolventieclausule aangezien deze enkel schade dekt die uit verkeersongevallen voortspruit.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster in eigen naam vroeg initieel om de toekenning van een hulp van euro 250 meer de intresten. Tevens vroeg zij samen met haar echtgenoot namens de tussen hen bestaande huwgemeenschap een financiële hulp van euro 626,44 meer de intresten (zie arrest dd. 17/11/2011).

Aangezien uit de artikelen 31, 32 en 33 van de wet van 1 augustus 1985 manifest blijkt dat alleen natuurlijke personen in aanmerking komen voor een hulp door de Commissie (en dus geen "huwgemeenschap"), werd om deze reden het verzoek namens de huwgemeenschap niet ingeschreven op de algemene rol van de Commissie. De schadepost, waarmee de huwgemeenschap benadeeld is geweest, werd dan volgens een 50%-50% verhouding tussen de beide echtelieden verdeeld waardoor de vraag van verzoekster, aldus herberekend, euro 563,22 beloopt.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoekster vraagt een hulp in haar hoedanigheid van "ouder van een slachtoffer dat minderjarig is op het ogenblik van een opzettelijke gewelddaad en dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 31,1°, of personen die op dat ogenblik voorzagen in het onderhoud van de minderjarige" conform artikel 31, 3°, van voormelde wet.

Voor deze categorie slachtoffers somt artikel 32, §3, op limitatieve wijze de schadeposten op die in aanmerking komen voor een hulp vanwege de Commissie:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° de procedurekosten.

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 563.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 563.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 9 maart 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.