- Decision du 5 février 2014

05/02/2014 - M12-5-1046

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 19 september 2009 betrapte verzoeker een inbreker in zijn woning te ....

In het verslag van Dr. R. D. d.d. 16 februari 2011 worden de feiten als volgt beschreven:

"Volgens het verslag van Prof. J. d.d. 23/12/2009 werd hij [de heer Peter X.] op 19/9/2009 rond 4.11 uur wakker door geluid en licht. Hij werd wakker gemaakt door zijn vrouw, die zei dat de deur van de kamer even was open gegaan en dat er licht was in de gang. Hij is opgestaan om te kijken, daar hij dacht dat een van de kinderen naar beneden was gegaan. Toen hij halverwege de trap stond, zag hij dat er licht was in de woonkamer en vervolgens kwam er iemand boven aan de trap staan. Die persoon scheen een licht in zijn ogen en toen ging alles zeer snel. Die man wilde naar beneden lopen, doch betrokkene heeft hem willen tegenhouden, zodat er een gevecht is ontstaan; ze zijn van de trap gevallen en hebben verder gevochten in de gang. De verdachte is door de voordeur naar buiten gelopen en hij heeft hem in de voortuin kunnen overmeesteren. Betrokkene bleek ernstig verwond te zijn in aangezicht, handen, armen, voeten, knieën en hals. Hij werd overgebracht naar het ziekenhuis. Wat beschreven werd, is in feite de verklaring van zijn echtgenote, want hij is een tijdlang amnestisch geweest. Het is zijn echtgenote die de politie heeft gebeld. Hij herinnert zich voor het eerst dat hij op zijn buik lag in het grasperk."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 20 december 2011 werd de heer Ali Z. wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (diefstal gepleegd d.m.v. geweld of bedreigingen, met verzwarende omstandigheden) bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van drie jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 19.632,01 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker overgebracht naar de spoedgevallendienst van het ...ziekenhuis te ..., waar de volgende letsels werden vastgesteld: schaafwonden t.h.v. de knieën, voeten, armen en nek, distorsie van de nek en kneuzing t.h.v. de rechterwang. Verzoeker werd conservatief behandeld.

In zijn deskundig verslag d.d. 3 oktober 2011 weerhoudt Prof. Dr. W. J. (aangesteld door de rechtbank) de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 19.09.09 t.e.m. 14.02.10

20 % van 15.02.10 t.e.m. 30.06.10

10 % van 01.07.10 t.e.m. 31.12.10.

Er is consolidatie op 1 januari 2011, met een blijvende invaliditeit van 5 % (posttraumatische stressstoornis, zoals bepaald door Dr. R. D. in diens verslag d.d. 16 februari 2011).

De esthetische schade wordt geraamd op 1 op de schaal van 7 (littekens).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Aangezien de heer Z. geen gekende woon- of verblijfplaats heeft in België, diende het sub II vermeld vonnis te worden betekend aan de procureur des Konings te ... (exploot d.d. 14 juni 2012).

KBC keerde in het kader van de woningpolis een bedrag uit van euro 1.522,55 ter dekking van de materiële schade.

KBC weigerde tussen te komen in insolventie: "Om te kunnen regelen in insolventie moet de aansprakelijkheid en de insolvabiliteit vaststaan. Hier staat de insolvabiliteit van de tegenpartij niet vast: door het feit dat hij bij verstek veroordeeld werd en zonder gekend adres is, is het niet mogelijk vaststellingen te doen. De insolventie staat dus niet vast." (mail d.d. 14 oktober 2013).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 21.085,96:

- hoofdsom conform vonnis d.d. 20.12.11 euro 19.632,01

- materiële schade euro 1.933,10

beschadigde deur, herstel voortuin, uurwerk

- administratie- en verplaatsingskosten euro 200,00

- medische kosten euro 63,36

- morele schade TAO euro 4.835,00

100 % van 19.09.09 t.e.m. 14.02.10 : 148 d. x euro 25 = euro 3.700,00

20 % van 15.02.10 t.e.m. 30.06.10 : 135 d. x euro 5 = euro 675,00

10 % van 01.07.10 t.e.m. 31.12.10 : 184 d. x euro 2,50 = euro 460,00

- loonverlies euro 334,95

= verlies tweetaligheidspremie wegens langdurige afwezigheid

- huishoudschade euro 2.707,60

- meerinspanningen euro 908,00

- morele schade BAO (5 % x euro 1.650 per punt) euro 8.250,00

- esthetische schade (1/7) euro 400,00

- procedurekosten: euro 1.453,95

- kosten betekening euro 243,95

- rechtsplegingsvergoeding euro 1.210,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Huishoudschade' en ‘meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Met betrekking tot de gevraagde hulp van euro 1.933,10 voor de materiële schade dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

Goederen die naar aanleiding van de gewelddaad werden gestolen of beschadigd, vallen niet onder de materiële kosten en komen bijgevolg niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking.

Wat de gevraagde hulp van euro 8.250 voor de blijvende arbeidsongeschiktheid betreft, stelt de Commissie vast dat het bedrag werd berekend op basis van euro 1.650 per punt, conform de ‘Indicatieve tabel 2008'. De Commissie is evenwel van oordeel dat thans toepassing dient gemaakt te worden van de ‘Indicatieve tabel 2012'. Gelet op de leeftijd van verzoeker op het ogenblik van de consolidatie en op het feit dat het in casu een ongeschiktheid van minder dan 6 % betreft, bekomt men in de voorliggende zaak een bedrag van euro 1.095 per punt.

Daarnaast wenst de Commissie op te merken dat er geen stukken voorliggen waaruit blijkt dat verzoeker reëel inkomstenverlies heeft geleden, zodat er geen sprake is van economische ongeschiktheid. In die omstandigheden kan enkel rekening gehouden worden met de persoonlijke (= morele) component van de ongeschiktheid en dient het toe te kennen bedrag te worden gedeeld door drie (ook het huishoudelijk aspect van de ongeschiktheid komt, zoals hoger aangegeven, immers niet in aanmerking).

Concreet kan aan verzoeker voor de blijvende arbeidsongeschiktheid worden toegekend: 5 % x euro 1.095 per punt gedeeld door 3 = euro 1.825.

De gevraagde hulpbedragen voor de administratie- en verplaatsingskosten, de medische kosten, de morele schade TAO en de esthetische schade kunnen integraal worden toegekend.

Artikel 33, § 1, eerste lid, van voornoemde wet bepaalt uitdrukkelijk dat de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl. St. Senaat 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatiebevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan. Aldus meent de Commissie in haar billijkheidsoordeel geen hulp te moeten toekennen voor het verlies van de tweetaligheidspremie.

Voor de procedurekosten meent de Commissie evenmin een hulp te kunnen toekennen, nu deze kosten principieel ten laste zijn van de rechtsbijstandsverzekeraar.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven uiteengezet, kent de Commissie een hulp toe van euro 7.323,36.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 7.323,36.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 oktober 2012, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.