- Decision du 20 novembre 2012

20/11/2012 - M10-3-0475/7375

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

- Uit het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 27 juni 2008:

"De feiten kwamen aan het licht wanneer één van de meisjes (Amber X.) haar stiefvader in vertrouwen nam. Zo vertelde zij dat zij met de piemel van Eddy, de buurman, had gespeeld. Ook haar vriendinnetje Samantha was in de slaapkamer van Eddy geweest voor gelijkaardige feiten. Samantha zal later de verklaring van Amber bevestigen. Wanneer beklaagde met de verklaringen van de meisjes wordt geconfronteerd, bekent hij onmiddellijk de feiten.

Beklaagde was opgewonden geraakt van Amber toen zij hem vertelde dat zij met hem wilde trouwen. Hij wilde toen seks met haar. Eerst diende Amber hem te masturberen en vervolgens probeerde hij haar te penetreren. Volgens zijn eigen verklaring lukte dit niet, doch Amber stelt dat er een begin van penetratie heeft plaatsgevonden. Toen de penetratie bij Amber niet goed lukte, riep beklaagde Samantha bij hem in de slaapkamer.... ."

- Kwalificatie uit het vonnis

"A. De misdaad van verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de hierna vermelde kinderen, die geen volle tien jaar oud waren, op ../../2007 op de persoon van Amber X.;

B. aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op hierna vermelde data, op de hierna vermelde minderjarigen (o.a. Amber X.), die geen volle zestien jaar oud waren, op ../../2007, de schuldige behorende tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, nl. een kennis zijnde van de ouders van het kind."

II. Vervolging

Eduard Z. werd voor deze feiten bij bovenvermeld vonnis veroordeeld tot een gevangenis-straf van 4 jaar met uitstel voor 5 jaar en onder voorwaarden.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van euro 250 aan Monique Y. in eigen naam, voor morele schade en tot betaling van euro 2.500 aan Monique Y. q.q. Amber X., voor morele schade. Bij gebrek aan enig begin van bewijs werd geen voorbehoud voor de toekomst verleend.

Dit vonnis is in kracht van gewijsde getreden.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Uit een door verzoekster persoonlijk ondertekende verklaring blijkt dat zij geen enkele tussenkomst van enige verzekeringsmaatschappij heeft ontvangen.

- In bovenvermeld vonnis staat: "Beklaagde nam deel aan herstelbemiddeling met de slacht-offers hetgeen leidde tot een bemiddelingsovereenkomst tussen de partijen."

- Het verzoekschrift bevat een ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling uitgaande van de advocaat van de dader, Meester Van G.. Hieruit blijkt dat bij minnelijke aanzuiveringsregeling uitgesproken in raadkamer d.d. 21 maart 2007 werd voorzien dat de schuldeisers euro 350,00 per maand via zesmaandelijkse betalingen zouden afkorten aan de schuldenaars. Deze aflossingsperiode zou 4,5 jaar duren. In de brief van mr. Van G. d.d. 2 december 2010 staat dat, gelet op de bijkomende schuldvorderingen, de aflossingsduur met anderhalf jaar zal worden verlengd.

Er dient rekening gehouden te worden dat de betalingen die Meester Van G.; doet, bestemd zijn voor zowel mevrouw Monique Y. als voor mevrouw Elsje V., moeder van Samantha en dus bij helften worden verdeeld. In het vonnis van 29 december 2010 volgde de herziening van de minnelijke aanzuiveringsregeling.

- Mr. Pieter D., raadsman van verzoekster, werd pro deo aangesteld door het Bureau voor Juridische Bijstand.

- Op 30 januari 2012 gebeurde de tot op heden (laatste) betaling door Eduard Z., via de schuldbemiddelaar:

- - voor mevrouw Y.: euro 363,05

- - voor Amber X.: euro 1.815,43

IV. Gevolgen van de feiten voor Amber

- Op 20 november 2007 werden de kinderen Amber en Luna Y. residentieel opgenomen in de voorziening CKG Z.. De impact van de feiten noodzaakte tot nazorg bij Amber.

- In een neergelegd stuk bij de Commissie verklaart Amber dat zij ten gevolge van de feiten zeer veel stress heeft gekregen. Zij kan er moeilijk over praten met haar mama. De feiten hebben haar leven kapot gemaakt. Nu de dader zich niet meer in de gevangenis bevindt heeft ze nog meer schrik gekregen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

- voor morele schade euro 2.500

- opmerking: in het vonnis heeft verzoekster als wettelijke vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter euro 3.500 gevraagd voor morele schade en 1 euro met voorbehoud voor de toekomst. In het vonnis werd het bedrag voor morele schade q.q. herleid tot euro 2.500. In het vonnis staat: "Bij gebrek aan enig begin van bewijs wordt geen voorbehoud voor de toekomst verleend."

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Bij de begroting van de hulp voor de morele schade steunt de Commissie zich op haar gebruikelijke rechtspraak in gelijkaardige dossiers inzake seksueel misbruik van minderjarigen.

Verzoekster gedraagt zich hieromtrent naar de wijsheid van de Commissie.

2. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen kent de Commissie aan verzoekster q.q. haar minderjarige dochter Amber X. in billijkheid euro 5.000 toe.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster als wettelijke vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter een hulp toe van euro 5.000.

Zegt dat die euro 5.000 zal geplaatst worden op naam van de minderjarige en dat de hoofdsom en de intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan haar meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 november 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 april 2010, waarbij verzoekster in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van seksueel misbruik gepleegd op Amber.