- Decision du 22 novembre 2012

22/11/2012 - M12-1-0436

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 11 juni 2006 bevindt zich een groepje jongeren in de Steendam te ... die op het punt staan te vechten. Twee politiea...en trachten hen te kalmeren waarop de jongeren zich agressief opstellen tegenover de a...en.

Verzoeker wordt gevraagd om zijn collega's bijstand te verlenen. De minderjarige Michael Z. (17 jaar en 4 maanden oud op dat ogenblik) gedraagt zich weerspannig en geeft verzoeker tot tweemaal toe een duw waardoor de laatste zijn evenwicht verliest en op de grond valt, Z. samen met hem. Verzoeker kwetst zich hierbij aan rechter elleboog, rechter schouder alsook aan zijn knie.

II. Vervolging

Op 4 oktober 2006 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "wanverhouding gevolgen van strafvervolging - maatschappelijke verstoring ".

Verzoeker liet daarop de dader rechtstreeks dagvaarden voor de burgerlijke rechter.

Bij vonnis dd. 22 mei 2009 van de 16de (burgerlijke) kamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd Michael Z. veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 2.500.

Tevens werd dr. M. G. aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Bij eindvonnis dd. 14 oktober 2011 van dezelfde rechtbank werd Z., niet verschijnend, veroordeeld tot betaling aan:

- verzoeker: euro 16.730,87 meer de intresten + een RPV van euro 1.210 + euro 367,52 dagvaardingskosten

- Stad ...: euro 23.703,13 meer de intresten + een RPV van euro 2.200 + euro 1.729,62 expertisekosten.

Tevens werd voorbehoud verleend voor verwijdering van osteosynthesemateriaal en voor de sociaal- en fiscaalrechtelijke gevolgen van de vergoedingen.

Detaillering v/d hoofdsom ad euro 16.730,87, toegekend aan verzoeker:

- administratie en verplaatsingskosten euro 125,00

- TWO moreel euro 2.738,75

- B.I. + BAO (7% x euro 1.650) euro 11.550,00

- esthetische schade (1/7) euro 400,00

- economische schade huishouden euro 1.917,12

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. M. G. in zijn verslag van 07/11/2009:

1. De door dhr. X. op 10 juni 2006 opgelopen letsels werden hierboven beschreven, evenals het genezingsproces en de duur van de behandelingen.

2. Er bestaat niet de minste twijfel over de causaliteit tussen de beschreven letsels en

de feiten van 10 juni 2006.

3. de duur en de graden van de tijdelijke gehele en gedeeltelijke invaliditeit en

arbeidsongeschiktheid kan als volgt bepaald worden:

100% van 11/06/2006 tot en met 03/09/2006

50% van 04/09/2006 tot en met 30/09/2006

15% van 01/10/2006 tot en met 15/10/2006

10% van 16/10/2006 tot en met 11/01/2007

4. de datum van de consolidatie: 12 januari 2007

5. er dient een reserve voorzien in verband met het nog aanwezige

osteosynthesemateriaal.

6. de graad van blijvend invaliditeit en arbeidsongeschiktheid kan bepaald worden op

zeven procent.

7. na consolidatie was geen medicatie of behandeling meer noodzakelijk. De

kinesitherapie na consolidatie à rato van ongeveer twee zittingen per week was

enkel op comfort gericht.

8. de esthetische schade te beschrijven en te begroten 1/7

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder stelt op 24/04/2012 een attest van niet-inbaarheid op aangezien de veroordeelde van ambtswege werd afgevoerd.

Het vonnis werd om die reden betekend aan het ambt van de procureur des Konings.

IV-2. Verzoeker verklaart dat hij enkel op de arbeidsongevallenverzekering beroep kon doen. De Stad ... kwam, in de hoedanigheid van arbeidsongevallenverzekeraar, tussen in de medische kosten en de wedde tijdens de tijdelijke werkongeschiktheid. Voor de BAO van 7% keert de Stad ... hem een jaarlijkse rente van euro 486,64 uit.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 16.703,87 conform het vonnis van 14/10/2011.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

Economische schade huishouden' is niet opgenomen in deze limitatieve lijst en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

De voorgebrachte feiten zijn gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval'. Verzoeker wordt door zijn werkgever reeds vergoed voor de materiële (economische) component van de blijvende invaliditeit.

Bijgevolg neemt de Commissie enkel de morele component in aanmerking.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 9.038.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 9.038.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 22 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 9 mei 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.