- Decision du 28 novembre 2012

28/11/2012 - M12-1-0180

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoeker vat de feiten van 22 mei 2002 samen als volgt:

" De feiten deden zich voor in de frituur uitgebaat door mijnentwege en mijn echtgenote.

De heer Hans-Dieter Z. kwam in de frituur binnen en was dronken. Er ontstonden een paar moeilijkheden met hem zodat ik probeerde hem buiten te zetten.

Naar aanleiding daarvan mocht ik slagen ontvangen van de heer Hans-Dieter Z..

Ik werd gekwetst aan mijn pols met een blijvende arbeidsongeschiktheid. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 7 april 2004 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Hans-Dieter Z. (° 1951), verstekmakend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 2 maanden gevangenisstraf met uitstel:

"Te ... op 22.05.2002:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Koen die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had. "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de provisie van euro 300 en werd dr. J. D. aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd bij vonnis dd. 10 maart 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... Z., opnieuw bij verstek, veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 10.039,61 meer de intresten, meer de expertisekosten ad euro 1.204,00 en een RPV van euro 625.

- administratie en verplaatsingskosten euro 132,00

- medische kosten euro 83,89

- TWO moreel euro 1.457,50

- B.I. (4% x euro 1.611,31) euro 6.445,24

- meerinspanningen euro 1.002,76

- economische schade huishouden euro 918,22

Verzoeker tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis.

Bij arrest dd. 5 december 2011 bevestigde het Hof van Beroep te ... het bestreden vonnis:

" Het is naar het oordeel van het Hof terecht dat de burgerlijke partij voornoemd vraagt dat haar een voorbehoud zou worden toegekend "in geval van verergering van de vervorming van het gewricht A2 vinger III met zo nodig herziening". Evenwel stelt het Hof vast dat dit ook zo door de eerste rechter werd beslist, weze het dat die beslissing enkel genomen en verwoord werd in het overwegend gedeelte en niet hernomen werd in het dispositief van het bestreden vonnis.Immers op het derde/vierde blad van het bestreden vonnis valt te lezen: " Er kan voorbehoud worden verleend voor de toekomst met de mogelijkheid van ingrijpen in

geval van verergering van de vervorming van het gewricht A2 vinger III met zonodig herziening."

De voornoemde burgerlijke partij, die hoger beroep aantekent tegen het bestreden vonnis omdat werd nagelaten het voorbehoud te hernemen in het beschikkend gedeelte ervan, verliest uit het oog dat elke beslissing van de rechter over een betwisting een beschikkend gedeelte [dispositief] is, ongeacht de plaats ervan in de tekst van het vonnis of arrest en ongeacht de vorm waarin zij is gesteld. "

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. J. D. in zijn verslag van 19/04/2009:

Verzoeker werd gekwetst aan zijn pols.

" Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

75% van 23/05/2002 t/m 26/05/200

100% op 27/05/2002

75% van 28/05/2002 t/m 30/06/2002

50% van 01/07/2002 t/m 31/07/2002

25% van 01/08/2002 t/m 31/08/2002

10% van 01/09/2002 t/m 30/09/2002

5% van 01/10/2002 t/m 21/11/2002

Consolidatiedatum: 22 november 2002

Blijvende invaliditeit: 4 %

Esthetische schade: geen

Voorbehoud voor de toekomst met mogelijkheid van ingrijpen in geval van verergering van de vervorming van het gewricht A2 vinger III met nodige herziening. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De veroordeelde heeft de Duitse nationaliteit. Hij heeft geen gekende verblijfplaats in België noch in het buitenland en is ambtshalve geschrapt sedert 15 mei 2003.

IV-2. Op rechtszitting dd. 24 oktober 2012 van de Commissie verklaart verzoeker formeel dat hij nog geen enkele tussenkomst van een verzekeraar ontvangen heeft.

De brand- en gezinspolis die verzoeker onderschreven had bevat een luik rechtsbijstand maar daarvan zijn de feiten, overkomen door en tijdens de uitoefening van zijn beroepsactiviteit, uitgesloten.

Hij sloot een exploitatiepolis af op 26 oktober 2010, d.i. nà de voorgebrachte feiten.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 16.298 en "om voorbehoud te willen verlenen voor de toekomst met de mogelijkheid van ingrijpen in geval van verergering van de vervorming van het gewricht A2 vinger III met nodige herziening. "

- hoofdsom volgens vonnis van 10/3/2010 euro 10.039,61

- intresten euro 4.754,40

- expertisekosten euro 1.204,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De posten ‘intresten', ‘meerinspanningen' en ‘economische schade huishouden' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van zowel de intresten als de meerinspanningen werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Inzake de intresten kan nog worden opgemerkt dat het principe - dat de bijzaak de hoofdzaak volgt - hier niet van toepassing is. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

Optelling van de diverse schadeposten in rubriek V levert een totaalsom van euro 15.998 op. Verzoeker vraagt een hulp van euro 16.298.

Voor zover het rekenkundig verschil van euro 300 betrekking zou hebben op de provisie van euro 300 toegewezen bij tussenvonnis van 7 april 2004, wordt opgemerkt dat een provisie bedoeld is als voorschot op de hoofdsom. De provisie is dus een gedeelte van de te verwachten kosten die

voorlopig niet kunnen geraamd worden. Om die reden kan de provisie niet met de definitieve hoofdsom worden gecumuleerd.

Het voorbehoud dat verzoeker vraagt "voor de toekomst met de mogelijkheid van ingrijpen in geval van verergering van de vervorming van het gewricht A2 vinger III met nodige herziening " valt binnen het kader van de mogelijkheid tot aanvraag van een aanvullende hulp conform de artikelen 34 en 37 van de wet van 1 augustus 1985 en valt dus buiten het bestek van de voorliggende (hoofd)hulpprocedure.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 9.315.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 9.315.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 28 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 23 februari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.