- Decision du 5 février 2014

05/02/2014 - M13-5-0054

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 3 november 2007 bevond verzoeker zich met zijn vriend op het Stationsplein te .... Zijn vriend werd door een vreemdeling aangesproken, waarna ze alle drie naar de parking gingen voor een "joint". Daar aangekomen werd verzoeker door zijn "vriend" en twee vreemdelingen aangevallen. Hij werd in een auto geduwd, geblinddoekt en opgesloten in een bergplaats van een garage te Houthalen-Helchteren. Hij werd ook geboeid aan handen en voeten.

Later kreeg verzoeker van twee personen slagen en een messteek in het rechteronderbeen. Hij werd ook met houten kaders op de rug geslagen, zijn haren werden verbrand en afgesneden, er werd een brandende sigaret op zijn rechterhand geduwd, er werden hem slaappillen of drugs toegediend.

Na drie dagen kon verzoeker zich bevrijden.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 15 februari 2012 werden de genaamden Abdelkarime A., Yassine B., Iliasse S. en Yousef S. wegens het plegen van de hoger vermelde feiten (afpersing + diefstal gepleegd d.m.v. geweld of bedreiging + gevangenhouding) elk veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar (deels voorwaardelijk t.a.v. Iliasse S., effectief t.a.v. de drie anderen).

Op burgerlijk gebied werden ze hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de som van euro 3.995 meer intresten aan verzoeker ( euro 257 voor ontvreemde goederen + euro 75 voor telefoon- en administratiekosten + euro 420 voor tijdelijke invaliditeit + euro 3.093 voor morele schade blijvende invaliditeit + euro 150 voor esthetische schade).

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de heer A., alsook door het Openbaar Ministerie (tegen de beschikkingen op strafgebied).

Bij definitief arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 18 oktober 2012 bleef de aan de beklaagde opgelegde gevangenisstraf van drie jaar behouden, met dien verstande dat ze thans deels met uitstel werd verleend. Op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd.

III. Gevolgen van de feiten

Nadat verzoeker zich kon bevrijden is hij naar het opvangcentrum te ... gegaan. Vandaar werd hij per ziekenwagen overgebracht naar het ...ziekenhuis te ... . Aldaar werden volgende letsels vastgesteld: wondje t.h.v. rechterhand; kneuzingen t.h.v. rechterhand, rechteronderbeen en rug. Na verzorging mocht verzoeker het ziekenhuis verlaten.

In zijn deskundig verslag d.d. 23 februari 2011 weerhoudt Dr. M. H. (aangesteld door de rechtbank) de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit:

100 % van 03.11.07 t.e.m. 15.11.07

15 % van 16.11.07 t.e.m. 30.11.07

5 % van 01.12.07 t.e.m. 31.12.07.

Er is consolidatie op 1 januari 2008, zonder blijvende invaliditeit.

De esthetische schade wordt geraamd op 0,5 op de schaal van 7 (litteken t.h.v. de rechter handrug).

Na dit verslag onderging verzoeker nog een aanvullend psychiatrisch onderzoek bij Dr. M.. Hiernaar wordt verwezen op blz. 20 van het sub II vermeld vonnis:

"Door de deskundige werd de blijvende invaliditeit bepaald op 3 %. Uit het deskundig verslag van dr. M. blijkt duidelijk dat er ten opzichte van de feiten op 03.11.2007 toch af en toe nog herinneringen, zelfs nachtmerries, piekeren naar de toekomst en vooral angst is dat hij één van de daders opnieuw zou tegenkomen, zodat er tekenen zijn van een posttraumatische stressstoornis."

Op basis van de bevindingen van Dr. M. besloot Dr. H. in zijn definitief deskundig verslag d.d. 1 september 2011 tot een blijvende invaliditeit van 3 %.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Uit het schrijven van gerechtsdeurwaarder F. J. d.d. 26 maart 2012 blijkt dat er geen uitvoeringsmogelijkheden zijn lastens de vier veroordeelde daders.

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoeker niet over enige verzekering die de geleden schade dekt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 5.665,09:

- tijdelijke invaliditeit euro 420,00

- morele schade blijvende invaliditeit euro 3.093,00

3 % x euro 1.031 per punt

- materiële kosten euro 332,00

- gestolen goederen: euro 257,00

- administratiekosten: euro 75,00

- intresten euro 1.105,09

- rechtsplegingsvergoeding euro 715,00

Ter zitting van de Commissie d.d. 15 januari 2014 vroeg de advocaat van verzoeker namens haar cliënt tevens om de toekenning van een hulp van euro 150 voor de esthetische schade, conform het vonnis d.d. 15 februari 2012.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. Intresten worden hierin niet vermeld en vormen dus geen bestanddeel van de schade waarop de Commissie zich baseert bij het toekennen van een financiële hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Met betrekking tot de gevraagde hulp voor materiële kosten dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

Goederen die naar aanleiding van de gewelddaad werden gestolen - in de voorliggende zaak hebben deze een waarde van euro 257 - vallen niet onder de materiële kosten en komen bijgevolg niet voor de toekenning van een financiële hulp in aanmerking.

De gevraagde hulpbedragen voor de overige schadeposten werden naar het oordeel van de Commissie correct begroot en kunnen integraal worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 4.453.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 8 april 2013, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van opzettelijke gewelddaden.