- Decision du 13 février 2014

13/02/2014 - M13-3-0530

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten en vervolging

- Uit het PV van verhoor d.d. 28/08/2007 van Igor X. (Politiezone ...):

"Een dag of 3 geleden (25 augustus 2007) was mijn moeder, Elena X., aanwezig in een pittazaak te .... De uitbater van deze zaak, Ibrahim Z., is een kennis van mijn moeder. Hij verklaarde zijn liefde aan mijn moeder doch mijn moeder ging niet in op de avances. Zij wilde de pittazaak verlaten doch Ibrahim blokkeerde de deur zodat mijn moeder niet buiten kon. Deze feiten gebeurden om 01.u. ‘s nachts.

Er ontstond een vechtpartij waarbij mijn moeder de grond werd ingeslagen. Mijn moeder kon op eigen kracht de zaak verlaten. 's Anderendaags is mijn moeder naar het ziekenhuis gekomen om er de verwondingen te laten vaststellen. Nadien trok ze naar de politie om er klacht neer te leggen aangaande Ibrahim. Deze middag was ik gaan shoppen met mijn moeder en mijn zus. Rond 15.30 kwamen wij uit de groentenwinkel en zien mijn zus en ikzelf die Ibrahim lopen wandelen aan de overzijde van de straat. Ibrahim ziet ons op zijn beurt. Hij loopt met een zak van de GB in zijn hand. Ibrahim steekt steekt de arm, waaraan de zak hangt, in de lucht en steek zijn middenvinger omhoog in onze richting. Hierbij ga ik naar Ibrahim toe door de rijbaan over te steken en om uitleg te vragen. Op dat ogenblik laat Ibrahim de zak vallen en haalt er een verpakking uit.

Ik merkte toen nog niet dat er een mes in de verpakking zat. Toen ik op een meter van Ibrahim was, zag ik dat hij de verpakking opende. Er kwam een mespunt te voorschijn. Hij zwaaide met het mes in mijn richting en zwaaide naar mijn gezicht. Ik schopte hierop met de rechterarm, -hand waar Ibrahim het wapen vasthad. Terzelfdertijd was ik aan het draaien teneinde te kunnen weglopen. Ik draaide naar de linkerzijde en werd door het mespunt geraak aan mijn linkerborst.

Op dat ogenblik was ook mijn zus, Monica, naar ons toegelopen. Ibrahim stond met zijn rug naar Monica. Zij greep naar de pols van Ibrahim. Deze draaide zich op zijn beurt om en sneed haar, Monica, in haar linkerbovenarm.

Intussen sloeg ik naar het gezicht van Ibrahim teneinde hem in de grond te krijgen en hem te kunnen ontwapenen. Mijn moeder was op dat ogenblik ook bij mij en mijn zus. Tijdens deze schermutseling kon mijn zus Ibrahim uit zijn evenwicht brengen waarbij deze laatste tegen een gevel moest leunen.

Op dat ogenblik stond Ibrahim met zijn rug tegen de muur. Mijn zus stond recht voor hem. Ikzelf stond links van mijn zus, mijn moeder rechts, doch met dien verstande dat mijn moeder ook tegen die muur stond. In een draaiende beweging steekt Ibrahim met het wapen in de buikstreek van mijn moeder. Op dat ogenblik stopte ik met kloppen en trok ik mijn zus achteruit. Toen kwam er een zekere Michaël die de politiediensten opbelde. Op dat ogenblik voelde ik mij duizelig worden en zie ik Ibrahim komen met het mes bovenarms teneinde mij terug proberen te steken. Ik probeer op dat moment weg te lopen. De politie kwam aangereden den kon Ibrahim overmeesteren."

- Bewezen geachte tenlasteleggingen in hoofde van Ibrahim Z.: uit het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 19 februari 2008:

"BETICHT VAN: poging doodslag ten aanzien van Elena, Monica en Igor X. op 28/08/2007 en voor opzettelijk verwondingen of slagen ten aanzien van Elena X.. Ibrahim Z. werd voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, met probatie-uitstel voor 5 jaar. Er werd gesteld dat rekening diende te worden gehouden met de uitlokking. Oorspronkelijk beklaagde (Ibrahim), meende dat hij, gelet op de uitlokking, slechts voor de helft aansprakelijk was."

- Uit het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 14 januari 2013:

"De rechtbank is van oordeel dat de grootste verantwoordelijkheid voor de schade zonder enige twijfel bij Ibrahim Z. ligt. Ibrahim Z. had onvoldoende zelfbeheersing en reageerde buitensporig op de gedrag van eisers. Samen met zijn gedrag vormde het gebruik van een mes de voornaamste oorzaak van de schade." De rechtbank bepaalt de aansprakelijkheid op 3/4de van verweerder en op ¼ de van de eisers.

Op burgerlijk vlak werd als volgt gestatueerd: de dader diende te betalen:

- aan Elena: euro 1.460,44 (= euro 1.947,25 x 3/4de), als volgt:

- tijdelijke arbeidsongeschiktheid moreel: euro 543,00

3 d. hospitalisatie van 28-8-2007 tot en met 31-8-2007: 3 d. x euro 31 = euro 93

18 d. 100% arbeidsongeschikt: 18 d. x euro 25 = euro 450.

- economische waarde huishouden euro 420,00

- kledijschade euro 75,00

- esthetische schade (2/7: beperkt litteken de visu vastgesteld) euro 750,00

- verplaatsings - en administratiekosten euro 50,00

- medische kosten euro 109,25

euro 1.947,25

- aan Monica: euro 1.316,25 (= euro 1.755,25 x 3/4de)

- tijdelijke arbeidsongeschiktheid moreel: euro 350,00

14 d. x euro 25 = euro 350.

- economische waarde huishouden euro 280,00

- kledijschade euro 75,00

- esthetische schade (2/7: beperkt litteken) euro 1.000,00

- verplaatsings - en administratiekosten euro 50,00

euro 1.755,00

- aan Igor: euro 629,29 (= euro 839 x 3/4de)

- tijdelijke arbeidsongeschiktheid moreel: euro 537,00

2 d. hospitalisatie van 28-8-2007 tot en met 30-8-2007: 2 d. x euro 31 = euro 62

19 d. 100% arbeidsongeschikt: 19 d. x euro 25 = euro 475.

- materiële schade euro 35,00

- medische kosten euro 217,00

- verplaatsings - en administratiekosten euro 50,00

euro 839,00

Ibrahim Z. werd tevens veroordeeld om aan verzoekers euro 550 te betalen voor de rechtsplegingsvergoeding.

Tegen dit vonnis werd geen enkel rechtsmiddel op burgerlijk gebied aangewend.

II. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. Hubert F. in zijn verslag van 29/11/2007:

Elena X. had ten gevolge van de feiten een messteek opgelopen in de buik, boven de navel. Dit ging gepaard met redelijk veel bloedverlies.

Het betreft een enkelvoudige messteek in de buik, zonder darmletsels, met volledige genezing, zonder restletsels. Ontslag uit het ziekenhuis op 31/08/2007.

De volledige werkonbekwaamheid kan vastgesteld worden op 3 weken. Daarna is er geen werkonbekwaamheid meer geweest.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. De advocaat van verzoekster legt een bewijs van collectieve schuldenregeling van Ibrahim Z. voor. Hierin wordt gesteld dat het inkomen van Ibrahim Z. zo beperkt is dat zelfs de vaste kosten en het leefgeld amper kunnen uitbetaald worden. Er kan op heden geen prognose gegeven worden over het terugbetalingspercentage. In het kader van collectieve schuldenregeling worden bovendien de middelen van gedwongen tenuitvoerlegging bevroren. Er wordt tevens een aangifte van schuldvordering voorgelegd.

III-2 Verzoekster verklaart dat zij op het ogenblik van de feiten over geen private verzekering beschikte.

III-3. De advocaat werd aangesteld door het Bureau voor Juridische Bijstand.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

- Elena X..

- morele schade: euro 722,25

- esthetische schade euro 562,50

- materiële kosten euro 93,75

- medische kosten euro 81,94

- procedurekosten euro 183,33(1/3de RPV)

euro 1.643,77

Verzoekster vraagt tevens intresten.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

1. De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. ‘Intresten' en ‘economische waarde huishouden' werden daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

De zienswijze ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State, afdeling administratie, d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

2. Artikel 32, § 1, voorziet volgende limitatieve lijst van schadeposten. Het bepaalt:

§ 1. Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren.

3. Met betrekking tot de gevraagde materiële schade dient gewezen te worden op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel.

4. Verzoekster vordert de rechtsplegingsvergoeding zoals haar werd toegekend bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 14 januari 2013 (1/3de van

euro 550).

Hierbij dient gewezen te worden op de gebruikelijke rechtspraak van de Commissie waarbij gesteld wordt dat het feit dat de Commissie bij de begroting van de financiële hulp de rechtsplegingsvergoeding in aanmerking neemt als onderdeel van de procedurekosten geen afbreuk doet aan de algemene basisprincipes die gelden voor een financiële tegemoetkoming door de Commissie, namelijk het subsidiariteits- en het billijkheidsbeginsel.

Met betrekking tot de procedurekosten, en dus ook de rechtsplegingsvergoeding, betekent het subsidiariteitsbeginsel in het bijzonder dat er steeds rekening wordt gehouden met de eventuele tussenkomst door een rechtsbijstandsverzekeraar of enig andere vergoedings-instantie. Daarnaast wordt ook nagegaan of de verzoeker, geheel of gedeeltelijk, heeft kunnen genieten van de juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand in de procedure ten gronde.

Het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

5. Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak en met de opmerkingen van de advocaat ter zitting is de Commissie van oordeel dat aan verzoekster exquo et bono een hulp wordt toegekend van euro 1.300

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk.

Kent verzoekster een hulp toe van euro 1.300.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 juni 2013, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad