- Decision du 27 février 2014

27/02/2014 - M12-5-1011

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 22 juli 2009 werd mevrouw Martine X., de dochter van verzoekster, te ... vermoord door haar ex-vriend, de heer Johan Z..

Half juni 2009 zette wijlen mevrouw X. een punt achter haar vijf jaar durende relatie met de heer Z.. Deze laatste kon de liefdesbreuk moeilijk verwerken en begon zijn ex-partner te stalken.

Toen mevrouw X. nog enkele persoonlijke spullen ging ophalen in de woning van Z., werd ze door hem gewurgd.

Onmiddellijk na de feiten pleegde de heer Z., die rechercheur was bij de federale politie, zelfmoord met zijn dienstwapen.

II. Vervolging

Bij beschikking d.d. 22 oktober 2010 van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de strafvordering vervallen verklaard ingevolge het overlijden van de inverdenkinggestelde.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoekster geen enkele vergoeding in dekking van de geleden schade. Ze beschikt niet over een verzekering.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt voor de morele schade om de toekenning van een hulp van euro 15.000.

Om de dramatische gevolgen van de feiten te benadrukken wordt in het verzoekschrift aangestipt dat de echtgenoot van verzoekster de moord op zijn dochter niet heeft kunnen verwerken en op 20 maart 2010 overleden is.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Met betrekking tot morele schade wenst de Commissie op te merken dat dergelijke schade onmogelijk kan goedgemaakt worden door een geldelijke tegemoetkoming. Het moreel leed dat een verzoek(st)er ondervindt is niet in geld uit te drukken en valt niet te vergelijken met de waarde van welk tastbaar goed ook. Als men dan toch een vergoeding wenst toe te kennen, kan dat hooguit een vorm van troost zijn, een compensatie die tot doel heeft de pijn, de smart, het moreel leed te lenigen. Het gaat daarbij om een abstracte begroting van het leed.

In de voorliggende zaak meent de Commissie, zich onder meer steunend op haar gebruikelijke rechtspraak in gelijkaardige dossiers, aan verzoekster een hulp te kunnen toekennen van euro 10.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 10.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 18 oktober 2012, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.