- Decision du 21 novembre 2012

21/11/2012 - M10-1-0771

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 4 juli 2006 verrichtte verzoeker in zijn hoedanigheid van politieambtenaar, samen met een collega, een observatie ter hoogte van een pand gelegen te ....

Toen hij op zeker ogenblik een straatdeal zag gebeuren nam één van de daders de vlucht. Tijdens die achtervolging te voet gooide deze dader een blik bier in de richting van verzoeker. Door dit te willen ontwijken kwam verzoeker op het voetpad ten val.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 17 februari 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Eddy Z. (° 1962). De opschorting van de uitspraak van de veroordeling werd verleend voor een termijn van drie jaar en gekoppeld aan voorwaarden.

"Te ... op 04/07/06:

"B. In de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van diens bediening, X. Evert, een agent die drager is van de openbare macht, slagen toegebracht te hebben;

de slagen bloedstorting, verwonding of ziekte veroorzaakt hebbende;

C. Tegen X., drager of agent van de openbare macht, wanneer zij handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen, of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen, weerspannigheid, zijnde elke aanval, elk verzet met geweld of bedreiging te hebben gepleegd; de weerspannigheid gepleegd zijnde door een enkel persoon voorzien van wapens."

Op burgerlijk gebied werd Z. veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van

euro 15.727,38 meer de intresten en een RPV van euro 900.

- medische kosten euro 88,17

- TWO moreel euro 4.943,50

- B.I. + BWO (5% x euro 1.925) euro 9.625,00

- esthetische schade (1/7) euro 490,00

- inkomstenverlies euro 508,71

Het vonnis is in kracht van gewijsde getreden (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

III-1. Conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. V. in zijn verslag van 16/11/2009:

"Ten gevolge van de feiten viel de heer Evert X. op de rechterzijde van de onderbuik (abdominale streek rechts). Hij viel dan nog op zijn dienstwapen en radio met als gevolg kneuzing. Hij werd door een collega overgebracht naar de spoedgevallendienst van het ...ziekenhuis te .... Hij had daarbij een uitstralende pijn naar de rechter lies. Betrokkene liep een verscheuring op van een buikspier rechts, met hematoom. Daardoor ook prikkeling van gevoelszenuwen in dat gebied. Uiteindelijk werd dan ook heelkundig ingegrepen op 17 augustus 2007. Dit heeft helaas geen soelaas gebracht voor de klachten. Ook allerlei blocks en andere therapieën brachten geen beterschap.

De menselijke schade kan als volgt ingeschat worden:

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

- 100 % van 04/07/2006 tot en met 14/09/2006

- 10 % van 15/09/2006 tot en met 15/08/2007

- 100 % van 16/08/2007 tot en met 04/11/2007

- 40 % van 05/11/2007 tot en met 28/01/2008

- 10 % van 29/01/2008 tot en met 31/03/2008

Consolidatiedatum: 1 april 2008 met een blijvende invaliditeit en arbeidsongeschiktheid van 5 %. Verzoeker was op dat ogenblik 31 jaar.

De esthetische schade (ivm het operatielitteken, nauwelijks zichtbaar) bedraagt 1 op de schaal van 7 (of onbeduidend).

Onderhoudsbehandeling: De behandelingen tot en met 7 september 2009, datum van de laatste infiltratie, kunnen aanvaard worden. Er moeten geen verdere behandelingen voorzien worden. Er moet ook geen voorbehoud voor de toekomst voorzien worden."

III-2. Brief dd. 27/10/2010, FOD Binnenlandse Zaken:

"In bijlage vindt u een attest van de Federale Politie waaruit blijkt dat de letsels, opgelopen door de heer Evert X. naar aanleiding van de feiten, in wet werden geconsolideerd op 6 januari 2008

met 0 % blijvende arbeidsongeschiktheid. Er werd in wet dan ook geen rente uitbetaald. Als bijlage vindt u een overzicht van de tussenkomst van de Belgische Staat in de medische kosten. "

Verder bestond de tussenkomst van de Belgische Staat uit de doorbetaling van de wedde tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid van INP X.. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Het vonnis werd betekend aan de voorlopig bewindvoerder van Eddy Z. die antwoordde:

"De heer Z. geniet enkel een ziekte-uitkering en heeft talloze schulden. Het is voor hem onmogelijk het bedrag waarvan u gewag maakt te betalen of zelfs af te korten. Ik heb zelfs machtiging gevraagd aan de vrederechter om voor hem een schuldbemiddeling aan te vragen."

Z. werd inmiddels toegelaten tot het systeem van collectieve schuldbemiddeling. De vordering van verzoeker ( euro 15.727,38 + euro 900 RPV) is opgenomen in de minnelijke aanzuiveringsregeling.

Uit het vonnis van de Arbeidsrechtbank te ... d.d. 12 december 2011 blijkt dat Z. een inkomen heeft van euro 1.024 ZIV-uitkering. Hij dient voor twee kinderen onderhoudsgeld te betalen.

De minnelijke aanzuiveringsregeling werd aanvaard ten aanzien van diverse schuldeisers, o.a. verzoeker, in casu voor een bedrag van euro 542,42 per jaar.

IV-2. Verzoeker stelt: " Ik verklaar dat mijn familiale verzekering geen tussenkomst doet noch gedaan heeft in deze zaak. "

Uit de overgezonden polisvoorwaarden blijkt dat de omvang van de familiale verzekering afgesloten bij PROVIDIS zich beperkt tot het privé-leven.

IV-3. De feiten werden gekwalificeerd als arbeidsongeval met 0% BWO. Verzoeker werd in dit kader vergoed voor de medische kosten. Zijn wedde werd tijdens de perioden van TWO doorbetaald.

Aangezien in gemeenrecht de geneesheer-deskundige de BI én BWO op 5% evalueerde, heeft verzoeker een herzieningsaanvraag van het invaliditeitspercentage ingediend.Het resultaat hiervan was dat het nulpercentage ‘in wet' gehandhaafd bleef. Verzoeker kan zich daarmee niet verzoenen en vat de arbeidsrechtbank (verzoekschrift op tegenspraak).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 15.727,38 meer de intresten en een RPV van euro 900 conform het vonnis van 17/02/2010.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De schadeposten ‘inkomstenverlies', ‘medische kosten' en de materiële component van de blijvende arbeidsonbekwaamheid zijn ten laste van de arbeidsongevallenverzekeraar.

Zoals bevestigd door verzoeker worden zijn advocaatkosten ten laste genomen door de Belgische Staat conform artikel 52 WPA (Wet op het Politieambt). Kortom, indien de Commissie een hulp zou toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding, dan zou het bedrag toekomen aan de Belgische Staat en dus niet aan verzoeker, hetgeen indruist tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 15.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 15.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 28 juni 2010 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.