- Decision du 30 octobre 2012

30/10/2012 - M12-5-0619/9019

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 17 oktober 2011 werd verzoeker te ... vastgegrepen door Gino Z. en Tommy V., waarna hij enkele vuistslagen in het aangezicht kreeg van Stef W. . De reden hiervoor was dat W. vermoedde dat verzoeker euro 700 van hem gestolen had.

Vervolgens werd verzoeker naar de slaapkamer gebracht, waar zijn handen en voeten werden vastgebonden. Hij moest op zijn buik gaan liggen, waarna er enkele telefoonboeken op zijn rug werden gelegd. Gedurende 5 à 10 minuten werd dan met een zware hamer op de telefoonboeken geslagen. Nadien werd verzoeker nog met een leren riem bewerkt, moest hij zout water drinken, enz.

Verzoeker probeerde te ontsnappen uit het raam, maar hij viel naar beneden en liep daarbij verschillende breuken op (zie verder punt III).

II. Vervolging

Verzoeker diende klacht in bij de lokale politie ... .

Het strafdossier werd op 18 juni 2012 door het parket van de procureur des Konings te ... geseponeerd wegens onvoldoende bewijzen. In verband met dat laatste deelde de procureur des Konings te ... mee dat de aanwezige personen ofwel niet verhoord konden worden (wegens gebrek aan vaste woon- of verblijfplaats) ofwel hun betrokkenheid ontkenden. De feiten speelden zich af binnen het milieu van druggebruikers.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker overgebracht naar het ... ziekenhuis te ..., alwaar hij tot 21 november 2011 verbleef.

Verzoeker brak de beide enkels en kuitbenen en onderging een operatie.

Verzoeker is sinds de feiten volledig arbeidsongeschikt.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoeker niet over enige verzekering die de geleden schade vergoedt.

V. Begroting van de gevraagde (nood)hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een noodhulp van euro 15.000 en van een hoofdhulp van euro 31.000 ter dekking van morele schade, medische kosten, tijdelijke of blijvende invaliditeit, inkomstenverlies en esthetische schade.

VI. Beoordeling door de Commissie

Luidens artikel 31bis, § 1, 3° en 4 ° van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen kan een financiële hulp worden toegekend onder de volgende voorwaarde:

3° Indien de dader onbekend is, moet de verzoeker klacht hebben ingediend, de hoedanigheid van benadeelde partij hebben aangenomen of zich burgerlijke partij hebben gesteld.

Indien het strafdossier geseponeerd wordt wegens die reden is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend. De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag van de eerste beslissing tot seponering wegens onbekende dader of vanaf de dag waarop een onderzoeksgerecht een beslissing tot buitenvervolgingstelling wegens onbekende daders uitgesproken heeft die kracht van gewijsde heeft bekomen.

Met een beslissing tot buitenvervolgingstelling wegens onbekende daders wordt gelijkgesteld, de beslissing van een burgerlijk of strafrechterlijk gerecht die de verdachte of de verweerder van de schuld van een opzettelijke gewelddaad, of van de verantwoordelijkheid van de nadelige gevolgen daarvan, ontlast, voor zover deze beslissing de werkelijkheid van de opzettellijke gewelddaad en van de gevolgen ervan onbetwijfelbaar vaststelt, zonder aan enig persoon de verantwoordelijkheid daarvan toe te schrijven.

De hulp kan ook worden toegekend indien er meer dan een jaar verstreken is sinds het indienen van een klacht, het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon of de datum van de burgerlijke partijstelling en de dader onbekend blijft.

4° Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

In de voorliggende zaak diende verzoeker enkel klacht in.

Luidens het tweede lid van het hierboven geciteerd artikel 31bis, § 1, 3°, van de wet is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon een voldoende voorwaarde voor het indienen van een ontvankelijk verzoekschrift, maar deze uitzonderingsregel geldt enkel in geval van een sepot wegens onbekende dader. In de voorliggende zaak hebben we echter te maken met een sepot wegens onvoldoende bewijzen.

Aangezien het hulpverzoek in die omstandigheden niet voldoet aan de wettelijke toekennings-voorwaarden, dient het als onontvankelijk te worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 30 oktober 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 3 juli 2012, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een noodhulp en van een hoofdhulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.