- Decision du 27 novembre 2012

27/11/2012 - M90363

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

PV van verhoor dd. 23/04/2008

" In de loop van de namiddag gaan betrokkenen samen in het centrum iets drinken. Naderhand gaan ze naar de meifoor. Het slachtoffer was in gezelschap van een vriendin. Alvorens zij naar huis zal terugkeren vraagt verdachte of ze nog even met hem alleen kan zijn. Ze wandelen langsheen het pad aan het ...park en gaan tussen de woonwagens in naar de struiken. Daar zijn ze begonnen met tongzoenen. Rahid heeft vervolgens de kledij van Leonie uitgedaan (alles) . Hij deed zijn broek naar beneden en trok het slachtoffer naar zich toe. Leonie verweerde zich omdat zij dat niet wilde. Rahid stond al met een erectie. Hij heeft haar vervolgens gestampt tot ze op de grond viel. Hij is dan op haar gaan liggen en heeft haar gepenetreerd terwijl hij haar vasthield aan de bovenarmen. Hij is klaargekomen. Daarna stond hij recht, gaf haar nog een zoen en kleedde zich aan. Hij ging weg en kwam nog een vriendin van Leonie tegen. Hij zei tegen dat meisje dat hij ‘goeie sex' had gehad met Leonie".

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 12 november 2008 van de jeugdrechtbank te ... werd de genaamde Rahid Z. (° 1991), veroordeeld bij verstek tot een berisping wegens:

De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt, toestemming er met name niet zijnde wanneer de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer, de misdaad gepleegd zijnde op de persoon van een kind boven de volle leeftijd van veertien jaar en beneden die van zestien jaar, ter zake op de persoon van X. Leonie, geboren op ../../1993 )

te 8000 ... op 12 april 2008.

Dit arrest verwierf kracht van gewijsde (attest griffie).

II-2. Bij zelfde vonnis werden de burgerlijke belangen afgehandeld:

- aan X.-Y. q.q. Leonie euro 2.000,00 morele schade

euro 400,00 rechtsplegingsvergoeding

Totaal euro 2.400,00

- aan X. Jean-Paul in eigen naam : euro 250,00 morele schade

- aan Y. Sylvia (verzoekster) in eigen naam : euro 250,00 morele schade

III. Medische en/of psychische gevolgen

Psychiatrisch onderzoek dd. 7 juni 2009 van dr. B. D.

[...]

2. Voorkomen:

Leonie is een zeer gesloten meisje. Ze lacht constant en lijkt met plezier te komen naar de consultaties maar spreekt moeilijk.

3. Intrapsychisch en relationeel functioneren:

Leonie is een zeer gevoelig meisje. Ze beschikt over weinig ik-sterkte en kan hierdoor geen grenzen stellen naar anderen. De relatie met haar leeftijdsgenoten en de symbiotische relatie met het thuismilieu bezorgt Leonie intrapsychische conflicten. Bij deze conflicten reageert Leonie soms regressief en hysterisch. De ouders hebben het moeilijk met haar eisende gedrag en capituleren hierdoor dikwijls. Leonie communiceert moeilijk met haar vader. Ten aanzien van haar leeftijdsgenoten streeft ze naar een symbiotische band waarvoor ze alles wil doen.

4. Besluit:

Leonie lijdt aan een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van een verkrachting. De symbiotische band met haar thuismilieu zorgt voor conflicten met haar puberale interesse in jongens.

Een ondersteunende psychotherapie is noodzakelijk. In deze therapie wordt gewerkt aan de verwerking van het trauma en het vergroten van de ik-sterkte.

IV. Begroting van de schade

Initieel vroeg verzoekster een financiële hulp van euro 213,81 ( euro 200 moreel + intresten), nadien uitgebreid tot euro 1.000 voor verplaatsingsonkosten aangezien Leonie nog in therapie was bij dr. D..

V. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

V-1. Het inlichtingsblad inzake de wet op de jeugdbescherming meldt dat veroordeelde Z. tot zijn verdwijning bij zijn pleegvader S. verbleef, maar er niet officieel ingeschreven was. Sinds 16 mei 2008 is hij nergens terug te vinden en bevindt zich vermoedelijk reeds in het buitenland.

V-2. Verzoekster beschikt over een familiale polis met rechtsbijstand (Argenta) maar de daarin opgenomen waarborg ‘onvermogen van derden' is beperkt tot verkeersongevallen.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 3, van de wet van 1 augustus 1985:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° de procedurekosten.

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Initieel vroeg verzoekster een financiële hulp van euro 200 voor morele schade (meer de intresten) en breidde op 20 november 2010 haar aanvraag uit tot het bedrag van euro 1.000 omwille van verplaatsingsonkosten gemaakt voor het volgen van een therapie (door haar dochter) bij dr. D..

Op rechtszitting van 11 januari 2012 van de Commissie werd de behandeling van de zaak verdaagd naar een latere rechtsdatum teneinde verzoekster in de gelegenheid te stellen overtuigingsstukken neer te leggen nopens de voorgehouden verplaatsingsonkosten.

Op 23 januari 2012 schreef het secretariaat van de Commissie de raadsman van verzoekster hierover aan. Daarop volgde geen reactie...

In een poging om de procedure opnieuw te activeren plaatste het secretariaat van de Commissie het dossier op de zittingsrol van 24 oktober 2012. Zowel verzoekster als haar raadsman werden op regelmatige wijze uitgenodigd. In de uitnodigingsbrief aan de laatste was gesteld: "Teneinde het verzoekschrift naar behoren te kunnen behandelen, is uw aanwezigheid op de rechtszitting ten zeerste aangewezen, bij voorkeur tevens deze van uw cliënt(e)".

Op de rechtsdag stelde de Commissie evenwel de afwezigheid van zowel verzoekster als van haar raadsman vast.

Spijts herhaaldelijk aandringen beschikt de Commissie dus over geen enkel stuk dat de uitbreiding van de hulpaanvraag van euro 213,81 naar euro 1.000 aannemelijk maakt.

Nu het bij de afhandeling van de burgerlijke belangen toegewezen bedrag niet de wettelijke minimumdrempel van euro 500 bereikt (artikel 33, § 2, van de wet van 1 augustus 1985) komt de Commissie tot de vaststelling dat het verzoekschrift als ongegrond dient te worden beschouwd.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 15 april 2009 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.