- Decision du 20 novembre 2012

20/11/2012 - M11-3-0140/7971

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Toen verzoekster op 10 maart 2007 te ... aan het werk was in een krantenwinkel kwam haar (ex-)man, Salem Z., de winkel binnen. Hij overgoot verzoekster met benzine en stak haar in brand. Zij overleefde dit ernstig fysisch geweld.

Weerhouden kwalificatie t.a.v. de dader: "gepoogd te hebben, opzettelijk met het oogmerk om te doden en met voorbedachte rade, Kathleen X., te doden, waarbij het voornemen om de misdaad te plegen zich geopenbaard heeft door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist."

II. Vervolging

- Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ..., zetelend te ..., d.d. 2 april 2009, werd Salem Z. (geboren op ../../1950 te ..., Tunesië) veroordeeld tot 20 jaar opsluiting.

- Bij tussenarrest van het Hof van Assisen d.d. 21 april 2009, werd Salem Z. veroordeeld tot betaling van een provisionele som van euro 25.000 aan verzoekster voor alle materiële en morele schade, van welke aard ook. Het Hof oordeelde: "De door X. Kathleen herleide vordering tot een globale provisie is gegrond, ongeacht het subrogatierecht van de ziekte-verzekering en/of van de arbeidsongevallenverzekeraar." Dokter Geert V. werd aangesteld als gerechtsdeskundige. De RPV werd aangehouden in afwachting van een oordeel op burgerlijk gebied.

- Enkel bovenvermeld arrest op strafrechtelijk gebied is in kracht van gewijsde getreden.

- Er dient nog definitief uitspraak gedaan te worden op burgerlijk gebied.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Uit het solvabiliteitsverslag van gerechtsdeurwaarder Eddy V. blijkt dat Salem Z. voor lange tijd in de gevangenis zit te .... Hij is niet solvabel is en het arrest is onuitvoerbaar.

- Voor verzoekster kwam geen rechtsbijstand tussen. De procedure voor het Hof van Assisen werd betaald door de rechtsbijstandsverzekering van haar ouders, die zich ook burgerlijke partij gesteld hadden.

- De tussenkomst van de advocaat van verzoekster gebeurde noch via juridische bijstand, noch via rechtsbijstandsverzekeraar.

IV. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

Uit het deskundig verslag van Dr. V.

- Nadat hij mevrouw Kathleen X. met brandbare vloeistof had overgoten probeerde Salem Z. haar in twee verschillende fases de vloeistof in brand te krijgen. Zij werd overgebracht naar het brandwondencentrum in het UZ te ... .

- Ten gevolge van de feiten liep mevrouw tweede en derdegraads brandwonden op in het gelaat, aan de rechterhand, en het linker onderbeen, over een oppervlak van 15 % t.o.v. het totaal lichaamsoppervlak. Er traden eveneens psychische letsels op met o.a. bindingsangst en een verstoord relationeel leven.

- Het fysisch genezingsproces is verlopen zoals medisch kan worden verwacht bij een groot deel van de bevolking.

- De letsels geven geen aanleiding tot een ongeneeslijk lijkende ziekte of een blijvende ongeschiktheid tot arbeid of het volledig verlies van het gebruik van een orgaan noch een zware verminking.

- Vaststellingen:

- een tijdelijke volledige werkonbekwaamheid van 10/03/2007 t.e.m. 31/12/2007

- een afdalende degressieve tijdelijke partiële werkonbekwaamheid van:

- 75 % van 01/01/2008 tot en met 31/01/2008

- 50 % van 01/02/2008 tot en met 30/04/2008

- 30 % van 01/05/2008 tot en met 31/05/2008

- 25 %van 01/06/2008 tot en met 30/06/2008

- 20 % van 01/07/2008 tot en met 31/07/2008

- 15 % van 01/08/2008 tot en met 31/12/2008

- 12 % van 01/01/2009 tot en met 09/03/2009

- Er kunnen psychische restletsels worden vastgesteld met o.a. bindingsangst, ernstig posttraumatisch stress syndroom en een verstoord relationeel leven.

- Consolidatie op 10 maart 2009. Op dat ogenblik was verzoekster bijna 46 jaar.

- Blijvende invaliditeit: 10 %.

- De esthetische schade bedraagt 6 op de schaal van 1 tot 7.

- Dagelijks gebruik van hydratatiecrèmes en beschermingscrèmes tegen zonlicht volgens noodzaak

- Het slachtoffer heeft geen verdere aanvullend chirurgische en/of medische behandeling van de littekens nodig.

- Een aanvullende psychotherapeutische behandeling, eventueel met medicamenteuze onder-steuning valt te overwegen indien betrokkene hiervoor gemotiveerd is.

V. Begroting van de gevraagde hulp

- verplaatsingskosten euro 568,33

ziekenwagen euro 267,53

trein euro 65,60

auto euro 235,20

- administratiekosten (ex aequo et bono) euro 125,00

- kledijschade (ex aequo et bono) euro 375,00

- medische kosten na consolidatie (crèmes en behandeling: ex aequo et bono) euro 5.000,00

- procedurekosten euro 2.270,69

erelonen euro 1.100,00

betekening vonnis euro 70,69

- kosten deskundige euro 2.482,54

- inkomstenverlies euro 22.861,63

- volledige TAO van 10/03/'07 t.e.m. 31/12/'07 euro 15.693,58

- afdalende degressieve gedeeltelijke TAO

- 75 % van 01/01/2008 t. e. m. 31/01/2008: euro 1.226,06

- 50 % van 01/02/2008 t. e. m. 30/04/2008: 3 x 817,37 euro 2.452,12

- 30 % van 01/05/2008 t. e. m. 31/05/2008: euro 490,43

- 25 % van 01/06/2008 t. e. m. 30/06/2008: euro 408,69

- 20 % van 01/07/2008 t. e. m. 31/07/2008: euro 326,95

- 15 % van 01/08/2008 t. e. m. 31/12/2008: 5 x 245,21 euro 1.226,06

- 12 % van 01/01/2009 t. e. m.09/03/2009: 2,30 x 451 euro 1.037,74

- medische kosten TAO vóór consolidatie euro 754,05

- morele schade ten gevolge van ongemakken euro 547,00

- BWO (materieel en moreel vermengd : euro 1.512 x 10) euro 15.120,00

- esthetische schade (6 op 7) euro 40.000,00

Verzoekster begroot haar schade in totaal op ongeveer euro 85.000.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. De feiten werden niet beschouwd als arbeidsongeval. Deze vonden plaats op de werkvloer zelf.

2. Zij hebben bij verzoekster een onnoemelijk leed teweeggebracht en waren dermate verschrikkelijk dat zij thans voor altijd wenst alleen te blijven.

3. Voor de blijvende invaliditeit kan enkel de morele schade weerhouden worden. Overeenkomstig de indicatieve tabel dient de gevraagde schadepost gehalveerd te worden.

4. Aangaande de esthetische schade (littekens ingevolge de brandwonden) bevat het verzoekschrift uitgebreid fotomateriaal.

5. De verplaatsingskosten werden niet bewezen.

6. Wat de post kledijschade betreft, mag, gelet op de aard van de feiten, verondersteld worden dat de kledij van verzoekster beschadigd werd ingevolge de brandwonden.

7. Er werd een overzicht toegestuurd van de medische kosten.

8. Wat de erelonen van de advocaat betreft wordt opgemerkt dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tussen de eigenlijke gerechtskosten enerzijds en de erelonen en kostenstaten van de advocaten anderzijds. Erelonen van advocaten zijn niet opgenomen onder de post "kosten voor de burgerlijke partijstelling en/of procedurekosten" in de limitatieve lijst van artikel 32 van de wet van 1 augustus 1985.

9. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen kent de Commissie de maximale hulp toe van euro 62.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 62.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 november 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 februari 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.