- Decision du 20 novembre 2012

20/11/2012 - M10-3-1319

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten en vervolging

Op 19 september 2006 op de .. autosnelweg te ..., richting Brussel, ging het voertuig van Ibrahim Z. over de kop en kwam tot stilstand in de middenberm. Naderhand ontstond er een vechtpartij tussen Ibrahim Z., die wilde vluchten, en enkele getuigen. De politiediensten werden verwittigd. Peter X., politie-inspecteur, kreeg een stamp tegen de linkerpols toen hij Ibrahim Z. wilde boeien.

Bij arrest d.d. 15 september 2009 van het Hof van beroep te ... werd Ibrahim Z. wegens: "in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn bediening, de federale politie-inspecteur Peter X., agent, drager van het openbaar gezag, slagen toegebracht te hebben, de slagen bloeduitstorting, verwonding of ziekte veroorzaakt hebbende", geïnterneerd.

Op burgerlijk gebied werd Ibrahim Z. veroordeeld tot betaling van euro 11.839,76 definitief:

- TWO euro 2.853,50

- meerinspanningen euro 449,05

- verplaatsings- en administratiekosten euro 125,00

- medische kosten niet vergoed door WG euro 181,21

- (netto) inkomstenverlies euro 2.606,00

- BWO meerinspanningen euro 4.875,00

- esthetische schade euro 750,00

euro 11.839,76

en tot euro 1 provisioneel voor de economische waarde huishouden, alsook tot betaling van de RPV.

Tegen dit arrest werd geen enkel rechtsmiddel aangewend.

II. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- De advocaat van Ibrahim Z. schreef aan de advocaat van verzoeker: "mijn cliënt werd geïnterneerd en is werkonbekwaam. Derhalve is hij niet in staat de vordering te betalen". Uit tewerkstellingsattesten blijkt dat er contractbreuk gepleegd werd. Thans houdt Ibrahim Z. slechts euro 511 per maand over na afhouding van de kosten. Hij is insolvabel.

- Verzoeker verklaart dat hij:

- over een rechtsbijstandsverzekering beschikt bij zijn werkgever, de Belgische Staat, en dat deze enkel tussenkomt in de kosten van een raadsman voor het voeren van een procedure.

- geen vergoeding heeft ontvangen van een familiale verzekeraar noch van een hospitalisatieverzekering

- Bij M.B. d.d. ../../2008 werd aan verzoeker vanaf 1 april 2007 een jaarlijks rente toegekend van

euro 364,98.

III. Gevolgen van de feiten

• Uit het deskundig verslag van Dr. B. V.:

"Op vraag van Dr. L. uit ... gebeurde er op 9 november 2006 een botscan. Betrokkene bleef dan werkonbekwaam. Werkhervatting op 1 december 2006. Er diende een ontstekingsrem-mer genomen te worden. Kinesitherapie duurde tot februari 2007. Na een infiltratie was er beter-schap met corticoïden op 1/03/2007. De klachten kwamen echter terug. Dr. De S. stelde een operatieve indicatie en er ging een operatie door op 19/03/2007 in daghospitalisatie. Uit een medisch verslag: ‘uw patiënt werd op de dienst orthopedie opgenomen nadat hij een arbeidsonge-val opliep waarbij hij bij de arrestatie van een weerbarstig man een stamp kreeg tegen de linker pols'. Postoperatief gips gedurende 4 weken. Daarna is betrokkene opnieuw werkonbekwaam geworden (van 19/03/'07 t.e.m. 27/04/'0). Verdere kiné.

Huidige klachten: eigenlijk geen echte pijn meer maar af en toe een beduidend ongemak ter hoogte van de linker pols. Dr. De Schrijver raadt aan bij zware overbelasting de brace nog te dragen."

Besluit: ten gevolge van de feiten was er kneuzing van de linker pols. Er volgde een lang aanslepende pijnproblematiek waarvoor talrijke behandelingen werden toegepast.

TWO

100 % van 19/09/'06 t.e.m. 30/11/'06

12 % van 01/12/'06 t.e.m. 18/03/'07

100 % van 19/03/'07 t.e.m. 27/04/'07

10 % van 28/04/'07 t.e.m. 31/07/'07

5 % van 01/08/'07 t.e.m. 03/10/'07

Consolidatiedatum: 4 oktober 2007 met BAO van 3 %. Betrokkene was op dat ogenblik 37 jaar.

De esthetische schade bedraagt 1,5 op de schaal van 1 tot 7.

Postbrace; éénmalig te voorzien.

• Uit het arrest: "Uit niets blijkt dat het slachtoffer X. blijvend onbekwaam is om eender welke (professionele of niet-professionele) bezigheid uit te oefenen. Integendeel blijkt uit het verslag van Dr. Van Noten dat het slachtoffer zijn beroepsactiviteiten voltijds en zonder beperkingen uitvoert, dat er geen probleem is bij het moto rijden waarbij er links ontkoppeld wordt, noch bij het mountainbiken."

IV. Begroting van de gevraagde hulp

- TWO euro 2.853,50

100 % van 19/09/'06 t.e.m. 30/11/'06: 49 d. (1 d. hopital.) 48 d. x euro 25 = euro 1.200

1 d. x euro 31 = euro 31

(moet zijn 73 d.)

12 % van 01/12/'06 t.e.m. 18/03/'07: 108 d. x euro 3 = euro 324

100 % van 19/03/'07 t.e.m. 27/04/'07: 39 d. (1 d. hopital.) 38 d. x euro 25 = euro 950

1 d. x euro 31 = euro 31

(moet zijn 40 d.)

10 % van 28/04/'07 t.e.m. 31/07/'07: 95 d. x euro 2,50 = euro 237,50

5 % van 01/08/'07 t.e.m. 03/10/'07: 64 d. x euro 1,25 = euro 80

- meerinspanningen euro 449,05

- verplaatsings- en administratiekosten euro 125,00

- medische kosten euro 181,21

- (netto) inkomstenverlies (niet vergoed:nacht- en overuren door WG) euro 2.606,00

- BWO ( euro 1.625 per punt x 3%) euro 4.875,00

- esthetische schade euro 750,00

euro 11.839,76

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit.

Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. "Intresten", "meerinspanningen" en "economische waarde huishouden" zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen en de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State, afdeling administratie, d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

2. Het gaat hier om een arbeidsongeval. Bij arbeidsongevallen houdt de Commissie rekening met de morele schade en de eventuele esthetische schade. Er wordt verondersteld dat alle andere schade ten laste is van de arbeidsongevallenverzekeraar.

3. Verzoeker vraagt het verlies aan premies en overuren die hij heeft misgelopen ten gevolge van zijn arbeidsongeschiktheid. Vermits het een arbeidsongeval betreft, is er in principe geen loonverlies mogelijk. De premies welke afhangen van prestaties die niet werden verricht door de verzoeker, worden principieel door de Commissie niet toegekend. Deze premies sluiten immers niet aan bij de ratio legis van het stelsel dat het ergste leed van het slachtoffer wil lenigen, zoals bij een slachtoffer dat als gevolg van de gewelddaad zijn inkomen geheel of gedeeltelijk verliest.

4. Verzoeker vraagt een bedrag van euro 4.875,00 voor de BWO, hetzij 1.625 euro per punt. Rekening houdend met de leeftijd van verzoeker op het ogenblik van de consolidatie (37 jaar) is dit - conform de oude indicatieve tabel - de vergoeding voor morele en materiële schade vermengd. Derhalve dient de Commissie dit bedrag te halveren (artikel 32 §1 sub 1).

Dit komt dan op: euro 2.437,50.

5. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen komt de Commissie tot volgende berekening:

- TWO euro 2.853,50

- BWO euro 2.437,50

- esthetische schade euro 750,00

euro 6.041,00

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 6.041.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 november 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 november 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.